De macht over het stuur van de rijschool

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), dat de rijexamens afneemt, probeert af te komen van zijn van oudsher negatieve imago. Het instituut wil serieus genomen worden als partij in het algemene belang van de verkeersveiligheid....

Aan het uiterste randje van Amsterdam, in de polder bij Sloterdijk, staat de vestiging West-Noord van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Auto's met een blauw L-bord op het dak rijden het terrein op en af, steevast met een ingespannen kijkende jonge bestuurder.

Het praktisch rijexamen is voor velen een traumatische ervaring. Na ruim drie kwartier peentjes zweten in een nog niet echt vertrouwde wagen, is het altijd de CBR-examinator die als een Romeinse keizer bij een gladiatorengevecht de duim opsteekt of laat zakken. Vaak het laatste.

En als het aan directeur J. Vaessen van het CBR ligt, wordt het rijexamen er niet gemakkelijker op. Na de grote kettingbotsingen van eind vorige week zei hij Veilig Verkeer Nederland na dat de noodstop een vast onderdeel moet worden van het rijexamen. Het CBR voelt zich verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid. En anders dan vroeger, toen het vooral een examenfabriek was, draagt het dit ook uit: in contacten met het rijk, VVN en de ANWB, maar ook met de branche die de mensen opleidt voor een rol in het verkeer, de rijscholen.

Geen sinecure, want die wereld kende lange tijd een hoog vrije-jongens-gehalte: hoe minder regels hoe beter. Menig rijschool ziet het CBR nog steeds als natuurlijke vijand, die zijn leerlingen, die veel geld betaalden om überhaupt op te mogen, te snel laat zakken.

Het machteloze gevoel van willekeur bij kandidaten en instructeur heeft de naam van het CBR geen goed gedaan. Zo kwamen de verhalen de wereld in over het nummertjesapparaat in de examinatorkantine: elk tiende nummer mag slagen. 'Wij zeggen ook wel eens: mooi, de groep van 8.00 uur is gezakt, dan heeft de lichting 5 voor 9 een stuk meer kans', zegt rijschoolhouder Anna Mud in Leeuwarden. 'Zo zal het niet gaan. Maar het is mensenwerk: als een examinator een slechte dag heeft, zul je dat in de slaagcijfers merken.'

'Ik heb wel het gevoel dat er beleid zit achter dat relatief lage slagingspercentage', zegt eigenaar Bziker van de Rotterdamse rijschool Cum Laude. Maar bewijzen kan hij het niet, dus gaat hij er maar van uit dat het niet zo is.'

Al jaren schommelt het landelijk slagingscijfer rond een krappe 40 procent. Laag, dus. Maar het is ook lastig, zegt CBR-directeur Vaessen (56). 'Het gaat om dat grijze gebied: geeft de examinator het voordeel van de twijfel of komt er een herkansing? Bij het eerste moet hij aanvoelen: hij kan in het verkeer los. Maar die examinator draagt ook de verantwoordelijkheid als hij er nog niet klaar voor is.'

Het CBR valt traditioneel qua populariteit in de categorie Parkeerbeheer en de Belastingdienst. Dat besefte Vaessen ook, toen hij in 1987 directeur werd. Hij kwam terecht in een noodsituatie. Het rijk zag het CBR voor overleg niet meer staan en de buitenwereld zag vooral een autoritair optredende, arrogante instantie. 'De sfeer was somber, mensen waren depressief, waren de richting kwijt. Het zat vol regels. Het had een aureool van onaantastbaarheid.'

Het CBR had die positie tot dan toe zonder problemen kunnen innemen. De buitenwereld was klant, en die klanten kwamen vanzelf. Klantvriendelijkheid en efficiency miste het CBR ten enen male. Daar hadden meer instellingen last van trouwens, begin jaren tachtig.

De verhouding op de werkvloer leek nergens naar: de examinator stond ergens hoog en de instructeur telde niet mee. Vaessen: 'Misschien wàs die examinator wel een vakman, maar hij kon dat dan niet overbrengen aan de kandidaat; hij kon niet uitleggen waarom die gezakt was.'

Iedere examinator kreeg een cursus sociale vaardigheden en er kwam een derde stoel aan tafel, voor de instructeur, die vroeger maar een beetje op afstand stond. Hij wordt nu ook meegevraagd tijdens het examen.

'Jarenlang was het CBR een zeer autoritaire club, die niets met de rijscholen van doen wilde hebben', zegt ook chef verkeersveiligheid ANAB, S. Schouten. 'Daar verkéérde je niet mee, vond men. Ook om de onafhankelijkheid te bewaren. Maar dat verandert. Al zijn er oudgedienden bij het CBR die er nog zo over denken.'

Niet alleen het CBR maakte schoon schip, ook de rijschoolwereld werd gezuiverd. Tot 1995 waren er tegen de 6500 rijscholen in Nederland, nu schommelt het ergens tussen de 5000 en 5500. Tot die tijd was er elk jaar een enorm verloop. Het had te maken met het gemak waarmee men een rijschool kon beginnen: een instructeursbewijs was genoeg.

De branche bleek minder lucratief dan was gedacht en bovendien kwetsbaar voor gesjoemel. Rijscholen die met gestolen of onverzekerde auto's reden, die aanvraagpapieren en voorlopige rijbewijzen vervalsten, geen belasting opgaven. Het zette het wereldje in een kwade reuk. Elke rijschool moest zich, zo besloot de Denktank Rijopleidingen, opnieuw, en nu met inschrijvingsbewijs van Kamer van Koophandel en kentekengegevens, laten registreren bij het CBR.

In minder dan een jaar kreeg dit zijn beslag, en niet zonder effect: zo'n 800 rijscholen schreven zich niet meer in, bang door de mand te vallen of minder te verdienen als alles volgens de regeltjes moest.

Het had ook te maken met de moordende concurrentie in de wereld, menen de brancheorganisaties Bovag en ABAN. Er werd en wordt gestunt met lage lesprijzen. De winstmarges in de sector zijn minimaal. Velen redden het daardoor niet, zegt R. Boon van de Bovag. 'Het is een goede zaak dat er gescreend is. Goedwillende rijscholen hebben alleen maar last van al die eendagsvliegen.'

Met het restant probeert het CBR nu het verloren contact te herstellen. Vaessen zette bijeenkomsten met de rijscholen op touw. Felle discussies, met zalen die bol stonden van het wantrouwen. 'Maar ze zien nu dat we het niet meer altijd beter weten. Examinatoren en instructeurs sporten nu samen. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. De verhouding is goed.'

Maar zeker niet met iedereen. De wettelijke maatregelen en veranderingen die de laatste jaren over de rijschoolbranche werden uitgestort, hebben ook wrevel veroorzaakt. Elke instructeur is nu verplicht elke vijf jaar een toets te halen. Als het hem niet lukt, verliest hij zijn bevoegdheid. De Stichting Belangenbehartiging Rij-instructie verzet zich hiertegen bij het rijk.

Er zijn ook rijscholen die het CBR bevechten. Zoals de BORC, de Belangenorganisatie Rijschoolhouders en Consumenten, onder leiding van Wim Landmeter uit Hellevoetsluis. Met onder anderen collega's John Loke in Den Haag, Martijn Timmermans in Heemskerk en Fred Velthuijsen in Amsterdam, heeft hij het gemunt op het monopolie en het 'machtsmisbruik' van het CBR.

Loke richt zijn pijlen vooral op de vrijwaringsclausule in de overeenkomst die, gekoppeld aan de herregistratie, sinds 1995 met het CBR kan worden gesloten. 'Ik leed een keer in een examen schade door de examinator, maar het CBR weigerde te betalen. Toen heb ik een advocaat in de arm genomen en toen betaalden ze wel. Het CBR gebruikt mijn auto al voor het examen en daar betalen ze niet voor. Het is maffia.'

Vaessen wil het nog wel een keer uitleggen. De examinator kan niet controleren of die auto verzekerd is. Maar hij is juridisch bestuurder, dus aansprakelijk als iets gebeurt. 'Bij een fout van de examinator vechten onze verzekeringsmaatschappij en die van de rijschool het samen wel uit.'

Rijschoolhouder Fred Velthuijsen uit Amsterdam ziet die hele overeenkomst met het CBR uit principe niet zitten. 'Ik drijf al dertig jaar alleen een succesvolle rijschool. Behalve voor mijn examens heb ik met hen niks te maken. Waarom moet ik die overeenkomst tekenen? Als ik bij het CBR wil solliciteren, bel ik ze wel op. Het wordt gepresenteerd als recht, maar als je niet aangesloten bent, merk je het aan je contacten met het CBR, aan je examencijfers, en aan hoe je je werk kunt doen.'

Dat ondervond de Heemskerkse Martijn Timmermans van rijschool Alert. Tegen zijn zin is hij 1 januari uit het CBR-registratiesysteem verwijderd. Hij mag niet meer meerijden op het examen en zijn leerlingen moeten hun examen nu zelf aanvragen. Hij is woedend over hoe het CBR 'hem de mond probeert te snoeren'. Hij dient steevast een klacht in tegen het CBR als hij het met een examenuitslag niet eens is, en weet dat ze hem daarom lastig vinden. 'Ik heb een grote bek. Ze willen me monddood maken. Ik ben eruit gegooid omdat ik in een tv-programma kritiek uitte. Het CBR is er op uit de kleine rijschoolhouders eruit te werken; lastige krengen zoals ik als eerste.'

Zeker, de 'ongefundeerde beschuldigingen' van Timmermans in een tv-uitzending in november waren volgens CBR-woordvoerder J. Fontijn aanleiding Alert uit te schrijven. Maar de hoofdzaak was dat eerder met Timmermans was afgesproken dat hij geen examinatoren meer zou bedreigen. 'Hij trad nogal dreigend op, zo van: ik krijg je nog wel. Dat leidde tot angst bij examinatoren.'

Ondanks alles hebben velen nog het idee dat het examen niet altijd eerlijk verloopt, sterker: dat examinatoren geregeld kandidaten moedwillig laten zakken. Het CBR trekt de kritiek zich aan. Kwaliteit en vakmanschap van de examinator worden tegenwoordig op allerlei manieren getoetst. 'Ik ben nog nooit een examinator tegengekomen die bewust een vast patroon van slagen en zakken aanhield', zegt Vaessen. 'Die man heeft een beroepseer. Hij is degene die met dat rijbewijs jonge mensen een bewijs van volwassenheid geeft.'

Vaak wordt gezegd dat het CBR belang heeft bij meer zakkers. Onzin, vindt Vaessen. 'Het slagingspercentage heeft geen economisch effect voor het CBR. Voor ons maakt het niet uit als er minder examens zijn: wij weten nu al hoeveel examens we over 18 jaar doen. Daar stel je je personeel op in. Op een examen verdien ik geen geld.'

Hoe dan ook brachten alle 964 duizend in 1995 afgelegde rijexamens (theorie en praktijk) bij het CBR een kleine 97,5 miljoen gulden in het laatje, goed voor 87 procent van de inkomsten. Het CBR is verzekerd van deze inkomsten, zolang de overheid hem het monopolie op de examens gunt.

'We kunnen ons populair maken door vanaf morgen iedereen te laten slagen', zegt Vaessen. 'Maar ook nu al zijn er te veel verkeersdoden. Zakken voor het rijexamen wordt vaak als veel erger ervaren dan een schooljaar overdoen. En de schuld wordt dan snel bij het CBR gelegd. Want wij kunnen toch allemaal heel goed rijden, vinden we zelf?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden