DE LAST VAN EEN LANDGOED

In de oude varkensschuur zetelt een bedrijf en waar ooit de koeien graasden, ligt nu een 18-holes golfbaan. Bosbouw en pachtinkomsten volstaan niet langer om een landgoed te exploiteren....

Sylvia Merens (38): 'Grootmoeder Mémé woonde nog op het kasteel toen de vraag begon te spelen: laten we het verval van de boel zomaar doorgaan of zullen we iets verzinnen? Haar neef, Frederik graaf van Lynden van Sandenburg (43): 'Er waren in die tijd wat onhandigheden op het landgoed, ja. Dan lekte het weer eens bij grootmoeder in huis...' Sylvia: 'Of je kreeg een jens als je een stekker in het stopcontact stak.' Frederik: 'De muur van de oranjerie was met balken gestut, omdat ie dreigde om te vallen.'

Ferrari

De 'suikertaart', zoals Frederik van Lynden het witte kasteel op landgoed Sandenburg bij Langbroek noemt, ligt er sinds een jaar of vijf weer glanzend bij. Het is zo het sprookjeskasteel waarover je als kind fantaseerde, dat het in werkelijkheid net niet echt lijkt. Stralend wit, met veel torentjes, geflankeerd door paarse rododendrons, tegen een achtergrond van zwarte bossen. Daarvoor een strak gazon, afgebakend met knoestige sinaasappelboompjes.

Toen de hekken rond het terrein nog niet elektronisch waren afgesloten, gebeurde het geregeld dat er plots een bruidspaar het landgoed op kwam rijden, om tegen de achtergrond van het kasteel gefotografeerd te worden, vertelt Sylvia Merens. Sterker: af en toe werd het misbruikt als decor voor een autoreclame. 'Stond er ineens een Ferrari voor, met op de motorkap een of andere mevrouw.' Zo'n soort kasteel dus.

Aan de zijkant van het grasveld, in hun kennel, soezen de twee bejaarde jachthonden (14) van de huidige bewoner van het kasteel, Alexander graaf van Lynden van Sandenburg, Frederiks vader. Hij voorkwam verder verval van het landgoed, met veel dank aan de toenmalige rentmeester. Frederik: 'Mijn vader had nog een paar duwtjes nodig om tot acceptatie van de feiten te komen. Hij zag in dat er activiteiten ontplooid moesten worden om de boel overeind te houden, maar moest wel wennen aan het idee van de veranderingen.'

Neef en nicht, die tegenwoordig samen de directie vormen van de bv Landgoed Sandenburg, zitten in de gerenoveerde hoge, lichte oranjerie. Voorheen een overwinteringsplek voor de 'oranjeboompjes', tegenwoordig een ruimte die kan worden afgehuurd voor recepties van bruiloften, feestelijke lunches en diners en bedrijfsvergaderingen. Dat loopt goed: gemiddeld is er nu één keer per week wel iets te doen in het eeuwenoude witte gebouw dat met zijn zeker drie meter hoge ramen uitkijkt op bos en suikertaart.

Frederik: 'Het is stiltegebied hier, dus het gebruik is wel aan restricties gebonden. Als je hier een piano neerzet, gebeurt er niks, maar een band, dat mag niet. De vaste bewoners...' Sylvia: 'De koeien van streek, dat kan niet.' Frederik: 'Nog veel erger. Mijn ouders van streek. Vele malen erger.'

Sprookjeskasteel

Zoals bijna alle landgoederen in Nederland was ook Sandenburg, 600 hectare groot, de afgelopen decennia gedwongen naar nieuwe manieren te zoeken om zichzelf te bedruipen. Waren de meeste Nederlandse landgoederen tot de Tweede Wereldoorlog nog goed renderende beleggingen, vanaf begin jaren zestig moest er geld bij. De bosbouw leverde weinig meer op en de pachtinkomsten liepen gestaag terug.

Alexander van Lynden besefte na de dood van zijn vader, begin jaren negentig, dat hij actie moest ondernemen om het verlieslijdende landgoed te redden, maar hij schrok terug voor al te drieste ingrepen. Zoals hij eind 1999 formuleerde, naar aanleiding van een publicatie over zichzelf vernieuwende landgoederen: 'Het idee om van de oude gebouwen appartementen te maken, stond me nogal tegen, want ik moet er niet aan denken dat er voortdurend mensen op het terrein zijn. Stel je voor: die mensen hebben één of twee auto's, al die mensen hebben één of twee honden of katten, al die mensen hebben het hele weekeinde hun hele familie op bezoek. 't Wordt Amsterdam!'

De plannen van een architect om alle panden op Sandenburg om te bouwen tot appartementen en kantoren konden dus op weinig enthousiasme rekenen van de graaf. Niet zo verwonderlijk. Vooral omdat het kasteel, zijn ouderlijk huis, ook kantoor bleek te zijn geworden in de voorstellen.

Frederik over zijn vader: 'Ik kan me best voorstellen dat je daarvan schrikt, als iemand die er geboren en getogen is.' Sylvia: 'Bij een vriend van de familie is het hoofdhuis wel kantoor geworden. Hij heeft er altijd spijt van gehad. Doe dat nooit, zei hij, want je haalt de kern, het hart, uit het landgoed.'

Het duurde twee jaar voordat de graaf overstag ging, in nauw overleg met de familie. Het hoofdhuis bleef hoofdhuis - hij trok zelf in het kasteel, met zijn vrouw. De kantoren zijn er uiteindelijk wel gekomen, maar de appartementen niet. In de oude varkensschuur en het koetshuis zitten nu twee bedrijven, en de oranjerie levert sinds een paar jaar haar bijdrage als receptie- annex vergaderruimte. Frederik: 'Wij praten nog steeds over de varkensschuur.' Sylvia: 'Vroeger speelde ik daar altijd in. Het stonk er ook zo lekker. Maar tegenwoordig is het er heel chic.'

Ze koesteren beiden dierbare herinneringen aan hun jeugd - ook een belangrijke reden waarom ze zich zo inzetten om het landgoed in ere te houden. Frederik is er samen met zijn drie zussen opgegroeid. Sylvia bracht haar jeugd door in Den Haag, maar als klein kind kwam ze met haar zusje in de weekends en vakanties naar Sandenburg - logeren bij haar 'bijzondere'grootouders, Mémé en Pépé.

'Mijn oma was een sprookjesoma in een sprookjeskasteel', zegt ze. 'Met kerst stond in de salon een huizenhoge zilveren boom, in de serre een gouden boompje, in de kinderkamer een eigen boom - helemaal magisch. Grootmoeder was al maanden voor kerst bezig met het inpakken van de cadeaus, vol linten en strikken. Sandenburg was het Mekka voor kleinkinderen. Ik kan nog precies aanwijzen in welke bomen ik ben geklommen en onder welke rododendronstruiken we hutten hadden, onvindbaar voor iedereen.'

Nieuwbouwproject

Sylvia leeft tegenwoordig met man en kinderen in Amsterdam, Frederik heeft het oude tuinhuis op Sandenburg laten verbouwen en woont nu samen met vrouw, dochter en zoontje vlak bij zijn ouders. Ach nee, zegt hij, hij heeft geen moeite met de 'vreemde mensen' die op Sandenburg rondwandelen, sinds de grote renovatie. 'Over een landgoed bestaat altijd het idee van een buitenplaats, waar niemand mag komen. Met grote hekken en elektrische stroom en mensen die daar als een soort kluizenaar wonen. Dat is hier nooit geweest. Op de meeste landgoederen trouwens niet.'

Bovendien, zegt hij, kijk wat de oude varkensschuur en het koetshuis aan huur opbrengen. 'Dat levert je een bedrag op dat je met landbouw en bosbouw nooit voor elkaar zou krijgen. Waar vroeger de grond de gebouwen moest onderhouden, is het nu omgedraaid.'

Hij vertelt het verhaal van een goede bekende die begin jaren tachtig twee kastelen erfde van zijn tante. 'Die zat geweldig met zijn handen in het haar, want wat moet je met die dingen? Het ene heeft hij geloof ik verkocht voor een gulden, het andere in gebruik gegeven aan de gemeente. Want het enige wat hij kreeg, waren kosten.'

Ook Sylvia, die altijd al op grotere afstand van het landgoed stond dan haar neef, wist in eerste instantie niet goed wat ze ermee aanmoest. Haar moeder, getrouwd met een niet-adellijke man, overleed jong. Sylvia nam samen met haar zusje hun moeders plaats in, als aandeelhouder in de besloten vennootschap Sandenburg, die werd opgericht na het overlijden van grootvader. 'Langzaam maar zeker is bij ons het besef gegroeid dat het landgoed een levend iets is, dat het geen museumachtig gebeuren hoeft te zijn. Zo'n uniek natuurgebied moet behouden blijven, tegen de oprukkende Vinex-wijken in.' Frederik: 'Ik heb er zelfs nooit over nagedacht dat dit landgoed wel eens in vreemde handen zou kunnen vallen. Maar twintig jaar geleden was de kans aanmerkelijk groter dat er zoiets zou gebeuren. Toen moest er jaar op jaar geld bij - die tijd is voorbij.' Sylvia, refererend aan haar oom: 'En het is hier geen Amsterdam geworden, hè.'

Frederik: 'Mijn vader laat ons de directie voeren over de bv, maar hij kijkt wel degelijk mee.' Sylvia, lachend: 'Dus mochten we besluiten tot een eh... nieuwbouwproject...' Frederik, lachend: 'Dan grijpt hij in, als grootaandeelhouder.'

Reebok

Voor de overheid is het goedkoper om landgoederen door particulieren te laten onderhouden dan ze zelf te beheren. De afgelopen jaren zijn de regels verruimd voor eigenaren van landgoederen die manieren zoeken om geld te verdienen met hun bezit. Zoals Gijs baron van Dorth tot Medler zegt: 'Landgoederen zijn ín; we krijgen nu veel meer mogelijkheden van de overheid.' Hij leeft al zijn hele leven op landgoed Zelle, verpletterend mooi gelegen in de Achterhoek, aan een kronkelweggetje dat voert door bos en langs hardgele vlekken in het landschap, de eindeloze koolzaadvelden.

Het laatste project op het 350 hectare grote landgoed 't Zelle is nog maar net klaar: op een terrein waar twee jaar gelegen nog koeien liepen, ligt nu een 18-holes golfbaan. Voorlopig is dit ook de laatste ingreep van Gijs baron (55) en (54) Bets barones van Dorth tot Medler. De vroegere pachtboerderijtjes zijn tegenwoordig vakantiehuisjes, met namen als Sterreveld, Denneveld en Reebok, losjes verspreid over bos en weiland, bij elkaar tachtig slaapplaatsen in de stilte. Vlakbij de andere golfbaan (9-holes) ligt een ven, met daaraan een eigen strandje (van gras) voor 't Zelle. Gasten kunnen picknickmanden, ontbijt, haardhout, fietsen en boodschappen bestellen. Achter de boerderij van Gijs en Bets ligt een wasserette.

Het landgoed is kortom helemaal ingesteld op toerisme. Alleen de limousin-koeien doen nog denken aan de oorspronkelijke bron van inkomsten van het landgoed: bosbouw en landbouw. 'Koeien zijn leuk', constateert Gijs van Dorth opgewekt, terwijl hij kijkt naar de glanzende bruine vleeskoeien - zeventig in totaal. 'Ze zijn eigenlijk altijd tevreden. En ze praten niet zoveel als mensen.'

Van Dorth woonde tot zijn dertigste in het hoofdhuis, het uitstekend onderhouden huize Zelle met de diepdonkergroene luiken, waar zijn ouders (82 en 92) nog steeds resideren, de pauwen scharrelend voor hun voordeur. 'Je moet weten hoe je zo'n huis moet bewonen', zegt Gijs. 'Het is natuurlijk niet klein. Mijn moeder had zelfs op zondag nog hulp. En door de week altijd twee dienstbodes. In die wereld ben ik opgegroeid.' Die wereld veranderde snel, in de jaren zestig. Vanaf 1963 moest zijn moeder zelf gaan koken. Lachend: 'Ze kookte lekker hoor, maar ze moest het volgens mij nog wel een beetje leren.' Zijn vrouw Bets: 'Zij kwam ook van een kasteel. Dus zij was ook zo opgevoed.'

Turkije

Bets van Dorth, oorspronkelijk afkomstig uit het westen, was dierenarts in Gelderland toen ze Gijs ontmoette. In 1981 zijn ze getrouwd. Ach ja, wuift ze weg, op de opmerking dat ze zo ineens haar intrede deed in de adel: 'Het is een mooie naam. Ik zeg altijd maar: ik ben het niet. Dus.'

Ze hebben drie kinderen, van wie vooral de oudste zoon, net als zijn vader, sterk gehecht is aan 't Zelle. 'Ik heb nooit beseft hoe ingewikkeld het onderhouden van zo'n landgoed is', vertelt Bets. 'Als je iemand trouwt met een landgoed, trouw je ook met dat landgoed. Bij vriendinnen zie ik dat ook: het is zo belangrijk voor een man, dat het bijna altijd nummer één is.' Gijs: 'Volgens mij geldt dat voor alle familiebedrijven.' Bets: 'Het is nooit klaar. Het is net als een huishouden - dat houdt ook nooit op.'

Gijs houdt zich vooral bezig met al het 'buitenwerk' inclusief de koeien, Bets regelt de vakantiehuisjes. Gijs: 'Ik ben meer een dierenmens, denk ik, Bets is een mensenmens. 's Ochtends probeer ik altijd voor negen uur de vuilnisbakken rond de huisjes te legen, want anders zit ik de hele dag koffie te drinken.'

Ze kunnen rondkomen van de opbrengsten van vakantiehuisjes, golfbaan en koeien, maar het houdt niet over. 11 september 2001 laat nog steeds zijn sporen na en het aanbod aan allerlei vakantieappartementen tegen bodemprijzen is de afgelopen jaren sterk gegroeid: probeer maar eens op te boksen tegen acht dagen Turkije voor 299 euro alles inclusief. Gijs: 'Je moet het bij elkaar harken hier. Alles wat je kunt ondernemen, moet je aanpakken.'

't Zelle is, net als Sandenburg, eind jaren negentig ondergebracht in een landgoed-bv die valt onder de nieuwe natuurschoonwet. Dit levert allerlei fiscale voordelen op en maakt het mogelijk dat het landgoed bij elkaar blijft, voor volgende generaties. Zo is Gijs van Dorth voor 25 procent eigenaar van 't Zelle: hij heeft nog een broer en twee zusters. Hij woont er en runt het bedrijf, maar zijn boerderij en de vakantiehuisjes huurt hij van het landgoed.

Bets: 'Het is niet altijd eenvoudig. Wie er straks op het grote huis gaat wonen, is ook nog niet beslist.' Gijs: 'Ik zou het willen, maar het moet wel te betalen zijn.' Bets: 'Hij heeft een aangeboren verbondenheid met de grond.'

Gijs: 'Mijn vader heeft mij nooit verplicht het landgoed over te nemen. Maar ik ben toch een buitenman.' Bets: 'Het zit in zijn botten.' Ja, beaamt Gijs, en hij vertelt hoe hij als kleine jongen na school altijd húp op zijn fietsje sprong om te kijken naar het personeel op het land. Net zolang tot ze weer ophielden met werken. Helemaal gebiologeerd.

Gijs: 'Het zijn je eigen herinneringen. Je hebt gezien hoe je vader hier bezig was en je denkt: het is hem gelukt, ik ga dat voortzetten - op mijn manier. Zoals de vader van Bets zo toepasselijk verklaarde toen zijn dochter in het huwelijk trad met Gijs: 'Ze trouwt met een heer-en-boer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden