ColumnFrank Kalshoven

De inkomensverdeling is een spectaculaire rechte streep

null Beeld
Frank Kalshoven

Krijgen de mensen met de allerhoogste inkomens – de top-1 procent – een steeds groter deel van het inkomen? Of daalt hun aandeel juist? Neemt het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in Nederland toe of af? Wordt het inkomen in Nederland steeds schever verdeeld of juist rechter? Denk gerust even over de antwoorden na. Dan vertel ik intussen waarom ik deze vragen stel.

De Universiteit van Leiden en het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben een welkome monnikenklus geklaard. Ze hebben in de publicatie Inkomen verdeeld, trends 1977-2019 tijdreeksen over de inkomensontwikkeling in Nederland aan elkaar geknoopt. Hierdoor kunnen we nu beter kijken naar de inkomensontwikkeling tussen 1977 en 2019, een feestje voor iedereen die belang hecht aan een feitelijke basis van het publieke debat.

Lange reeksen zijn hiervoor van extra belang omdat ze ons doorgaans dwingen ons beeld van de werkelijkheid bij te stellen. Heeft u de vragen uit de eerste alinea beantwoord? Dan had u daar, expliciet of impliciet, een termijn bij in gedachten. Bijvoorbeeld: de afgelopen vijf jaar. De gekozen tijdshorizon, blijkt uit de cijferreeksen, kan nogal wat uitmaken voor het antwoord.

Het sterkst had ik deze ervaring bij de waarnemingen over kinderen die opgroeien in armoede. Mijn beeld was: dat percentage schommelt een beetje en stijgt licht. En dat klopt ook wel, als je kijkt naar de afgelopen tien jaar. Maar het spektakel zit ’m in de lange reeks. En de vraag is dan: zit het spektakel in de toename of in de afname van de armoede onder kinderen?

In de afname. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede, langdurig of incidenteel, is sinds de jaren negentig gehalveerd. ‘Gedurende het merendeel van de jaren negentig’, schrijven de onderzoekers, ‘leefden zo’n 550 duizend minderjarige kinderen in een huishouden onder de armoedegrens, in 2019 was dit aantal teruggelopen naar 251 duizend’.

Vaak schuilt het spektakel bij lange cijferreeksen niet in de verandering, maar juist in de stabiliteit. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de inkomensverdeling. Weliswaar is de inkomensverdeling nu in vergelijking tot 1977 (iets) schever geworden. Maar, schrijven de onderzoekers, ‘sinds 1990 zijn de inkomensverschillen vrijwel stabiel’. De verdiende inkomens werden weliswaar iets schever sinds die tijd, maar door herverdeling via de overheid (uitkering, belastingen, premies) is de verdeling van het beschikbare inkomen stabiel gebleven. Binnen Europa hoort Nederland tot de groep landen met de kleinste inkomensverschillen.

En de mensen met de allerhoogste inkomens dan? De 1 procent meestverdienenden? Ook hier zit de verrassing in de onveranderlijkheid. De grootverdieners takelden in 2019 6,5 procent van het inkomen naar binnen, en dat was in 1977 ook al zo. De veranderingen binnen de groep grootverdieners zijn dat er iets meer vrouwen tot het gezelschap behoren, en dat het aandeel ondernemers binnen de groep is … gedaald.

Internationaal bungelde de groep Nederlandse grootverdieners in 2019 in dat gezelschap stijf onderaan met hun 6,5 procent van het Nederlandse inkomen. De VS staan op plek 1, met een inkomensaandeel van 18,7 procent van het Amerikaanse inkomen voor de grootverdieners.

Nederland kent dus al drie decennia een stabiele inkomensverdeling en is er tegelijkertijd in geslaagd het aantal kinderen dat opgroeit in armoede te halveren. Alles kan altijd beter, maar dit is toch niet slecht gedaan, zou ik denken.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden