De grenzen zijn open, maar bijna niemand gaat

De meeste euro-landen maken hun arbeidsmarkt nu eindelijk flexibeler. Toch zoeken Europeanen nieuwe banen nauwelijks buiten hun eigen land, en misschien zullen ze dat ook wel nooit doen....

A LS ER één land in Europa is dat, afgaand op de statistieken, als voorbeeld kan dienen voor de vrije vestiging van werknemers, dan is het Luxemburg wel. Van alle werkende inwoners van Luxemburg is een op de zeven afkomstig uit een ander land van de Europese Unie. De meeste andere lidstaten komen niet verder dan een op de honderd.

Maar Luxemburg is geen goed voorbeeld. Het is een bancair paradijs, waar alle belangrijke banken een vestiging hebben. Daar werken vooral werknemers die dezelfde nationaliteit hebben als de bank. Zij zijn niet op eigen houtje naar Luxemburg getrokken omdat daar zoveel banen zijn, maar door hun baas gestuurd.

Als er één land in Europa is dat, afgaand op de statistieken, als voorbeeld kan dienen voor de vrije vestiging van werknemers, dan is het Luxemburg dus niet en zijn alle andere eurolanden het wel. De vrije vestiging van werknemers bestaat op papier wel, maar van grote arbeidsmobiliteit is Europa nauwelijks sprake.

Er werken wel Nederlanders in Duitsland, Fransen in Spanje of Belgen in Italië, maar veel zo niet de meesten van hen zijn gewoon gestuurd. Ze werken nog voor dezelfde baas, alleen in een ander land. Alleen onder Ieren en Portugezen is het aantal werkzoekers in het buitenland mogelijk groter dan bij de rest van de Europeanen.

Die geringe arbeidsmobiliteit in Europa baart economen, politici en centrale bankiers zorgen. Door de euro verliezen beleidsmakers twee mogelijkheden om de economie te sturen: een eigen wisselkoersbeleid en een eigen monetair beleid.

Een derde instrument wordt beperkt. Het stabiliteitspact, dat met de komst van de euro van kracht wordt, stelt grenzen aan het begrotingsbeleid van regeringen. Blijft er nog maar één mogelijkheid over: arbeidsmarktbeleid.

De verlaging van de werkloosheid, het opvangen van schokken die de gehele economie uit evenwicht brengen, de toenemende concurrentie in euroland tussen ondernemers: het zijn allemaal ontwikkelingen die de druk op het arbeidsmarktbeleid vergroten. Deze druk zal, zo zegt ongeveer iedereen, moeten leiden tot grotere flexibiliteit; of het nu gaat om de vestigingsplaats in Europa, werktijden, ontslagbescherming of de sociale zekerheid.

Met die nationale veranderingen op de arbeidsmarkt begint het aardig te lukken in Europa. Mede onder aanhoudende druk van internationale organisaties als de OESO hebben de meeste Europese landen in de afgelopen jaren minstens een begin gemaakt met herziening van de arbeidsmarkt. Niet alle landen zijn al even ver als Nederland, en dat is volgens diezelfde OESO ook de reden dat in Nederland de banengroei hoger is en de werkloosheid lager ligt dan in de rest van Europa.

Maar met de mobiliteit in Europa wil het niet echt vlotten en misschien zal het ook nooit echt wat worden. 'Open grenzen betekenen alleen iets voor mensen voor wie taal en cultuur geen barrière vormen (hoogopgeleiden), of voor wie het loonverschil erg hoog is', schreven de Nederlandse arbeidsmarkteconomen J. Theeuwes en J. Hartog in 1993.

Vaak wordt verwezen naar de Verenigde Staten waar de mobiliteit aanzienlijk hoger ligt dan in Europa. Een werkloze Texaan pakt sneller zijn boeltje bijeen om in Illinois zijn geluk te zoeken dan dat een Portugees in Finland probeert aan de slag te komen.

De Amerikaanse ervaring met migranten van buiten de VS heeft geleerd dat er sprake is van een soort schaap-over-de-dam-effect. Eerst komen enkele werkzoekers, die plukjes eerstelingen vormen op den duur gezamenlijk een zichtbare groep en dat geeft steeds meer landgenoten de moed ook naar dat buitenland te vertrekken.

Veel zicht op de Europese mobiliteit is er niet. 'Uiteindelijk is het moeilijk te voorspellen hoe de migratiestromen zullen verlopen in Europa', aldus Theeuwes en Hartog. 'Economisch zou men verwachten dat ze lopen van het armere minder geïndustrialiseerde zuiden naar het rijkere noorden. Hierbij is natuurlijk cruciaal om te zien waar bedrijven zich in de toekomst zullen vestigen. Waarom zou verdere industrialisatie van Europa zich niet eerder concentreren in de zuidelijke landen waar het klimaat aanzienlijk gunstiger is dan in het noorden?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden