DE LAATSTE HOEKSTEEN

De Engelsen weten niet beter. Rond elf uur 's avonds kan in de pub de laatste bestelling worden doorgegeven. Dit jaar wordt afstand genomen van die traditie....

'Last orders, ladies and gentlemen', klinkt het uit de mond van Tony Brown. Je kunt er de klok op gelijk zetten.

Het is tien voor elf. De bel voor de laatste ronde klinkt. We wachten even voor de laatste bestelling. Om vijf over elf kijkt Tony ons nog even aan. 'Ja, nog twee IPA (India Pale Ale) en een half lager voor mijn vrouw.'

Daarna klinkt onverbiddelijk de laatste bel en gaat de handdoek over de tap. We drinken onze glazen leeg. De discussie over Fahrenheit 9/11 – gisteren op de televisie en door iedereen van de locals gezien – loopt hoog op. Steve England – mijn rugbyende vriend – heeft twee weken geleden in een rechtbankjury in Maidstone gezeten. 'Het probleem van de film van Michael Moore is dat je de andere kant niet hoort. Als jurylid dacht ik ook dat de man hartstikke schuldig was, nadat ik de aanklager had gehoord. Maar toen ik de advocaat hoorde, begon ik te twijfelen.'

Half twaalf gaat het licht uit en worden we met priemende vingers en buzz off de deur uitgewerkt. Voor de pub lopen de discussies over die cowboy in het Witte Huis nog tien minuten hoog op. 'Bij ons gaan de mensen nu pas naar het café', zeg ik. 'Oh, really', klinkt het vol ongeloof.

Er zijn ergernissen over Groot-Brittannië die je na een aantal jaren juist als verworvenheden gaat waarderen: de klapdeurtjes van de trein, maar ook het lauwe schuimloze Engelse bier en de avondlijke sluitingstijd van de pub.

Nadat ik hier vijf jaar geleden kwam wonen, bestelde ik de eerste twee jaar nadrukkelijk in elke pub een lager (eentje die door de Britten zelf in licentie is gebrouwen en eigenlijk nooit aan de Nederlandse pils kon tippen) en mopperde ik op de rare archaïsche wetten in dit land als om tien voor elf de bel voor de laatste ronde ging.

Inmiddels drink ik alleen maar bitter en bestel blijmoedig even voor elf uur een laatste pint waarmee ik mijn drinkplezier tot half twaalf kan uitsmeren. Bijna altijd ben ik voor middernacht weer thuis, lig voor één uur op bed en ben de volgende ochtend fris weer wakker voor een rondje golf.

Eigenzinnig

Helaas wordt het voor mij zo vertrouwde systeem nu op zijn kop gezet. De pubs kunnen vanaf maandag een vergunning aanvragen om langer open te blijven, zelfs 24 uur. Het eigenzinnige land dat links blijft rijden en de euro wel nooit zal adopteren, wil wel de cafécultuur van Europa adopteren.

De regering van premier Blair denkt dat hierdoor het pubvolk dat zich vlak voor sluitingstijd volgiet en daarna met dronken koppen de straat onveilig maakt, rustig – net zoals in Frankrijk of Spanje – van een of twee glaasjes wijn gaat genieten. In mijn pub gelooft niemand dat. 'Zuipen zit in onze genen', zegt pubgast Steve.

Koning Harold verloor bijna honderd jaar geleden al de Slag bij Hastings, omdat zijn soldaten te veel hadden gedronken. De aartsbisschop van Canterbury klaagde in 1382 over bing-drinking bij zijn volgelingen. 'Op de heilige dag wordt de taverne vereerd in plaats van de kerk. Vraatzucht en dronkenschap zijn overvloediger dan tranen en gebeden.' Steve: 'De pubs – public houses – zijn 250 jaar geleden juist opgericht, om een einde te maken aan de ongecontroleerde consumptie van gin die het land helemaal lam legde.' Het gevleugelde gezegde was toen al: Drunk for a penny, deaddrunk for a shilling (dronken voor penny, stomdronken voor een shilling).

In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, legde premier Lloyd George de pubs de huidige rigide sluitingstijden op om ervoor te zorgen dat de arbeiders de volgende morgen weer fris munitie produceerden. 'We hebben drie tegenstanders: de Duitsers, de Oostenrijkers en de drank. En de laatste is de ergste', aldus de premier. In de jaren zeventig debatteerde het land al eindeloos over de verlenging van de 'opdrinktijd' – de tijd die klanten werd gegund om de laatste ronde achterover te slaan – van tien naar twintig minuten.

Nu geeft Blair de Britten alle vrijheid – als een soort van laatste remedie voor de English disease. Pubgast William Cullem gelooft dat het een fiasco wordt. 'Blair hoeft niet meer naar Bagdad. Londense wijken als Croydon en Black Heath worden warzones', voorspelt hij.

De Landlord van mijn al uit de vijftiende eeuw daterende, enigsdienen zins noodlijdende pub hoopt dat de verruiming niet alleen leidt tot rustiger drinken, maar ook tot méér drinken. Vooral in het weekeinde wil hij de klandizie langer vasthouden. 'Twee of drie uurtjes erbij, dat klinkt wel goed', zegt hij.

Van slag

De klanten zelf zijn verdeeld. Een 76-jarige gepensioneerde ex-journalist die hier al vijfentwintig jaar komt zonder ooit één avond te hebben overgeslagen, zal zich er niets van aantrekken. Hij stapt elke avond om half tien binnen, drinkt twee bitters uit zijn eigen mug – eentje van anderhalve pint – en gaat altijd om kwart over tien weer weg. 'Als ik het anders doe, ben ik meteen van slag.' Steve England (49) die altijd om kwart voor elf binnenkomt en er niettemin in slaagt voor sluitingstijd drie pints te drinken, denkt wel langer te blijven. 'Misschien kom ik nog later, maar ik ga echt niet méér drinken.'

De Rising Sun is een echte countrypub in Kemsing, waar de door de paarden gewonnen rozetten boven de bar hangen, Tractor Magazine op de leestafel ligt en tot schrik van elke bezoeker een papegaai in een kooitje dat naast de brandende open haard is opgehangen, zit opgesloten. De pub serveert de klanten tijdens de Sunday Roast nog rundvlees van de eigen koeien en wild van de zelf geschoten fazanten en patrijzen.

Michelle Hunter, eigenaresse van dit Free House (een niet aan een brouwerij verbonden pub), zegt nog jaren om elf uur dicht te zullen gaan. 'Klanten geven echt niet veel meer uit. Daarnaast heb ik er een boerderij bij. Ik kan niet tot één of twee uur opblijven.' Ze weet niet of ze met dit strikte regime uiteindelijk de concurrentie kan volhouden met de grote ketens die wel langer openblijven. 'Als er geen klandizie meer overblijft, dan moeten we dicht.'

De pub is de laatste hoeksteen van het sociale leven, waar zoveel andere hoekstenen (de kerk, de vakbond) al onder zijn weggeslagen. Driekwart van de bevolking zegt af en toe in een pub te komen en eenderde rekent zich nog altijd tot de regulars, de stamgasten.

Hoewel elke week een pub sluit, kent Engeland nog een ongekende dichtheid van dranklokalen. In plattelandsgehuchten waar postkantoren en winkels zijn verdwenen, is vaak nog wel een pub te vinden – meestal met een fraai uithangbord waarop een paard, een hert, een vos of een hond is te zien.

De pub is de ontmoetingsplaats van de hele gemeenschap. Onderin met stropdas, loodgieters in werkkleren, schilders in witte overalls en boerenknechten met wellies (laarzen) strijken hier na het werk neer voor een couple of pints.

Elke grote gebeurtenis in Engeland begint en eindigt in de pub. De gevechtspiloten in de Battle of Britain begonnen hun missie vanuit de White Hart in Brasted. En nadat de vijand was verslagen, keerden ze terug voor een pint bitter vanuit een handpomp die werd bediend door een vrouw met de 'mooiste borsten van Engeland'.

James Watson en Francis Crick lieten in 1953 de bezoekers van de Eagle Pub in Cambridge als allereersten weten dat zij het DNA hadden uitgevonden. Een onbekende Britse dichter schreef: 'Het is mijn wens om mijn leven te eindigen met een pint in de pub'.

'Een dorp zonder pub is een dorp zonder hart', zeggen de Engelsen. Omdat Engelsen hun woning als privé-domein beschouwen – en vaak ook een te kleine kamer hebben om veel visite te ontvangen – zijn pubs de locatie voor verjaardagen en feesten.

Zuurpruim

De echte pub is in handen van een oude zuurpruim, stinkt naar rook en verschraald bier en heeft een vieze wc. Voor de dartboards en rond de poolbiljarts trappen klanten hun peuken uit in het dikke tapijt.

Vaak liggen er een paar honden voor de open haard, als ze al niet grommend rondlopen. Auteur Rowan Pelling beschreef de pub van haar vader – de Fox & Hounds in Kent – als een plek met sofa's vol scheuren en afgebroken poten, een laag plafond, kasten vol stof en een raam waardoor je niet kon kijken.

Haar vader noemde zijn stamgasten rat of hooligan, serveerde ze bier waarin een insect dreef en deinsde er zelfs niet voor terug om tegen iemand die van vijftig mijl naar zijn pub was gekomen 'bugger off' te zeggen of hem zelfs met een (ongeladen) geweer te bedreigen.

Een geweer lijkt ook de enige mogelijkheid om de Engelsen van de drank af te houden. Maar ook ik zal de bel, het priemende vingertje dat mij de deur wijst, de term Last Orders om tien voor elf en het zwaaiende geweer van de oude Pelling missen. Zelfdiscipline is nu eenmaal moeilijk.

Ik vrees dat het continentale caféregime voor mijn Britse privéleven weinig heilzaam zal zijn. Waarschijnlijk kijk ik in de toekomst eerst naar het nieuws van tien uur, pak het begin van Newsnight mee (en zit afhankelijk van de onderwerpen de hele uitzending uit) en arriveer niet meer voor half twaalf in de lokale boozer.

Hier neem ik vlak voor tweeën drie keer een 'laatste' (ik heb de volledige cliëntèle tenslotte 'Wil je nog een biertje' in accentloos Nederlands leren spreken) en stap pas om half drie in bed om de volgende dag met knallende hoofdpijn wakker te worden en op de golfbaan slechts afzwaaiers te produceren, waardoor ik de hele ochtend gefrustreerd in de bosjes naar ballen loop te zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden