De laatste linkse econoom is gisteren met pensioen gegaan

Een econoom die pleit voor verhoging van de belastingen - dat moet een bijzonder iemand zijn. Een econoom die pleit voor verhoging van de belastingen in Nederland en erbij zegt dat dat goed is voor onze economie, zou die (nog) bestaan?...

Met deze woorden is de laatste linkse econoom van Nederland met pensioen gegaan. Dit roept twee vragen op. Klopt deze bewering wel? (Antwoord: natuurlijk, mits we links goed definiëren). En ten tweede: als het klopt dat Nederland geen linkse economen meer heeft, is dat dan erg? (Ja, dat is heel erg).

Er zijn in principe vier soorten economen, stelde de Amsterdamse econoom Rick van der Ploeg, inmiddels tevens PvdA-kamerlid, een paar jaar geleden in zijn oratie. 'Voor economen zijn de begrippen links en rechts namelijk minstens twee-dimensionaal: een econoom kan binnen een linkse of rechtse Weltanschauung denken, maar een econoom kan ook links of rechts voelen.' Twee scores op twee dimensies: vier mogelijke combinaties.

Links of rechts 'voelen', dat doe je met je politieke voorkeur. Net als gewone burgers stemmen economen bij verkiezingen. Als ze, stel, op de VVD stemmen, dan voelen ze rechts. Stemmen ze bijvoorbeeld op de PvdA, dan voelen ze links. In deze betekenis zijn er linkse economen zat. Sterker nog, in dit opzicht zijn economen zelfs linkser dan gewone kiezers. Dit bleek uit een door Harry van Dalen en Arjo Klamer gehouden enquête onder Nederlandse hoogleraren economie waarvan de resultaten werden gepubliceerd in hun boek Telgen van Tinbergen. Bij de kamerverkiezingen in 1994 stemde 31,7 procent van hen op de PvdA, tegen 24 procent van de gewone kiezers. Ruim 7 procent van de economen stemde GroenLinks (tegen 3,5 procent als landelijk gemiddelde). De VVD scoort 21,7 tegen 20 procent. Ook D66 doet het zo'n 3 procentpunt beter dan gemiddeld. Het CDA is de grote verliezer (13,1 tegen 22,2 procent).

Ofschoon hij zeker links is in deze politieke betekenis, is Brenner in dit opzicht dus in geen geval de laatste mohikaan.

Rechts en links 'in de tweede dimensie' hebben betrekking op de manier waarop economen naar de wereld kijken. De ene groep ziet een wereld vol efficiënt werkende markten. Een onderwijsmarkt bijvoorbeeld, waarop individuen het door hen gewenste opleidingsniveau kiezen, indachtig de opleidingskosten en het verwachte rendement op scholing uiteraard. De arbeidsmarkt, waarop ze vervolgens de gewenste verhouding tussen inkomen en vrije tijd kiezen. De goederenmarkten, waarop het individu zijn consumentenvoorkeuren uitleeft. De kapitaalmarkt, de valutamarkt. Kijk maar, je ziet het om je heen. Het is in zeker opzicht een ideale wereld, een wereld in evenwicht waarin de homo economicus en de calculerende burger samen gelukkig getrouwd zijn.

De rechtse econoom, rechts in deze tweede dimensie dus, is sterk in de meerderheid. Hij is er in twee smaken. De rechtse rechtse econoom, die een rechts wereldbeeld combineert met rechtse politieke voorkeuren. En de linkse rechtse econoom: politiek links met een rechts wereldbeeld. Hier zijn er veel van. Het is de werkelijkheid achter de grap waarom de VVD nauwelijks economen heeft: omdat die allemaal al bij de PvdA zitten.

En dan zijn er natuurlijk linkse linkse economen. Als Brenner uit het raam kijkt, dan ziet hij helemaal geen vrolijk ruimende markten en in vrijheid kiezende individuen. Hij ziet historisch bepaalde sociale structuren die de gedachten en gedragingen van individuen bepalen. Hij ziet monopolisten in een moreel moeras. Hij ziet armoede en misbruik van sociale zekerheid. Hij ziet scheef verdeeld inkomen en machtsmisbruik. Hij ziet, kortom, een andere wereld dan de rechtse econoom.

Dat het belangrijk is dat er ook economen zijn die met deze 'linkse' blik naar de wereld kijken, beseft Brenner als geen ander. Het punt is, schrijft hij in de papieren versie van zijn afscheidsrede, 'dat ofschoon het wereldbeeld zelden bepaalt welke antwoorden goede wetenschappers geven, hun vragen er wel degelijk door worden bepaald'. En hoe rechtser de wereld, hoe interessanter het stellen van linkse vragen is.

Van dit soort linkse linkse economen, is Brenner bij mijn weten de laatste hoogleraar economie.

Het afscheid van de linkse linkse econoom is even treurig als begrijpelijk. Het is treurig omdat zelfs een rechtse rechtse econoom inziet dat ons beeld van de economie rijker wordt als er op verschillende manieren naar wordt gekeken, als er verschillende vragen worden gesteld. En het is begrijpelijk, omdat linkskijkende economen wel andere vragen hebben gesteld dan rechtskijkers, maar nauwelijks praktisch bruikbare antwoorden hebben gegeven.

Dat blijkt ook uit Brenners afscheidsrede: die is interessant voor zover het een abstracte, economisch-sociologische analyse is van onze economie; hij is bijna lachwekkend waar Brenner een concrete vraag beantwoordt, zoals: hoe kan de overheid volledige werkgelegenheid bereiken?

Werk creëren we in een ommezien, denkt Brenner, door 'goedkoop geld ter beschikking te stellen aan innovatieve ondernemingen, en door te investeren waar de particuliere sector dat nalaat'. Als je achter aan deze redenering begint - met de mededeling dat ter financiering desnoods de belastingen maar omhoog moeten - dan klinkt het nog wel bijzonder. Maar dat is het natuurlijk niet. Het is, of je er nu van links of van rechts tegenaan kijkt, ontoereikend, om niet te zeggen ouderwetse flauwekul.

Gezocht: linkskijker met goede, concrete antwoorden (rechtse politieke voorkeur geen bezwaar).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden