De lange reis van een bord tomatensoep

Unilever doet niet moeilijk over de vraag hoe de Unox tomatensoep wordt gemaakt. Het belangrijkste bestanddeel komt uit Spanje. 24 uur per dag puree uit roestvrij stalen pijpen....

De soepketel is groot genoeg om met drie man een bad in te nemen. Boven mijn hoofd hangt een web van roestvrijstalen pijpen en buizen, op de vloer van gele tegels zijn mannen in de weer, van top tot teen gehuld in witte pakken. Daglicht uit de hoge ramen kaatst op de glimmende witte tegelmuren.

Ik ben in de soepfabriek van Unox in Oss. Dit is een van de ‘founding sites’ van Unilever. Het oudste deel stamt uit 1900, de soepfabriek is van de jaren vijftig. Buiten hangt de geur van rookworst, die een gebouw verderop wordt gemaakt. Binnen staat Piet Peeters klaar om soep te koken.

Uit een grote stalen bak stort hij diepvriesgroenten in de soeppan, gevolgd door een mengsel van tomatenpuree en blokjes tomaat. Er gaat een emmertje olie bij, zout en kruiden. Dan kan het roerwerk erin. Traag draait de grote mixer zijn rondjes in de rode vloeistof die langzaam begint te bubbelen. Eigenlijk net zoals je thuis zou doen, zegt Piet. ‘Maar dan groter.’ Hij wrijft twee lepels schoon aan zijn witte jas. ‘Proeven?’

Reis naar Spanje
Willen jullie mij laten zien hoe Unox tomatensoep maakt?, vroeg ik Unilever. Het antwoord was, verrassend snel voor zo’n kolossaal bedrijf: ja. Het was het begin van een reis, die eindigde in Oss, maar begon in Spanje.

Eind juli sta ik op een tomatenakker in Torresfresneda, in het zuidwesten van Spanje. Het is heiig en heet. Wie niet buiten moet zijn, schuilt binnen bij de airco.

Een dag eerder heb ik het vliegtuig genomen naar Madrid, samen met Sikke Meerman. Hij stond op Schiphol al te wachten. Een grote vent met zandkleurig haar en een colbert. Sikke is de landbouwman van Unilever, verantwoordelijk voor de aanvoer van agrarische grondstoffen.

Sikke is een landbouwkundige globetrotter. Hij weet alles van soja uit Brazilië, Russich graan, Groningse aardappelen en tomaten uit Spanje. Zonder Sikke geen Unox tomatensoep. Unilever is groot in tomaten. De Nederlandse multinational is de derde inkoper van tomatenpuree in de wereld. Heinz is de grootste.

We hadden haast, want morgen zou de tomatencampagne beginnen. Op het vliegveld van Madrid namen we een huurauto en kozen de snelweg richting Badajoz.

Bij Miajadas, zo’n 120 kilometer van Badajoz, passeerden we een pilaar met een enorme tomaat erbovenop. Sikke wees ernaar. ‘Hier begint tomatenland.’ Daar wil ik een foto van, zei ik.

Tomaten gedijen in een subtropisch klimaat. Ze houden van warmte. Maar niet van zon. Zongerijpte tomaten zijn een fabeltje, zei Sikke met een verachtende toon in zijn stem. ‘Tomaten verbranden in de zon.’ Sikke is landbouwkundig ingenieur van Wageningen, een man van de praktijk. ‘Die jongens op kantoor hebben nog nooit een tomatenveld van dichtbij gezien’, mopperde hij.

Olijfboomgaarden
Na de tomatenpaal veranderde het landschap van karakter. Dorre hellingen maakten plaats voor velden met maïs en zonnebloemen, afgewisseld met olijfboomgaarden en groene velden met rode spikkels. Ik wees. Sikke knikte. ‘Tomaten.’

De volgende ochtend staan we ertussenin. Hier, wijst Sikke om zich heen naar de lange rijen planten, komen de tomaten voor Unox vandaan. Onder andere. Naast ons staat José Antonio, opzichter van de gemeente die de velden bezit. In totaal heeft Torresfresneda 700 hectare grond. Een deel ervan is beplant met tomaten.

Het zijn lage groene struikjes, heel anders dan de meterslange ranken die bij ons in de kassen staan. De tomaten liggen als rode paaseieren in het groene loof. Ze zijn niet rond, maar langwerpig als pruimen. Ik pluk er een en bijt erin. Het vruchtvlees is stevig, zoet en vezelig. Zo zijn industrietomaten, zegt Sikke. ‘Je wilt er zo min mogelijk water in.’

Sommige tomaten zijn bedekt met een dun laagje poeder. Een akelig bestrijdingsmiddel?, vraag ik. José schudt zijn hoofd. ‘Nee, dat is kalk. Tegen de zonnebrand.’ Toevallig is dit een veld met onbespoten tomaten. De gangbare velden zien er net zo uit, alleen mogen ze daar spuiten in plaats van wieden. ‘Veel werk’, zegt José. Goed voor de mannen in het dorp.

Een stukje verderop komt een oogstmachine schuddend in beweging. Met scharen als een kreeft slokt het apparaat de complete planten op en stopt ze in zijn muil. Daarna schudt een trilband de tomaten los.

Ze rollen via een lopende band in een meerijdende laadbak. Wat rest van de planten, wordt aan de achterkant uitgespuugd. Als de laadbak vol is, wordt hij achter een vrachtwagen gehangen en rijden we naar de tomatenpureefabriek in Talavera.

Daar is alles stilgevallen. Op de oprit voor de slagboom staan aanhangers vol tomaten in de zon. Kleurloos vocht druipt eruit. In de weeg- en monsterkamer zitten meisjes in verse groene pakjes klaar. Het hokje waar de chauffeurs hun vrachtbrieven afgeven wordt nog gewit. Een chauffeur zoekt beschutting in de schaduw van een paaltje.

In het kantoor draait de airco op volle toeren. Iñigo Martinez Fresneda verontschuldigt zich. De tomatencampagne begint vandaag; dat wil zeggen dat de fabriek die bijna tien maanden heeft stilgestaan, moet worden opgestart. Vanaf vandaag zullen ze zeventig dagen onafgebroken door draaien, 24 uur per dag zal er tomatenpuree uit de roestvrijstalen pijpen spuiten. Maar zo’n eerste dag gaat altijd met horten en stoten.

Iñigo is een prototype Spanjaard: een bruinverbrand hoofd, glimmend zwart haar dat krult in de dikke nek. Hij is directeur van Agraz, dat jaarlijks 200 duizend ton tomaten tot puree verwerkt; ongeveer eentiende van de totale Spaanse oogst. Unilever, dat de helft daarvan afneemt, is zijn grootste klant.

Agraz verwerkt de oogst van tweehonderd boeren uit de regio. We zitten in de Vegas Bajas, een deel van de Extremadura, van oudsher een van de armste provincies van Spanje.

Dat hier nu tomaten worden geteeld, danken ze aan Franco, zegt Iñigo.

Hij trekt me mee naar een kaart aan de muur. Wij zitten hier, wijst hij naar het gebied rond de rivier Guadiana. Dan gaat zijn vinger naar blauwe vlekjes op de kaart. ‘Stuwmeren.’

Ineens schiet me te binnen dat ik overal langs de weg betonnen goten en kanaaltjes heb gezien. Daarin stroomt water naar de velden. ‘Wij hebben zelfs rijstvelden’, zegt Iñigo trots. Allemaal dankzij Franco. Dan verontschuldigt hij zich. Hij moet naar de bank om kredieten te regelen voor het uitbetalen van de boeren.

Buiten komt de fabriek langzaam op gang. De vrachtwagens worden bemonsterd op de weegbrug en storten hun lading in grote bakken met water. Nadat de tomaten zijn gewassen, verdwijnen ze in een daverend oerwoud van stalen pijpen waaruit af en toe kleine stoomwolkjes ontsnappen.

Rode ketchup
Onzichtbaar voor het oog worden de tomaten tot pulp gemalen, gesteriliseerd en stapje voor stapje ingedikt tot puree van de gewenste dikte. Het gaat nog niet vlekkeloos, zo blijkt als een van de tanks overstroomt en een golf rode ketchup over de groene vloer stroomt.

Sikke is niet onder de indruk. ‘In Californië gaat het er heel wat strakker aan toe.’ Hij maakt aantekeningen. Dat kan altijd van pas komen. ‘Als ze meer geld vragen, zal ik zeggen dat ze eerst maar eens efficiënter moeten werken.’ Maar aan het eind van de dag komen de eerste groene tonnen met puree aan de achterkant uit de fabriek.

Een maand later zie ik die tonnen weer, maar nu in het magazijn van Unox in Oss, tussen blokjes gepelde tomaat uit Italië, laurier uit Turkije, oregano uit Griekenland en ui uit Nederland. Hier worden voor heel Europa alle soepen van Unox gemaakt.

Vandaag, zegt Piet Peeters, veertig jaar soepmaker, maken ze de nieuwe biologische tomatensoep. Aan het tomaten/groentemengsel in de pan voegt hij gistextract en citroensapconcentraat toe. ‘Geen geur- of kleurstoffen’, benadrukt Piet. Verhitten, bindmiddel en water erbij tot de juiste dikte is bereikt en afproeven.

Piet knikt. ‘Lekker.’ Dat wil wat zeggen, want eigenlijk houdt hij helemaal niet van tomatensoep. Even later rollen de eerste pakken soep van de lopende band van de inpakafdeling. Ik neem er een mee naar huis. ’s Avonds zie ik op tv reclame voor die biologische tomatensoep. De volgende dag stuur ik een e-mail naar Sikke: ‘Jouw Spaanse boeren praten Gronings!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden