De Kennedyfactor

Veilinghuis Sotheby's in New York vormt deze week opnieuw het decor voor een openbare verkoop van Kennedy-memorabilia. De nalatenschap van Jacqueline Kennedy Onassis gaat voor torenhoge prijzen van de hand....

Door Jan Tromp

Benieuwd wat veilingnummer 569 gaat doen. Volgens de taxateurs van Sotheby's aan York Avenue op Manhattan gaat het vanmiddag weg voor acht- tot twaalfduizend dollar.

Wil je de echte verkooppprijs weten, vermenigvuldig dan dit bedrag ten minste met een factor vijf. Het is de Kennedyfactor.

De catalogus laat bij nummer 569 een gracieuze vrouw op een bank zien, in een rok die tot op de enkels reikt. Ze houdt een opengeslagen boek in haar linkerhand. Aan haar voeten zit een braaf Hendrikje; een al even oppassend meisje zit met opgetrokken knietjes naast haar op de bank.

Het is een gouache van 45 bij 63 centimeter, uit 1968. 'Portret van Jacqueline Kennedy met Caroline en John jr.', vermeldt het bijschrift. Een weduwe leest voor aan haar kinderen. Een gebroken gezin is nog geen ongelukkig gezin, zo luidt de amper verborgen boodschap. Pasteltinten dragen bij aan de voorbeeldigheid van het tafereel.

Sotheby's zet veilingnummer 569 dus op een bedrag ergens tussen de acht en de twaalf mille. Zoals ze dinsdag, op de eerste veilingdag van spullen uit de nalatenschap van Jacqueline Kennedy Onassis, nummer 160 - een werkstuk van dezelfde schilder; hier alleen met de brave kinderen en zonder de verblindend mooie moeder - op drie- tot vijfduizend taxeerden.

Vergeet het. Veilingnummer 160 ging weg voor het tienvoudige, voor veertigduizend dollar, exclusief 20 procent courtage voor Sotheby's. Er was een deken te koop dinsdag, zo'n flanellen deken die oude mensen in hun schoot leggen, eerder voor troost dan tegen de koude. Het was een ding in rood en zwart, en in het rood was in zwart het monogram JFK geweven. Ergens tussen de 250 en 350 dollar, dachten de taxateurs van Sotheby's. Het eerste bod opende meteen al op zesduizend. Binnen anderhalve minuut was de deken verkocht voor vijftienduizend.

Het is de Kennedyfactor.

In dit land zonder koninklijke familie, met presidenten die in beginsel om de vier jaar wisselen, hetgeen te kort is om een imperium op te bouwen, is de schommelstoel tot troon geworden. President J.F. Kennedy had verscheidene van die stoelen - 'Kennedy Rocker' werden ze genoemd. Hij had chronische rugklachten, zijn arts dr. Janet Travell had hem de schommelstoel aanbevolen - als een flanellen deken. Een van die beroemde schommelstoelen (hij had ze staan op elke plek waar hij met enige regelmaat kwam, tot op het presidentiële jacht) was dinsdagochtend te koop. Vierduizend, dacht Sotheby's. Misschien zesduizend. Het is veel geld voor een lullige schommelstoel, maar dan heb je wel een Kennedy Rocker.

De jacht voltrok zich razendsnel en was verbluffend om mee te maken. Al binnen enkele seconden lag er een bod van twintigduizend. Via de telefoon werd meegeboden. Dertigduizend, vijfendertig, veertig. 'Ik heb hier aan het gangpad een bod van vijfenveertig.' Kennedy's schommelstoel ging de deur uit voor tachtigduizend. 'Ik dank u allen voor uw biedingen', zei de veilingmeester.

Dichter bij God - dat zit erachter.

Er was een man die een een klein olieverfdoekje kocht, paarse bloemen in een kom, de deskundigen van Sotheby's vonden het driehonderd dollar waard, vooruit, maak er vierhonderd van. Stephen Frishberg, een 58-jarige jurist uit Philadelphia, betaalde 6500. Hij was een man met een rond, blozend gezicht, hij kon heel goed uitleggen waarom hij zo gelukkig was met zijn aanschaf.

Het was de verbondenheid. Dat heeft hij zijn leven lang gehad. Op de dag waarop John Kennedy werd vermoord, had Stephen Frishberg zijn examenfeest van highschool. Vreugde werd in een keer verbijstering. Zo'n schok blijft een leven lang goed.

Frishberg heeft lang gezocht naar een mogelijkheid om zijn verbondenheid fysieke gestalte te geven. Hij laat twee foto's zien. De eerste is een interieurfoto van het huis van de Kennedy's in Hyannis Port, Massachusetts. Een trapportaal met daarvoor een hangoortafeltje, waarop een klokje, een schemerlamp, wat boeken en verdomd, een schilderijtje van paarse bloemen in een kom. De tweede foto, uit mei 1963, een halfjaar voor zijn dood, laat JFK op de rug zien, op dezelfde plek in dat trapportaal in zijn huis in Hyannis Port, voor een ander tafeltje, dat wel, maar vermoedelijk voor hetzelfde schilderijtje. Frishberg: 'Daar staat hij, hij kijkt naar het schilderij met de paarse bloemen. Dat schilderij is nu van mij.'

De inboedel van vijf huizen is uitgeruimd, van de eenvoudige schuur in Peapack, New Jersey tot het prestigieuze appartement aan 1040 Fifth Avenue in New York. Fatsoenlijke mensen zouden menen dat de uitdragerij te hulp moet worden geroepen. Caroline Kennedy, de enige van het presidentiële gezin die nog in leven is, bracht het naar Sotheby's. 'Nadat mijn moeder stierf in 1994 stonden mijn broer en ik voor de opdracht te beslissen wat te doen met haar bezittingen', schrijft Caroline in de catalogus. 'Na ampel beraad verkochten we het een en ander in 1996. In de tussenliggende jaren en na de dood van mijn broer trof ik mijzelf opnieuw in de situatie dat ik meer huizen en spullen bezat dan waarvan ik gebruik kon maken of kon genieten.'

In het voorjaar van 1996 had ze inderdaad ook al schoonmaak gehouden, toen nog met haar broer John jr. Bijna 35 miljoen had die veiling opgebracht, een legendarische happening was het geweest, een stormloop van dwazen en verblinden. Er stonden lange rijen wachtenden voor Sotheby's, dat zich genoodzaakt zag nummertjes uit te reiken: 750 toelatingen per uur.

Beroemd is het verhaal over de golfclubs van de president. Die gingen voor bijna 800 duizend over de schutting, achthonderd keer de getaxeerde waarde. Daar moet een prestigestrijd zijn uitgevochten tussen potentiële kopers. Arnold Schwarzenegger won, hij kocht de golfclubs.

In 1996 ging het voornamelijk om knappe spullen. Deze week gaat het voornamelijk om de restanten van de knappe spullen. Oude troep wordt aangeboden. En voorzover dit niet het geval is, zijn het van die stille getuigen van de slechte smaak die domineert in Amerikaanse interieurs, ook in die van presidenten en hun gades. Lompe bankstellen met kolossale bloemmotieven. Bijzettafeltjes met boeketten van droogbloemen erop, in tinnen vazen. Incompleet serviesgoed.

Caroline Kennedy heeft het allemaal naar Sotheby's gebracht, meer dan zeshonderd veilingnummers, en ofschoon er deze keer geen rijen wachtenden zijn, hebben de getrouwen het niet laten afweten.

Niet eerder mensen zo fanatiek zien vechten om het bezit van elf oude, rieten manden, waarvan negen met hengsel. Veilingnummer 73. De mandjes waren ingezet voor 150 tot 250 dollar - je zult ze toevallig maar net nodig hebben, elf afgetrapte mandjes waarvan negen met een hengsel; ze gingen weg voor dertienhonderd dollar.

Vier strandstoelen werden aangeboden. Klapstoelen, met een bekleding van witte en blauwe banen. Bij de HEMA zou je er blij mee zijn. Ze moesten tweehonderd dollar kosten, misschien honderd. Veilingnummer 87. De hamer viel bij 3500 dollar.

Veertig jaar na zijn dood is Kennedy nog springlevend. Rick Teachout uit Portland, Michigan, een dikke man met een rooie kop, vertelde dat hij spul heeft van Roosevelt, van Eisenhower. Niet van Kennedy. Nu moest het gebeuren.

Het lukte niet. Rick kon de prijzen niet bijhouden. Hij zei dat hij teleurgesteld was, maar ook dankbaar. Hij had nu met eigen ogen het huisraad gezien van de president. Hij had heel graag iets gekocht, al was het maar een potlood. Teachout: 'Iets dat hij had gebruikt, dat hij met zijn eigen handen had aangeraakt. Ik zou het heel bijzonder hebben gevonden als ik dat kon bezitten.'

Er was een pentekening van de voormalige first lady. Haar gezicht gevat in enkele lijnen. Veilingnummer 19. Twee- tot drieduizend was de verwachting. De veilingmeester begon bij zesduizend. Bij twaalfduizend was de honger gestild.

Er was een soepkom, met twee onduidelijke bordjes - 75 dollar, volgens de catalogus. Ze gingen weg voor vierduizend.

Skippy Weinsting was de man die de deken kocht, met monogram. Hij is advocaat in New Jersey, een gedistingeerd heer. Hij zei dat JFK veel voor de wereld heeft betekend, maar vermoedelijk meer voor hem. Hij was begin jaren zestig hulpje in algemene dienst van de Democratische senator Harrison Williams op Capitol Hill in Washington.

Weinsting: 'Hoe gering mijn rol ook was, ik werkte voor de regering-Kennedy. Zo voelde ik het althans. Het was het beste dat mij ooit is overkomen. Ik hoorde erbij. Kunt u zich dat voorstellen?'

Wat hij gaat doen met die paardendeken? 'Niets. Ik ga er niet onder slapen. Ik neem hem niet mee naar het rugby. Een deken van de president is niet bedoeld om te gebruiken. Ik laat hem precies zoals hij is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden