De geschiedenis van 'cultureel Tsjernobyl' Disneyland Parijs is één lange lijdensweg

Dat er in Disneyland Parijs geen wijn bij de lunch werd geserveerd, maar cola, was nog tot daaraan toe. Dat ook de gerechten in de horeca van het pretpark op de Amerikaanse smaak waren gericht - hamburgers in plaats van slakken - was vloeken in de Franse keuken. Zo begon het attractiepark destijds al onder een verkeerd gesternte, en het herstelde zich nooit.

In maart vierde Mickey Mouse nog het 25-jarig bestaan van Disneyland Parijs. Beeld anp

Daarom haalt Walt Disney, het Amerikaanse moederbedrijf, het aandeel van het 25 jaar geleden geopende pretpark van de beurs, zo werd woensdag bekend. Het Walt Disney-concern heeft 97 procent van de aandelen zelf in handen, genoeg om de beursnotering te kunnen schrappen.

Hoewel het attractiepark niet zijn deuren sluit, komt er wel een einde aan het zelfstandig bestaan van Eurodisney, de naam waaronder het park in 1992 open ging. Sinds 2002 heet het Disneyland Parijs. In zijn 25-jarig bestaan leed de Franse Disney-kloon 18 jaar verlies.

De geschiedenis van het Disney-pretpark in Europa is één lange lijdensweg. De Fransen spraken van cultureel imperialisme, omdat een bolwerk van de Amerikaanse cultuur zich in het hart van Frankrijk durfde te vestigen. Eén maand na de opening blokkeerden Franse boeren de ingangen uit protest tegen het Europese en Amerikaanse landbouwbeleid.

Een journalist van de Franse krant Le Figaro schreef: 'Ik hoop vurig dat de demonstranten het park in de brand steken'. En de Franse theaterdirecteur Ariane Mnouchkine noemde Eurodisney een 'cultureel Tsjernobyl'. 'We zijn wie we zijn', repliceerde toenmalig directeur Robert Fitzpatrick. 'Mickey Mouse zal geen alpinopet dragen of baguette verorberen.'

Culturele hersenspoeling

Dat de Amerikanen van alle 12 duizend werknemers van het nieuwe attractiepark eisten dat ze de Engelse taal machtig zouden zijn, was onacceptabel voor de Franse vakbonden. Zij vonden dat die verplichting in strijd was met de rechten op 'individuele vrijheid en privacy'. Disney eiste dat het Europese - vooral Franse - personeel dezelfde glimlach zou tonen, hetzelfde geduld zou hebben en dezelfde vriendelijkheid ten beste zou geven als de bezoekers van de Amerikaanse parken in Florida en Californië. Maar de Franse onbeleefdheid tegenover vreemden bleek een moeilijk te slechten culturele barrière.

Veel werknemers zagen de Disney-opleiding als een vorm van culturele hersenspoeling, net als de strikte dresscode: geen baarden en snorren, keurig geknipt haar en geen gekleurde sokken. Zelfs voor het ondergoed golden regels. In mei 1992 meldden Amerikaanse kranten dat drieduizend werknemers er binnen twee maanden al de brui aan hadden gegeven en waren opgestapt. 'Onzin', riep Fitzpatrick, 'dat zijn er maar duizend.'

Toenmalig Walt Disney-topman Michael Eisner houdt in 1992 het eerste entreebewijs voor Eurodisney omhoog. Beeld afp

Erger was dat de bezoekersaantallen achterbleven door de slechte publiciteit. In plaats van de verwachte 60 duizend bezoekers per dag kwamen er maar 25 duizend. En wat helemaal niet was voorzien: de bezoekers bleven gemiddeld maar twee dagen, tegen gemiddeld vijf dagen in de VS.

Al in de eerste winter moesten een aantal bijbehorende hotels worden gesloten. Meteen werden vergelijkingen getrokken met het een jaar eerder geopende Parc Astérix, een op de gelijknamige, beroemde Franse strip gebaseerd themapretpark dat net ten noorden Parijs ligt. Parc Astérix was wel vanaf het begin een succes, omdat het veel beter aansloot bij de Franse en Europese culturele smaak en voorkeuren.

Pas in 1995, na de opening van de attractie Space Mountain en een flinke reorganisatie, gingen de bezoekerscijfers omhoog en maakte Eurodisney voor het eerst winst. Uiteindelijk zouden de bezoekersaantallen oplopen van 8 miljoen in 1994 tot 15,7 miljoen in het recordjaar 2011 - vier keer zoveel als De Efteling en acht keer zoveel als Parc Astérix.

Kinderen in het Astérix-park. Beeld afp

Enorme royalty-afdrachten

Dat het Franse Disney-park desondanks geen winst maakt (ook vorig jaar schreef het weer rode cijfers) zou te wijten zijn aan de enorme royalty-afdrachten aan het Amerikaanse Disney. Die bedroegen maar liefst 10 procent van de omzet, terwijl Legoland in Engeland bijvoorbeeld 2 procent aan de Deense rechthebbende van het Lego-merk moet betalen. Maar in veel jaren kon Eurodisney die royalty's helemaal niet betalen, waardoor de schuld aan Walt Disney verder opliep.

Inmiddels is de Franse klaagzang over cultureel imperialisme verstomd. Eurodisney, tegenwoordig dus Disneyland Parijs, is met 30 duizend personeelsleden de grootste werkgever in de omgeving van de Franse hoofdstad. De stad die in de jaren tachtig de strijd won om de Europese locatie van het Amerikaanse Disney (en daarbij twee Spaanse steden en een andere Franse stad versloeg), heeft er profijt van gehad.

Als er een grote verliezer is aan te wijzen, dan moeten dat de beleggers zijn. In 1989 was de beursgang van Eurodisney de grootste in de geschiedenis van Europa. Bijna 100 duizend beleggers kochten voor 72 Franse franc per stuk - omgerekend toen 10 euro - aandelen van het pretpark. Drie jaar later bij de opening was de koers gestegen tot omgerekend 32 euro. Nu krijgen beleggers 2 euro per aandeel terug: een verlies van 80 procent sinds 1989 en 95 procent sinds 1992.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden