De loop-naar-school-dag was weer een succes

Morgen is het International Walk to School Day, kondigde mijn zoontje aan. ‘We moeten allemaal iets groens aan’. De school gaf instructies per automatisch telefoontje en op papier: we moesten verzamelen in een parkje niet ver van school, vanwaar we de tocht zouden ondernemen....

Philippe Remarque

Nee, nu niet zeuren dat daarmee het doel van de dag wordt ondergraven. Het gaat om het idee. ‘We willen de ouders en leerlingen laten zien dat lopen naar school leuk is en gezond, en vooral dat het te doen valt’, zei een overopgewekte lokale politicus tegen me.

Wat onwennig stonden we in het parkje. Zo sprak je nog eens wat ouders. Meestal zie je die alleen achter het stuur van hun auto zitten, als ze hun kind brengen of halen. Want de meeste Amerikaanse kinderen gaan gemotoriseerd naar school, in de family van of in een van die mooie donkergele schoolbussen.

Fietsen, zoals de Nederlanders doen, is hier meer een sport dan een transportmethode. Op een mooie dag staan in het rek op school hoogstens tien fietsen. Moeders op de kleuterschool noemden mij the biking dad – een exotisch Europees verschijnsel.

Ze willen wel, hoor. Laatst fietste ik met de kinderen naar huis, toen plotseling het raampje van een SUV naast ons omlaag zoemde en een vrouwenhoofd verscheen, dat zei: ‘O, wat geweldig dat jullie dat doen. Ik zou ook moeten fietsen. Maar ach, je weet wel’, zei ze spijtig, en reed weer weg.

De loop-naar-school-tocht zette zich in beweging. Kinderen droegen kartonnen bordjes met opschriften als ‘Voorzichtig. Lopende kinderen’ en ‘Stop voor voetgangers’. Er liepen mascottedieren mee. De politie had straten voor ons afgezet. De zon scheen, ballonnen dansten op en neer, huisvrouwen zwaaiden.

Op het schoolplein betoogde de ene na de andere functionaris achter het spreekgestoelte dat we groener en gezonder moesten worden, en dat de overheid er alles aan deed het lopen naar school veiliger te maken. Als ouder en kind naar school lopen, las de leerlingenpresident voor, beleef je ‘quality time with someone special’.

Het was van een aandoenlijk optimisme. Helaas had een kleine opiniepeiling onderweg mij wat sceptisch gestemd. ‘We wonen te ver van school’, zei de ene moeder. ‘De bus stopt voor de deur. Dat is verleidelijk’, zei de ander. ‘We zijn nu eenmaal een autovriendelijk land’, verzuchtte een derde.

En zo is het ook. Amerika bouwt lekker in de (overvloedig aanwezige) ruimte. Niet dat passen en meten van ons driehoekje Europa. Het gevolg is wel dat iedereen op de auto is aangewezen. Er zijn vaak geen stoepen. Fietsen is gevaarlijk omdat bijna niemand het doet. Een moeder in Saratoga Springs die haar zoon op de eerste schooldag op de fiets bracht, werd tegengehouden door een politieagent en schoolleiders. Het bleek tegen het schoolbeleid om naar school te fietsen. Een duivelse cirkel: school dwingt ouder auto te rijden, omdat autoverkeer fietsen gevaarlijk maakt.

Gaat dit land de auto laten staan? Ik heb er een hard hoofd in. Misschien kunnen we onze hoop voor het milieu maar beter op de groene auto vestigen, mijmerde ik, teruglopend naar de parkeerplaats.

Wat zegt u? Natuurlijk had ik hem willen laten staan. Maar we waren ’s ochtends te laat. De jongens konden geen groene kleren vinden.

Philippe Remarque

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden