De ijzeren logica van een zoetwatergek

WAAROM IS het economische herstel zwakker dan verwacht? Hoe zal de economie zich volgend jaar ontwikkelen? Wat moet de overheid doen om te helpen?...

De Amerikaanse econoom Robert Barro weet ook wel dat dat ongewenste antwoorden zijn. 'Mensen denken dan dat ik weinig weet van macro-economie, of dat ik ze informatie onthoud.'

Ten onrechte, want in Getting it right, een bundel artikelen voor een algemeen publiek, in meerderheid geschreven voor de Wall Street Journal, laat Barro de lezer vrijelijk delen in zijn economische kennis. Die kennis verzamelde hij op de University of Chicago, zijn intellectuele thuis, en Harvard University, waar hij dezer dagen verblijft als 'the resident rightwinger in a liberal establishment'.

Dus vervolgt hij met recht: 'Ik ben juist relatief goed geïnformeerd.' Maar, houdt hij vol, 'deze omstandigheid is goed te combineren met onwetendheid over de oorzaken van voorbije conjunctuurgolven en onzekerheid over de toekomstige bewegingen'.

Barro's onwetendheid moet een les voor ons zijn. Want zijn niet-weten 'rechtvaardigt niet alleen bescheidenheid over de voorspellende kwaliteiten van macro-economen', maar geeft ook aan 'dat de overheid niet moet proberen de conjunctuur te stabiliseren'.

En daar springt de aap uit de mouw: 'Het beste is, als de overheid zorgt voor een stabiel raamwerk en dan een stapje opzij doet.'

De overheid verzorgt het raamwerk, de markt doet de rest. Markets and choices in a free society luidt de ondertitel van Barro's boekje, en een nachtwakerstaat is voldoende voor het functioneren van markten zodat consumenten in vrijheid kunnen kiezen. Of Barro nu schrijft over economische groei (in het eerste deel van het boekje), over monetair en financieel beleid (deel twee), budgettair beleid (drie) of (in deel vier) over een reeks van diverse onderwerpen, waaronder schoolkeuze, bedreigde diersoorten en onvrijwillig meeroken, de teneur is steeds gelijk.

'Ik ben er wel eens van beschuldigd te voorspelbaar te zijn', geeft Barro toe. Om met de ijzeren logica die voor dit boekje kenmerkend is te riposteren: 'Maar wat betekent het onvoorspelbaar te zijn? Dat men niet beschikt over een coherent gedachtegoed dat logische antwoorden op goed geformuleerde vragen verschaft? Of dat men een ander antwoord krijgt de tweede keer dat dezelfde vraag gesteld wordt?' De kritiek is in Barro's ogen dus eigenlijk lof: voorspelbaarheid is een deugd.

Barro is, in de terminologie van politicus-econoom Rick van der Ploeg, een 'rechtse rechtse' econoom. Rechts in zijn politieke voorkeuren - al noemt Barro zichzelf bij voorkeur een 'klassieke liberaal' en geen republikein of conservatief. En rechts in zijn economie-beoefening. Barro is een zogenoemde zoetwatergek, een representant van de aan de Amerikaanse Great Lakes gelegen Universiteit van Chicago.

Een mooi voorbeeld van Barro's aanpak is zijn Tale of two cities, over de economische groei tussen 1960 en 1990 in de stadsstaatjes Hongkong en Singapore. Eerst overtuigt Barro zijn lezers er geduldig van dat beide tijgers goed vergelijkbaar zijn; beide groeiden gemiddeld met 6 procent per jaar. Vervolgens noemt hij de belangrijke verschillen.

Vergeleken met Hongkong voerde de Singaporese overheid een veel activistischer beleid. Met het pensioensysteem dwong Singapore particuliere besparingen af. Singapore voerde bovendien een activistische industriepolitiek; de overheid koos groei-industrieën uit en subsidieerde de ontwikkeling daarvan. En ten derde lag het niveau van de overheidsinvesteringen in Singapore beduidend hoger dan in Hongkong. De Engelse kroonkolonie liet de economie vrij, met uitzondering dan van de beschikkingsmacht over de grond.

Barro laat de gevolgen zien van dat verschil in beleid. Terwijl in Hongkong het investeringsaandeel in het nationaal inkomen sinds 1960 steeds zo'n 20 procent bedraagt, bereikte deze investeringsquote in Singapore duizelingwekkende hoogten: bijna 40 procent per jaar sinds 1970.

En als je van elke verdiende gulden vier dubbeltjes opzij legt voor investeringen, opzij moet leggen van de overheid, blijft er niet zo veel over om te consumeren. 'In 1990 was het inkomen per hoofd van de bevolking in Singapore 104 procent van dat van Hongkong; maar de consumptie per hoofd was slechts 71 procent van die van Hongkong.'

En dus luidt de 'rechtvaardige' conclusie dat de 'Singaporese politiek van gedwongen besparingen en actieve industriepolitiek fout is geweest'.

Er zijn weinig rechtse rechtse economen in Nederland. Geen van hen produceert Barro's gietijzeren logica, geen van hen zijn geharnaste stijl, geen van hen zijn gemene grappen. 'Vroeger was ik links', zo begint dit boek. De genezing kwam op de universiteit in de vorm van John Kenneth Galbraith.

Zijn toenmalige held hield een toespraak op de campus en de jonge Barro was hierover ernstig teleurgesteld. 'In 1964', schrijft Barro dan, 'dacht ik dat Galbraith gewoon een slechte dag had gehad; later begreep ik dat zijn probleem systematischer was.'

Frank Kalshoven

Robert J. Barro: Getting it right - markets and choices in a free society.

MIT Press; ¿ 50,50.

ISBN 0 262 02408 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden