Column Het spel en de knikkers

De duurste 100 duizend gezinnen kosten jaarlijks 10 miljard euro aan publieke ondersteuning

‘We streven ernaar om een trendbreuk in de bijstandsontwikkeling op Rotterdam-Zuid tot stand te brengen’, schrijft de Rotterdamse wethouder Richard Moti deze week aan de gemeenteraad. Dit streven is door de media getypeerd als ‘aanvalsplan’ - en waarom ook niet?

Het Rotterdamse plan is om twee redenen interessant. Ten eerste: het bevat een harde kwantitatieve doelstelling (en daar ontbreekt het nogal eens aan). Ten tweede: de aanpak is mensgericht, en (met excuses voor het lelijke woord) integraal. En ja, het kan ook nog beter.

Doelstelling. Op Zuid hebben nu, vergeleken met de rest van Rotterdam, disproportioneel veel mensen een bijstandsuitkering en de gemeente wil deze oververtegenwoordiging wegwerken. In cijfers: nu telt Zuid ruim 40 procent van alle bijstandsuitkeringen in de stad, het doel is dat te verlagen naar 31 procent, waarmee de aantallen uitkeringen gelijk over de stad zouden zijn verdeeld. Op weg naar dit doel voor 2031 (ja, dat is wel erg ver weg), staat voor 2022 een tussendoel van 37,4 procent in de plannen.

Hoe dan? ‘Aandacht is het sleutelwoord’, schrijft Moti. Eerste element: Rotterdam neemt meer begeleiders in dienst en verlaagt het aantal bijstandsklanten per begeleider, zodat per klant meer tijd en aandacht beschikbaar is. Tweede element: klanten krijgen één begeleider. Derde element: die begeleiders werken ‘multidisciplinair’, en doen wat nodig is, of dat nu gaat om hulp bij jobcoaching, kinderopvang, taal, of het wegwerken van schulden. Het resultaat – door werk op eigen benen staan – telt.

Aandacht mag het sleutelwoord zijn, bemoeizuchtig is het ook. En dat is nu juist wat er interessant aan is. Een ongeluk komt zelden alleen, en een (flink) deel van de mensen met een bijstandsuitkering heeft niet alleen gebrek aan inkomen, maar is (andermaal excuus voor het lelijke Nederlands) ‘een multi-probleem huishouden’. Gebrekkige opleiding, schulden, gezondheidsproblemen, huisvestingskwesties, en zo voort en zo verder.

Tegenstrijdige eisen

Onze overheid kan hier slecht mee uit de voeten. Standaard is: alle betrokken instanties sturen hun eigen specialist af op zo’n huishouden, dat dus een dagtaak heeft aan praten met de agent, de dokter, de bijstandsconsulent, de corporatie-medewerker, de Wmo-mijnheer of -mevrouw, de jeugdzorg-specialist, de wijkzorg verpleegkundige, de spijbelambtenaar, de deurwaarder, de zorgverzekeraar, en zo voort en zo verder. Het multi-probleemgezin heeft er dan dus nog een probleem bij: al die lui met hun tegenstrijdige eisen en adviezen.

Het Instituut voor Publieke Waarde (IPW) heeft over de extreemste gevallen weleens een lelijke som gemaakt: de duurste 100 duizend gezinnen kosten per gezin jaarlijks 104 duizend euro aan publieke ondersteuning. Dat is tien miljard euro. Elk jaar weer, want met zo veel volk over de vloer wordt er natuurlijk zelden iets opgelost.

Veel gemeenten proberen hier met ‘wijkteams’ iets aan te doen, maar die zijn zelden of nooit ingericht op leren en werken, maar veeleer op gezondheidszorg en sociale ondersteuning.

Dit maakt die Rotterdamse aanpak dus zo interessant. Eén begeleider (voor alle voorkomende problemen), én werk als doelstelling. Dat gaat met de zwaarste gevallen misschien niet lukken, maar met heel veel andere mensen op Zuid wel.

Het idee is dus goed en laten we hopen dat het werkt. In zijn brief rept wethouder Moti met geen woord over de evaluatie van de aanpak op Zuid. Dat is een ernstige omissie, maar die is makkelijk te fiksen. Even bellen naar de economische faculteit van de Erasmus Universiteit. Dit is een heerlijke onderzoekskluif voor de econometristen daar.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.