Analyse

De economische groei herstelt wel weer. Maar het welzijn, wat doet corona daarmee?

De groei gaat wel weer aantrekken, maar wat doet de coronacrisis met de brede welvaart, oftewel ons welzijn? Die manier van kijken wordt steeds belangrijker in de economie. ‘Bij eerdere crises werd de brede welvaart in eerste instantie niet hard geraakt. Later kreeg die alsnog flinke klappen.’

Prijzige vrijstaande woningen aan de Leidsche Rijn in De Meern (Utrecht). Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Prijzige vrijstaande woningen aan de Leidsche Rijn in De Meern (Utrecht).Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Opvallend monter presenteerde president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank deze week de jongste prognoses voor de Nederlandse economie. Na een krimp van 3,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in het coronajaar 2020, volgt dit jaar alweer een bescheiden herstel (2,2 procent), denkt de centrale bank. Dat wordt gevolgd door nog eens ruim 4 procent groei volgend jaar. Dit alles vooral doordat, als corona eenmaal onder controle is, consumenten eindelijk weer het geld kunnen laten rollen.

Maar bij onderzoekers die breder kijken dan alleen de economische groei is de stemming wat minder zonnig, blijkt uit de zaterdag verschijnende Brede Welvaartsindicator 2021 van de Universiteit Utrecht en de Rabobank. Voor die brede welvaart wordt niet zozeer gekeken naar de percentages van productie en consumptie, maar naar zaken die ons welzijn bepalen, zoals onder meer sociale contacten, baanzekerheid, de werk-privébalans, huisvesting en het milieu.

De universiteit en de bank proberen sinds 2016 de brede welvaart te vangen in één index, als een alternatief voor – of ten minste een aanvulling op – het bbp. De Brede Welvaartsindicator (BWI) is samengesteld uit elf ‘welvaartsindicatoren’, waaronder naast het inkomen onder meer dimensies als maatschappelijke betrokkenheid, onderwijs, veiligheid en persoonlijke ontwikkeling.

Daarbij kan het een ten koste gaan van het ander. Zo steeg de brede welvaart van 2013 tot 2019 vooral met dank aan de factoren inkomen en baanzekerheid. Maar de groeiende economie leidde tegelijk tot een verslechterende werk-privébalans en een afnemende woontevredenheid, door de oplopende krapte op de woningmarkt. Ook de maatschappelijke betrokkenheid nam iets af.

Beperkte schade, maar blijft dat zo?

Wat gaat corona dan doen met de brede welvaart? Op dit moment lijkt de schade volgens de onderzoekers op de meeste terreinen nog mee te vallen. De eerste signalen van begin zomer vorig jaar wijzen erop dat Nederlanders iets hebben ingeleverd op het vlak van sociale contacten, huisvesting en subjectief welzijn (de mate van geluk en tevredenheid).

Uiteraard was – en is – corona niet goed voor het geluk van Nederlanders; het geluksgevoel is voor meer mensen gedaald dan gestegen (6 procentpunt). Ook het beperken van bezoek aan familie en vrienden eiste enigszins zijn tol. Door het gedwongen thuiswerken kwamen bovendien de tekortkomingen van de eigen woning in beeld. Maar met dank aan de stroom overheidsmiljarden werden veel inkomens en banen gered. Per saldo lijkt daarmee ook de brede welvaart vorig jaar overeind te zijn gebleven.

De vraag is of de schade zo beperkt blijft. ‘Het is nog te vroeg voor definitieve antwoorden omdat veel gegevens er nog niet zijn’, zegt Erik Stam, hoogleraar economie in Utrecht en een van de BWI-onderzoekers. ‘Maar als je naar de geschiedenis kijkt, zie je bij eerdere crises ook dat de brede welvaart in eerste instantie niet hard geraakt werd. Later kreeg die alsnog flinke klappen.’

Bovendien blijkt het herstel langer te duren. Terwijl het bbp vrij snel weer opkrabbelde, keerde brede welvaart pas veel later terug op het oude niveau. Het meest sprekende – en recente – voorbeeld daarvan is de kredietcrisis van 2008. De economie begon na een diepe dip in 2010 alweer te groeien en bereikte in 2016 het pre-crisisniveau. De brede welvaart bleef tot 2013 teruglopen, om pas in 2018 weer het niveau van voor de crisis te bereiken. ‘Daarom is het voor beleidsmakers zo belangrijk om nu niet alleen naar het bbp te kijken, maar naar de brede welvaart’, zegt Stam. ‘Om te voorkomen dat het weer zo ingrijpend wordt en weer zo lang duurt.’

Utrecht en Gooi en Vechtstreek scoren goed

De regionale verschillen in brede welvaart zijn groot. De BWI geeft een indicatie van de kwaliteit van leven. Die wordt sterk bepaald door de directe leefomgeving en die verschilt nogal per regio. De provincie Utrecht (inclusief de Heuvelrug) en de regio Gooi en Vechtstreek hebben de hoogste eindscore in het onderzoek, gevolgd door Zuidwest-Friesland. In deze regio’s is het relatief veilig en zijn mensen bovengemiddeld tevreden met hun woning. Daarnaast zijn mensen in Utrecht en Gooi en Vechtstreek ook nog eens gezonder, hoger opgeleid en zekerder van hun baan, met een hoger inkomen.

De brede welvaart nam tussen 2013 en 2019 toe in alle veertig in kaart gebrachte regio’s, door de gestegen baanzekerheid en inkomens. Maar onderaan scoren de grootstedelijke regio’s Groot-Amsterdam en – vooral – de agglomeraties ’s-Gravenhage en Groot-Rijnmond relatief laag. Deze gebieden hebben last van de hoge concentratie van mensen en economische activiteit, in de vorm van minder milieukwaliteit, veiligheid en woontevredenheid. In de zuidelijke en noordoostelijke regio’s met een lagere brede welvaart zijn mensen gemiddeld genomen minder gezond en minder hoog opgeleid. Ook hebben ze minder baankansen en liggen hun inkomens lager.

Als de brede welvaart ergens maar beperkt is gestegen, hangt dat samen met een sterk gedaalde woontevredenheid. Dat geldt volgens de onderzoekers vooral voor de Zaanstreek, maar ook voor regio’s als Delfzijl, Den Haag en Amsterdam.

Hoe gaat het verder?

Die woontevredenheid gaat de komende jaren sowieso een steeds grotere (negatieve) rol spelen in de brede welvaart, nu de woningnood steeds nijpender wordt. ‘Maar het effect van de coronacrisis op de brede welvaart is natuurlijk geen natuurwet. Het hangt af van de beleidskeuzes die gemaakt worden’, zegt Sjoerd Hardeman, als econoom van de Rabobank betrokken bij de Brede Welvaartsindicator 2021.

Het schrikbeeld van de onderzoekers is harde bezuinigingen, zoals na de kredietcrisis, om de economie zo snel mogelijk weer te laten groeien, terwijl de brede welvaart in het gedrang komt. Hardeman wijst erop dat de coronacrisis veel domeinen van de samenleving raakt, van volksgezondheid tot het bedrijfsleven en van de scheidslijn tussen werk en privé tot het verenigingsleven. ‘Brede welvaart ís door de crisis al belangrijker geworden. Duidelijk is nu dat wat van waarde is voor mensen verder reikt dan alleen productie, inkomen en consumptie; met andere woorden verdergaat dan het bbp. Daarom moeten we juist nu brede welvaart als kompas gaan hanteren. Brede welvaart is het doel, het bbp slechts een middel om dit doel te bereiken.’

Wordt de brede welvaart het nieuwe bbp?

De brede welvaart is, als tegenhanger van het bruto binnenlands product, bezig aan een opmars. Verkiezingswinnaar D66 wil de indicator volgens het programma ‘leidend’ laten zijn in het economisch beleid. Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW stuurt hierop aan in de nieuwe toekomstvisie tot 2030, met de slogan ‘ondernemen voor brede welvaart’. En de drie planbureaus, waaronder het Centraal Planbureau (CPB), gaan op verzoek van de Tweede Kamer een kernset met indicatoren bouwen om brede welvaart onderdeel te maken van beleidsplannen.

Draait het bij Prinsjesdag dan straks om de BWI (brede welvaartsindicator) in plaats van het even bekende als beperkte bbp (bruto binnenlands product)?

Econoom Wimar Bolhuis van de Universiteit Leiden, die promoveerde op het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden, heeft nog zijn twijfels. Zo’n kernset is mooi, zegt hij, maar gaat weinig doen zolang het niet steevast onderdeel is van beleidsdocumenten. ‘Eén keer per jaar een rapport is niet genoeg. Het CPB levert vier keer per jaar een financieel-economische raming aan, de ministeries bouwen daarop hun budgetten. Als je daar ook vaste kerncijfers over milieu en sociale factoren in laat meelopen, naast koopkracht en werkloosheid, zul je zien dat politici en ambtenaren zich hiernaar gaan gedragen.’

De kracht van het bbp is de eenvoud, vult Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, aan. ‘Bovendien zijn brede welvaartsindicatoren niet politiek neutraal: weeg je bijvoorbeeld veiligheid zwaarder, of sociale contacten? Het bbp mist van alles, zoals de kosten van vervuiling of de waarde van vrije tijd. Maar het is wel scherp en objectief te meten.’

Die eenvoud gaat een cijfer over de brede welvaart nooit bereiken.Maar dat is ook niet de bedoeling, stelt D66-Kamerlid Joost Sneller. ‘Er komen steeds meer indicatoren naast het bbp te staan, een goede zaak. Maar de Tweede Kamer heeft unaniem besloten om niet te mikken op één samengesteld nieuw cijfer. We willen juist diverse factoren naast elkaar kunnen zien.’

De onderzoekers van de Brede Welvaartsindicator 2021 stellen juist dat de volgende uitdaging is brede welvaart integraal te gaan monitoren, zodat een goede vergelijking met het bbp mogelijk wordt en de onderlinge positieve en negatieve effecten zichtbaar worden. BWI-onderzoeker Erik Stam geeft de moed niet op. ‘Het bruto binnenlands product is ook maar ooit bedacht door wetenschappers tijdens de Grote Depressie, in de jaren dertig van de vorige eeuw. Kunnen we deze eeuw niet weer zo’n kompas uitvinden, maar dan een dat veel breder kijkt naar ons welbevinden?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden