De JSF-lobby en de miljoenen

Er kwamen rechters en arbiters aan te pas, en uiteindelijk kreeg de Nederlandse JSF-industrie bijna alles waarop ze had ingezet....

Amsterdam Als minister Van der Hoeven van Economische Zaken in augustus 2008 terug komt van vakantie in Frankrijk, ligt er een briefje op haar bureau dat Stork-topman Sjoerd Vollebregt haar wil spreken. Onderwerp is de Joint Strike Fighter; een dossier dat het ministerie dan al maanden bezig houdt.

Stork profiteert verreweg het meest van de Nederlandse deelname aan het JSF-project. Het bedrijf levert onder meer de bekabeling van het Amerikaanse gevechtsvliegtuig: een order ter waarde van twee miljard dollar en honderden arbeidsplaatsen in Nederland en Turkije. Maar daarvoor dreigt het bedrijf de overheid een forse premie te moeten betalen. En dat is Vollebregt niet van plan.

Het gesprek vindt plaats op 5 november. De Stork-topman legt Van der Hoeven omstandig uit dat de afdracht die het bedrijf moet betalen ‘op termijn’ het einde zal betekenen van de Nederlandse luchtvaartindustrie. Hij belooft tegelijk dat de industrie, anders dan ze tot dusver heeft geroepen, niet volledig zal vasthouden aan het standpunt om de staat geen cent terug te betalen. Over een ‘kleine marge’ is te praten zodra de minister bereid is het bestaande contract in de prullenmand te gooien.

Stroef
De onderhandelingen over dat contract, de Medefinancieringsovereenkomst (MFO), lopen dan al maanden stroef. Formeel zit daarbij de belangenvereniging van alle betrokken JSF-bedrijven Nifarp: Netherlands Industrial Fighter Aircraft Replacement Platform. Op allerlei manieren is geprobeerd de druk op de overheid op te voeren.

Eerst probeert de industrie het via de rechter. Op woensdag 2 juli 2008 rolt bij de Haagse rechtbank een fax binnen met een verzoek namens 36 bedrijven om de Nederlandse Staat ter verantwoording te roepen. Aan de procedure wordt geen ruchtbaarheid gegeven; ze is bedoeld om de onderhandelingen met met EZ in stilte te beïnvloeden. Via een voorlopig getuigengehoor wil Nifarp de ‘onrechtvaardige manier’ aantonen waarop de MFO zes jaar eerder tot stand is gekomen.

‘De staat heeft van zijn positie misbruik gemaakt’, schrijven de bedrijven. ‘de staat heeft de luchtvaartindustrie geen enkele reële onderhandelingsruimte gegeven’. En: ‘De luchtvaartindustrie heeft de MFO onder protest getekend.’

Vooral dat laatste doet op het ministerie de wenkbrauwen fronsen. Daar herinnert men zich vooral dat de betrokken luchtvaart- en defensiebedrijven vanaf 2002 in de rij stonden om te mogen meedoen aan het project. Dat schrijft de staat op 15 juli dan ook in haar verweerschrift. Van ‘onder protest’ of ‘met de rug tegen de muur’ is nooit sprake geweest en bezwaren tegen de rekenmethode zijn niet eerder kenbaar gemaakt.

Het merendeel van de bedrijven heeft het contract trouwens pas na 2002 ondertekend om te kunnen profiteren van JSF-orders. De genoemde dwang of onwetendheid zijn verzinsels van de bedrijven die zichzelf achteraf als slachtoffer willen profileren. Aldus wordt in 23 pagina’s gehakt gemaakt van bijna alle bezwaren van de industrie. Na lezing zien de bedrijven dat ze hun strijd niet via de rechtbank zullen winnen. Nifarp trekt zijn verzoek weer in.

In het gesprek met de minister gooit de Stork-topman het nu over een andere boeg. Is het echt nodig om nu al de rekening op te maken, vraagt hij de bewindsvouw. Kunnen ze het niet eens worden over een heel andere rekenmethode waarin alle kosten en baten van de overheid worden meegerekend?

Doorgeschoven
Anderhalve week na het gesprek stuurt Nifarp een ‘strikt vertrouwelijk’ voorstel waarin de industrie aanstuurt op uitstel en de berekening van het eventuele tekort wordt doorgeschoven ‘tot na de besluitvorming tot aanschaf van de JSF’. In de tussentijd zijn de bedrijven wel bereid een voorlopige afdracht te doen. Op voorwaarde dat die in een fonds komt dat ‘ten goede zal komen aan de luchtvaartindustrie’ – en dus niet zal verdwijnen in de schatkist van minister Wouter Bos van Financiën.

En er zit nog een addertje onder het gras. Anders dan in de MFO is geregeld, word de voorwaarde gesteld dat Nederland ook werkelijk JSF’s gaat kopen: ‘Indien de staat kiest voor een ander toestel zal de industrie geen private bijdrage verschuldigd zijn’. Van der Hoeven gaat er niet op in. Ook de ambtelijk adviseurs van minister Bos wijzen het voorstel af.

De arbitragecommissie die de zaak in het voorjaar van 2009 in behandeling neemt, bestaat volledig uit juristen. Voorzitter is VVD-prominent mr. F. Korthals Altes. Het bedrijfsleven heeft de Nijmeegse hoogleraar privaatrecht prof mr. A. Hartkamp afgevaardigd en namens de staat neemt oud-rechtbankpresident mr. A. van Delden zitting. Ze krijgen de boodschap mee dat de zaak haast heeft, dus wordt er hard gewerkt. Op 14 mei houden ze hun eerste hoorzitting. Vijf maanden later ligt er een besluit dat zowel goed en slecht nieuws bevat voor de luchtvaartbedrijven.

Dollarkoers
Die bedrijven moeten inderdaad niet zeuren over een contract dat ze zelf bij volle verstand hebben getekend, stellen de scheidsrechters. De manier waarop die hun bijdrage moeten betalen staat precies beschreven in de MFO. Die rekensom wordt onder meer beïnvloed door het aantal JSF’s dat Nederland gaat kopen en het totaal aantal vliegtuigen dat wereldwijd zal worden afgezet. Maar vooral door de koers van de Amerikaanse dollar.

De staat heeft haar investering immers gedaan in dollars terwijl de bedrijven het tekort in euro’s moeten terugbetalen. Het hoge afdrachtpercentage ontstaat voornamelijk doordat in 2008 de dollar veel minder waard is dan zes jaar ervoor.

Over dat principe is volgens de scheidsrechters niet te marchanderen. Toch komen ze op precies dit punt tot een andere rekensom dan de overheid. Het ministerie van Economische Zaken heeft de risico’s van een koersverschil namelijk afgedekt met een termijncontract. De MFO lijkt dat goed te vinden, want die bepaalt dat het tekort zal worden afgerekend op de ‘daadwerkelijk door de staat betaalde koers’. In een andere passage word evenwel uitgegaan van een ‘gewogen gemiddelde koers ten opzichte van de euro’.

Het is voer voor taalkundige fijnproevers, en dat blijken de drie juristen inderdaad te zijn. Ze besluiten de overeenkomst uit te leggen ‘op basis van de taalkundige betekenis van de daarin gebruikte bewoordingen’. Kort gezegd: de staat mag de hoge koers die ze voor de dollars heeft betaald, niet aan de bedrijven doorberekenen. Die hebben recht op een gemiddelde koers. Jammer voor de belastingbetaler. Maar voor de bedrijven komt het neer op een korting van 144,9 miljoen euro.

Zo daalt het afdrachtpercentage naar 4,49. Maar dat is nog steeds niet genoeg, vindt Nifarp, want ook bij dit percentage zal de industrie niet voldoende aan de JSF-orders kunnen verdienen. Het ‘verdienvermogen’ van de industrie wordt nu tot inzet gemaakt van de onderhandelingen. Die leiden op 21 december 2009 alsnog tot een ruimhartig voorstel: van de 157 miljoen ‘tekort’ dat na het oordeel van de arbiters nog over is, hoeven de bedrijven maar 105 miljoen te betalen.

Win-winsituatie
De overige 52,1 miljoen nemen de ministeries van Economische Zaken en Defensie voor hun rekening. Op de achtergrond geeft minister Wouter Bos van Financiën toestemming. Formeel kost de toezegging volgens hem geen extra geld omdat het bedrag binnen de begroting van de twee ministeries moet worden gevonden.

Zo komt de afdracht uiteindelijk op 3 procent; minder dan eenderde dan oorspronkelijk was afgesproken en volgens de overheid rechtvaardig was. Niettemin is ‘iedereen gebaat bij deze uitkomst’, zegt minister van der Hoeven. ‘Samen moeten we nu een win-winsituatie bereiken. Dat kan alleen als de bedrijven zoveel mogelijk opdrachten krijgen uit het JSF-programma.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden