De gouden bruiloft van 'Mandela'

Hoewel vakbonden en oppositie een massale protestbijeenkomst hebben belegd, voel ik me niet geroepen in Paramaribo te blijven. Ik heb zin de demotiverende, kapotte stad te verlaten en besluit met een vriend naar het district Coronie te gaan en daar de gouden bruiloft van zijn opa en oma bij te...

Directe aanleiding voor de protestbijeenkomst is het ontslag van de directeur van Staatsolie. De regering wil het bedrijf uit geldnood in de 'uitverkoop' doen. De directeur verzet zich daartegen. Suriname gedraagt zich in deze zaak weer eens als een kalende man die niet langer maalt om zijn laatste plukjes haar.

Onderweg pikken we toch wat mee van het protest. Aan de gesloten poort van de raffinaderij meldt een oranje spandoek: 'Wegens principiële redenen gesloten'. Kort daarna passeert ons een bus met werknemers. Uit een raam wappert een vlag met daarop een steunbetuiging aan de directeur: 'Handen af van Jharap'.

Coronie, waar overwegend creolen wonen, ligt 150 kilometer ten westen van Paramaribo en wordt wel het 'kokosdistrict' genoemd. Palmbomen groeien er volop. De laatste keer dat ik er was, vlogen de muggen in horden achter me aan en verliet ik Coronie vol bulten, net als de Elephantman.

Aangekomen in het plaatsje Totness verlaten we de hoofdweg via een zandweg. De lucht geurt naar kippenpoep en kokosolie. Ooit floreerde hier de kokosolie-industrie. Nu wordt nog slechts voor eigen gebruik geproduceerd.

Het gouden echtpaar woont in een typisch creools huis: klein en geschilderd in pastelblauw en oudroze. Op het achtererf lopen ganzen en kippen rond, en houdt de rook van smeulende kokosnootbast de muggen zoveel mogelijk uit de buurt. Op het voorerf is speciaal voor de gelegenheid een zinken afdak gebouwd dat feestelijk is versierd.

In colonne vertrekken gasten en echtpaar naar de kerk, die langs de hoofdweg staat. Aan de overkant bevindt zich een okergeel 'jeugdgebouw' met een tredenrijke trapgevel. Ook in de kerk, met zijn gothische gewelven, blijf ik me erover verbazen dat met hout kennelijk alles mogelijk is. Op de zijwanden van de kerk beelden schilderijen het kruisigingsproces van Jezus uit: van de veroordeling, via het gekruisigd worden, tot het graf. Achter het altaar hangt een hedendaagse schildering van het kerkgebouw, geflankeerd door palmbomen. Het geheel wordt aanschouwd door Maria. Onder dit beeld staat: 'O.L. Vrouw onbevlekt ontvangen'.

'Bert en Wilma Lamsberg-Feller', richt de blanke priester zich tot de jubilarissen. 'Vijftig jaar geleden trouwden jullie in deze kerk. Velen van toen zijn er nu niet meer, maar wel 12 kinderen, 42 kleinkinderen en 4 achterkleinkinderen.' Het echtpaar luistert met gesloten ogen. Hij is tenger en getekend door arbeid. Zij is acceptabel uitgedijd. Tegenover mij hangt Jezus geloofwaardig te lijden. Na de zegening van zijn 'lichaam en bloed' worden de aanwezigen uitgenodigd dit tot zich te nemen. Tijdens de dienst worden zang en gebed herhaaldelijk afgewisseld met knielen, zitten en staan. Aan het eind van deze religieuze ochtendgymnastiek leest opa Lamsberg de dagtekst voor: 'Niets schenkt de mens zoveel bevrediging, dan zijn plicht te hebben gedaan.'

Na afloop blijf ik hangen als een museumbezoeker. De pater vertelt trots dat zijn kerk in 1892 is gebouwd. De massieve pilaren moesten toen over het water worden vervoerd en vervolgens met behulp van een ezel over het land worden gesleept. De schilderijen hingen oorspronkelijk in de kathedraal van Roermond en later in die van Paramaribo. Ik vraag hem of gouden bruidsparen een uitstervend ras zijn. 'Niet hier', antwoordt hij. 'Verleden week hadden we een zestigjarige bruiloft en binnenkort weer een.'

Thuis worden we ontvangen door een orkest. Als iedereen zit, begint opa Lamsberg te vertellen over hun 'moeilijke' huwelijksdag. Geld was er niet. Toen ze trouwden, had hij maar vijftig centen op zak. Hij onderbreekt zijn verhaal als de districtscommissaris - gekleed in bruin uniform - arriveert en 'namens de president' felicitaties komt overbrengen.

Het wordt geen plichtmatig praatje. De DC krijgt de lachers op zijn hand als hij begint met: 'Vandaag is het vijftig jaar geleden dat jullie zeiden: we zullen het proberen.' Er wordt geschaterd als hij zegt: 'Het water des levens was woelig maar ook overheerlijk zoet, want anders krijg je geen twaalf kinderen. Niet voor niets werd opa ''Mandela'' genoemd.'

Na ontvangst van een cheque verklaart opa Lamsberg zijn bijnaam. 'We werkten hard. Er was geen eten. De olie verkocht niet en de overheid keek niet naar ons om. We besloten de weg af te zetten en ik heb persoonlijk alle schoolkinderen uit de lokalen gehaald. Ik nam alle verantwoordelijkheid op mij en zei: dan moeten ze me maar komen opsluiten, net als Mandela. Sindsdien ben ik nooit meer van die naam afgekomen.'

Zijn geest is nog steeds strijdvaardig: 'We moeten durven op te komen; maar wél op gepaste wijze', besluit hij op ernstige toon zijn speech. Het feest blijft ingetogen. Het orkest zet zo nu en dan in. Vrijwel niemand verlaat zijn plaats. Kleindochters brengen drank, cake, pindasoep en bruine bonen met rijst.

Geestelijk opgeladen kom ik terug in Paramaribo. Ik hoor dat de bevolking is opgeroepen morgen en overmorgen thuis te blijven en er twee 'heerlijke WK-dagen' van te maken. De tijd zal uitwijzen of dit een gepaste wijze is om een regering met dictatoriale trekjes naar huis te sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden