COLUMNFrank Kalshoven

De Europese begroting is klein bier als je kijkt naar het Europees inkomen

Na dagen onderhandelen bereikten de Europese regeringsleiders dinsdagochtend vroeg een akkoord over de Europese begroting voor de komende jaren en de omvang en inrichting van een Europees ‘herstelfonds’. Bij de begroting gaat het om de lieve som van 1.074 miljard euro. Het herstelfonds telt 750 miljard.

Is dat veel geld? Stomme vraag: het is een megaplens. Echt? Ja, het is een megaplens. En toch is het klein bier. Laten we kijken.

Eerst de begroting. We zijn gewend, van Prinsjesdag, om te kijken naar begrotingen als jaarbedragen. Komend jaar hoopt de overheid x-miljard aan inkomsten te krijgen en zal ze y-miljard uitgeven. Eventueel vergelijken we dit met het Nederlandse nationaal inkomen, zo’n 750 miljard euro, om dan vast te stellen dat de overheid in een jaar grofweg 40 procent van het nationaal inkomen invordert en weer uitgeeft.

Als we lezen over een Europese begroting van 1.074 miljard, vergelijken we dat mentaal automatisch met de Nederlandse begrotingscijfers. En dan lijkt het nogal wat. Maar de term ‘Europese begroting’ is om die reden misleidend. De term is een bondige manier om op te schrijven wat het werkelijk is, namelijk het meerjarig financieel kader van de Europese Unie. Die 1.074 miljard is de begroting voor de periode 2021-2027 en geldt dus voor zeven jaar.

De Europese begroting op jaarbasis, zodat die beter vergelijkbaar wordt met de Nederlandse, is dus 1.074 miljard gedeeld door zeven jaren, oftewel dik 153 miljard euro per jaar.

Maar hoe groot is het Europees nationaal inkomen? Dat is natuurlijk gedaald door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, maar het is nog altijd aanzienlijk. Het totale jaarinkomen van de economieën van Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Nederland en de andere leden van de Europese Unie is zo’n 14 duizend miljard euro. In de Europese begroting van de komende jaren gaat iets meer dan 1 procent van het Europees nationaal inkomen om. De politieke strijd van afgelopen weekeinde betrof de cijfers achter de komma, om precies te zijn het tweede en derde cijfer achter de komma. Zou het 1,069 procent moeten worden? Of een spijkerharde 1,070 procent?

Kleine percentages van astronomische bedragen zijn natuurlijk nog steeds veel euro’s. Maar vergeleken met de nationale begrotingen van landen is de Europese begroting klein bier.

En het ‘herstelfonds’ van 750 miljard euro dan? Dit bedrag wordt uitgesmeerd over drie jaar. Die 250 miljard per jaar is dus nog geen 2 procent van het Europees inkomen. Interessant hieraan is wel dat het, anders dan de reguliere begroting, een echte bestedingsimpuls is. De Europese Commissie gaat het geld de komende jaren lenen op de kapitaalmarkt − deze leningen mogen we geen eurobonds noemen, of coronabonds, maar dat zijn het natuurlijk wel. 

Het afbetalen van deze leningen wordt op de lange baan geschoven (tot 2058 om precies te zijn) en over hoe dat betaald moet worden, bestaan vooral vage plannen. Een Europese belasting op plastic? Op digitale activiteiten? Op CO2-import? Op financiële transacties? Dat is allemaal nader uit te werken.

Dat de bedragen, eenmaal in context geplaatst, kleiner zijn dan ze op het eerste gezicht lijken, wil niet zeggen dat de regeringsleiders geen mooi werk hebben geleverd. Er gaan in elk geval zat weekenden voorbij waarin er minder uit mijn handen komt.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden