De Franse boer leeft in bittere armoede: 'Het is geen leven, maar overleven'

Kan de Franse boerenstand zich nog opnieuw uitvinden?

De kleine boer, eeuwenlang het symbool van de Franse volharding, kwijnt weg. Nog maar 3 procent van de Franse beroepsbevolking werkt in de landbouw. De boeren die er nog zijn, leiden veelal een nooddruftig bestaan. Is het tij te keren?

Foto getty

'Mijn ouders zeiden: weet je zeker dat je de boerderij wilt overnemen? Wij zien liever dat je ergens anders gaat werken. Maar ik heb het risico genomen. C'est la passion', zegt akkerbouwer Nicolas Courmont (37) uit Thiel-sur-Acolin, een dorpje in de Allier. Tien jaar geleden kocht hij de boerderij van zijn vader. Misschien was het toch niet zo'n verstandige beslissing. 'De boerderij brengt niets op. Helaas moet ik zeggen dat we leven van het salaris van mijn vriendin. Ze is serveerster in een restaurant, dus ons inkomen is niet fantastisch.'

Courmont, voorman van de boerenvakbond Coordination Rurale, verbouwt mais, koolzaad en vooral graan. Zijn boerderij ligt tussen de velden, aan het einde van een lange, onverharde weg, tussen de bomen en bosschages. Dit is la France profonde, het 'diepe Frankrijk' van de kleine boer die zo lang de ruggengraat van de Franse samenleving vormde. Voor veel mensen is de boer nog altijd een symbool van het 'echte' Frankrijk. Parijzenaars en andere stedelingen koesteren een sentimentele band met hun terroir, de agrarische streek waar hun familie vandaan komt en waar ze vaak nog een tweede huis hebben. 'De landbouw en de boeren vormen Frankrijk, zijn genie, zijn wortels', zei premier Valls in 2015.

Maar wat is er nog over van dat boeren-Frankrijk?

In 1955 werkte 31 procent van de beroepsbevolking in de landbouw, nu nog maar 3 procent. Het gemiddelde inkomen is laag, rond de 15 duizend euro per jaar. Grote wijn- en graanboeren verdienen goed, maar veel agrariërs lijden bittere armoede: 30 procent heeft een inkomen van minder dan 350 euro per maand, 20 procent van de bedrijven lijdt verlies. Boeren leven van spaargeld, bijbaantjes of het salaris van hun vrouw. Eens in de twee dagen pleegt ergens in Frankrijk een boer zelfmoord.

Nicolas Courmont

Nauwelijks vol te houden

Frédéric Blanchonnet (44) is veehouder in Saint-Marcel-en-Marcillat, een ander dorpje in de Allier. Hij heeft 120 Charolaises, de karakteristieke lichte vleeskoeien die je hier overal ziet. Blanchonnet is een boer die met zijn tijd is meegegaan. Op het dak van zijn stallen heeft hij zonnepanelen geïnstalleerd. Vanuit zijn huis in het dorp, achthonderd meter verderop, houdt hij zijn koeien in de gaten met een videocamera. Maar het boerenbedrijf is nauwelijks meer vol te houden, zegt hij.

'De productiekosten van een kilo rundvlees liggen rond de 4,50 euro, terwijl de opbrengst maar 3,65 euro is. De subsidies, vooral uit Europa, kunnen het verlies niet goed maken. Op dit moment brengt de boerderij nagenoeg niets op. De verkoop van elektriciteit van zonnepanelen is een bijverdienste. Gelukkig werkt mijn vrouw buitenshuis, anders zou het heel lastig worden', zegt hij.

Met de boerenbond FNSEA strijdt hij nu voor 'een rechtvaardige prijs' voor zijn vlees. De supermarkten en de tussenhandel moeten meer gaan betalen, zodat boeren in elk geval uit de kosten komen. De cijfers ondersteunen de eisen van de boeren: er blijft inderdaad veel geld hangen bij tussenhandel en supermarkt, ten koste van de boer. 'Ik denk ook dat consumenten best iets meer willen betalen als ze weten dat ze goed en gezond vlees krijgen, in Frankrijk geproduceerd met aandacht voor dierenwelzijn', zegt hij.

Revolutionaire erfenis

Maar zal die 'rechtvaardige prijs' hoog genoeg blijken om de structurele zwakte van de Franse landbouw te compenseren? Is het mogelijk de prijs in Frankrijk hoog te houden, als overal elders ter wereld goedkoop en grootschalig geproduceerd voedsel te krijgen is? De Franse boer werd lange tijd beschermd tegen de grillen van de markt. De Revolutie maakte een eind aan het feodale grondbezit. Frankrijk werd een land van kleine boeren op eigen grond. Trots en vrij, niemands knecht, geheel in de geest van de revolutionaire idealen. Deze erfenis moest worden beschermd tegen de import van goedkoop voedsel uit het buitenland. In de 19de eeuw verschanste Frankrijk zich achter tariefmuren. Later werd toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap gekoppeld aan de voorwaarde dat de Franse boeren ruimhartig gesubsidieerd zouden worden.

Die protectionistische traditie heeft ook nadelen. De ontwikkeling van de Franse landbouw wordt geremd doordat 'Frankrijk cultureel zeer gehecht is aan de kleine boer', schreef Le Monde in een hoofdredactioneel commentaar. Mede daardoor is het Deense melkveebedrijf gemiddeld drie keer zo groot als het Franse. Tussen 2005 en 2014 steeg de opbrengst van Franse bedrijven gemiddeld met 6 procent, die van Duitse met 63 procent. Franse bedrijven zijn te klein in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten en hebben te weinig kapitaal om te investeren in robotisering en andere technologieën, volgens een rapport voor de Conseil d'Analyse Economique, een adviesorgaan van de regering.

Mede daardoor hebben andere landen veel meer geprofiteerd van de opkomst van nieuwe markten in Oost-Europa en Azië. Twintig jaar geleden was Frankrijk de tweede landbouwexporteur ter wereld, nu de zesde, achter de Verenigde Staten, Nederland, Brazilië, Duitsland en China.

Frankrijk kan niet langer voortmodderen met het subsidiëren van sympathieke familiebedrijven schreef Le Monde. Boeren moeten kiezen uit twee mogelijkheden. Sommigen moeten meegaan in schaalvergroting en kostenreductie, anderen overschakelen op hoogwaardige, al dan niet biologische landbouw, voor koopkrachtige consumenten.

Dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan, zegt veeboer Blanchonnet. De biologische landbouw ziet hij niet als oplossing. 'Het is een nichemarkt. Niet alle boeren kunnen daarvan leven. Bovendien: als iedereen bio gaat produceren, zullen de prijzen dalen en zitten we weer met hetzelfde probleem', zegt hij.

Lieflijke heuvels

Schaalvergroting is lastig in Frankrijk. 'In Brazilië kun je rustig een boerderij met 15 duizend koeien beginnen. Maar als je in Frankrijk 500 koeien hebt, wordt je toegang al geblokkeerd door actievoeders', zegt hij. La ferme des milles vaches in de Somme, een boerderij met duizend koeien, werd in brand gestoken uit protest tegen de 'industrialisering van de landbouw', zonder grote gevolgen voor de productie overigens.

Grote delen van Frankrijk lijken ook niet geschikt voor megalandbouw. De Charolaises van Blanchonnet grazen vredig in de wei, omzoomd door heggen, tegen de lieflijke heuvels van de Allier. Je moet er niet aan denken dat in dit idyllische land overal koeien-, varkens- en kippenflats verrijzen. 'Hier in de Allier is de landbouw enorm gevarieerd. We hebben alles, van akkerbouw tot veeteelt. In Amerika zie je één bedrijf, zover het oog reikt. Daar word ik triest van', zegt akkerbouwer Courmont.

Vanuit Nederlands perspectief is de Franse boer conservatief. Als een sector tekortschiet op de markt, worden de bakens niet verzet, maar de staat te hulp geroepen. Niet zelden wordt de eis van bescherming kracht bijgezet door landbouwproducten op straat te kieperen of snelwegen te blokkeren.

Maar op het platteland van de Allier begrijp je de Franse boeren wel. Frédéric Blanchonnet hoopt dat zijn bedrijf straks wordt overgenomen door zijn zoon, een middelbare scholier die zijn vader zoent als hij de kamer binnenkomt. Zoals Blanchonnet twintig jaar geleden de boerderij van zijn eigen vader kocht. Zo gaat het al generaties lang, in Saint-Marcel-en-Marcillat.

Maar nu dreigt de kille wereld van vrijhandel en internationale concurrentie tussenbeide te komen. De Fransen eten minder vlees, Noord-Europese concurrenten zijn efficiënter. Straks sluit Europa wellicht het Mercosur-verdrag met Zuid-Amerika, waardoor Braziliaans vlees gemakkelijker toegang zal krijgen tot de Europese markt. 'Dat hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Daardoor zouden nog eens 20- tot 30 duizend veeboeren verdwijnen', zegt Blanchonnet.

Is het tij nog te keren? Nu nog maar 3 procent van de beroepsbevolking in de landbouw werkt heeft de kleine boer veel van zijn politieke gewicht verloren. Grote delen van la France profonde hebben nauwelijks economische betekenis en worden met subsidies overeind gehouden. 'Het overleven van de Franse veeteelt staat op het spel', zegt Blanchonnet.

Als er niets gebeurt, zullen steeds meer boeren verdwijnen. Het platteland zal een soort agrarisch themapark worden, het toekomstbeeld dat Michel Houellebecq schetste in zijn roman De kaart en het gebied. Een handjevol boeren tussen rustzoekers uit de hele wereld die verlaten huizen opknappen. Het terroir van weleer wordt een lifestyle-platteland.

Die ontwikkeling is al in volle gang, maar de boeren in de Allier blijven vechten.

Boer zijn, daar stop je niet zomaar mee. 'Ik verdien 700 euro per maand. Het is geen leven maar overleven', zegt Alexandre Armel (35), rund- en schapenhouder. 'Ik denk weleens aan stoppen, maar ik heb al zo veel van mijzelf in het bedrijf geïnvesteerd en ik ben al zover gezakt dat ik denk: slechter kan het niet worden.'

Nicolas Courmont: 'Dat zeggen boeren altijd: volgend jaar zal het beter gaan.'

Alexandre Armel