De crisis is officieel voorbij: Renault maakt een sportauto

In de leiding van Renault werken twee Nederlanders. Een van hen runt Alpine, dat zojuist deze klassieke sportauto opnieuw uitbracht.

De nieuwe Alpine.

Het verhaal gaat dat het meest karakteristieke kenmerk van de originele Alpine A110, de dubbele set ronde koplampen, een vondst was van de stagiair. Een leerlingmonteur die zestig jaar geleden in de garage van Renaultdealer Jean Rédélé in het Franse Dieppe sleutelde aan het prototype dat de Alpine A110 Berlinette zou worden. Een kleine sportauto die alle rally's won die er te winnen waren.

Ruim twintig jaar nadat de laatste Renault Alpine van de band was gekomen, is de sportwagen terug. Een nieuwe A110, geïnspireerd op de oorspronkelijke Berlinette. Inclusief het kwartet ronde koplampen, nu met led erin, en die gekke, bolle achterruit, oorspronkelijk bedoeld om de motor achterin lucht en ruimte te geven.

'Maar de A110 van 2017 is beslist geen retro-auto. Al zijn er natuurlijk verwijzingen naar de lijnen van toen', zegt Michael van der Sande (51), de baas van Alpine Cars. De aan Nyenrode opgeleide Nederlander werd via Harley Davidson en Tesla in 2013 directeur marketing wereldwijd bij Renault. Hij leidt sinds vorig jaar Alpine, dat in 1973 door Renault werd gekocht. De marketingman is de tweede belangrijke Nederlander bij Renault, die in 2009 al Laurens van den Acker (51) als hoofd ontwerp aanstelde.

Dauphine

Van der Sande is in Nederland vanwege de introductie van de eerste nieuwe Alpine 110, zaterdag bij Paleis Het Loo. Hij drinkt koffie in de voormalige Renaultgarage in Amsterdam-Oost, tegenwoordig een drukbezocht café dat Dauphine heet. Op het terras staat op aanraakafstand een levensecht blauwgrijs exemplaar van deze Dauphine, de auto waarvan Renault er tussen 1956 en 1967 2,1 miljoen heeft verkocht, een record voor die tijd.

Met de voorloper van de Dauphine, de 4CV, begon de geschiedenis van Alpine. De garagist Jean Rédélé, een piepjonge Renaultdealer, kwam in de jaren vijftig op het vrij onwaarschijnlijke idee om te gaan racen met die kleine auto, luchtgekoeld, met slechts 760 cc motorinhoud. Maar Rédélé zag potentie: de auto was licht en de plaatsing van de motor, die achterin lag, leidde ertoe dat hij de bochten goed hield. Allemaal eigenschappen die de Alpine later langs dikke Porsches zou leiden in de 24 uur van Le Mans.

'De Alpine van Rédélé was anders dan andere sportwagens. Het was geen patserige grote auto', zegt Van der Sande. De A110 moest het hebben van zijn geringe gewicht en wegligging. Niet van de pk's. 'Alpine was en is een auto voor mensen die van sturen houden', zegt Van de Sande. Net als Rédélé, die zijn bedrijf noemde naar de Alpenweggetjes waar hij graag bochten draaide.

Jean Rédélé (l) in zijn werkplaats.

Vooral die vroege Alpines hebben nog altijd fans. Het was een beetje een geheime schat van Renault. De 'sleeping beauty' is na 22 jaar wakker gekust. Had dat niet eerder gekund? Van der Sande zag natuurlijk ook hoe Fiat (met de Fiat 500 in 2007) en BMW (met de Mini vanaf 2001) nieuw marktaandeel binnenhaalden met retro-autodesign.

'Maar de Alpine is een auto voor een slechts een kleine groep liefhebbers. Het leek Renault geen goed idee om die in de crisis opnieuw uit te brengen.' In 2013 trok de autoverkoop weer aan. Dat was het sein om naast de 'volume-auto's' zoals de Clio en Captur, ook een hoger segment aan te spreken, een segment waar het 'volksmerk' Renault zelf niet de auto voor heeft.

Nederlands management

Opvallend dat twee Nederlanders zo hoog in het management zitten bij het Renault, wat toch een oer-Frans bedrijf is. Van der Sande: 'Laurens van den Acker heeft veel credit in Parijs.' De aan de TU Delft opgeleide designer legde direct bij zijn aantreden een meerjarenstrategie neer, waar hij voor elke levensfase een bestaande Renault opnieuw vormgaf of een nieuw model ontwierp. 'Tien jaar geleden zat Renault niet zo lekker in zijn vel', zegt Van der Sande. Nieuwe modellen werden lauw ontvangen. De komst van een nieuwe designer bracht het zelfvertrouwen terug. 'De verkoop gaat omhoog. Dat is natuurlijk waar iedereen naar kijkt.'

Renault parkeerde het project Alpine in een aparte divisie, met eigen verkoopafdeling en separate ontwerpstudio. 'Laurens keek slechts op een afstandje mee', zegt Van der Sande. Trouw aan Rédélés erfgoed weegt de nieuwe Alpine slechts 1.080 kilo, honderden kilo's minder dan een Porsche. Hij is niet goedkoop, ergens rond de 66 duizend euro, maar nog altijd minder kostbaar dan zijn soortgenoten als de Porsche Cayman 718.

'Belangrijkste verschil met de originele Berlinette is dat ik erin pas', zegt Van der Sande, die 2 meter meet. De auto heeft een aluminium frame, met volledig vlakke bodem. De 252 pk motor (van 0 naar 100 in 4,5 seconden) zit niet meer achterin, zoals in de vintage Alpine, maar in het midden. Het zwaartepunt van de auto zit nog wel zo veel mogelijk achterin en zo laag mogelijk.

Hoe goed hij de bochten houdt, moet blijken: rij-impressies zijn er nog niet. De autopers lijkt enthousiast over de wederopstanding. 'Rather gorgeous', schreef Top Gear.

'En ook wel speciaal: de Alpine wordt niet bij de iedere Renaultdealer verkocht', zegt Van der Sande: 'Er zijn er in Nederland twee aangewezen die eigen Alpine showrooms bouwen. Met gespecialiseerd personeel.' Want een Renault verkopen is heel wat anders dan een Alpine. 'Deze kopers houden veel van auto's, ze willen met verkopers kunnen spreken over details, over heritage, over technische foefjes.'

De nieuwe Alpine A110 is 1 en 2 juli voor het eerst te zien in Nederland, op het klassiekersevenement Concours d'Elégance in Paleis Het Loo. Daar staan ook historische modellen: de A106, A108 en de A110 Berlinette zelf, plus ook latere types zoals de A310.

Wat is de beste reclame voor een auto? Races winnen

De geschiedenis van Alpine leest als een jongensboek. Een jonge garagehouder en zoon van een Renaultdealer in Dieppe wilde graag racen. Dat deed hij met een simpele Renault 4CV, de Franse 'volkswagen'. Die ging niet hard genoeg om rally's te winnen, maar Jean Rédélé (1922-2007) ontdekte wel dat het geringe gewicht van de auto veel rallyvoordelen bood.

De Alpine gebruikte onderdelen en de motoren van Renault, maar Rédélé ontwikkelde een eigen design en chassis van aluminium. Hij begon zijn fabriek in Dieppe, waar de nieuwe Alpine ook weer wordt gemaakt. In 1955 kwam eerst de A106 uit, toen de A108 en in 1961 volgde de A110 - Berlinette, een mooie kleine sportauto die tot 1977 geproduceerd zou worden.

Bij de vormgeving kreeg Rédélé hulp van de befaamde Italiaanse designer Giovanni Michellotti, die ook nog aan de DAF 44 heeft getekend. Rédélé zelf was in die eerste twintig jaar altijd aan het knutselen en sleutelen, op zoek naar manieren om de auto sneller te maken. 'Races winnen is de beste reclame voor een auto', zei hij.

De Alpine Berlinette won de Rally van Monte Carlo in 1971 met overwicht. En uiteindelijk ook Le Mans. Wie de uitslag van deze 24-uursrace in 1978 bekijkt, ziet bij de eerste twintig gefinishten vrijwel louter Porsches. En daartussen, welhaast verdwaald op nummer 1, een Alpine.

Renault nam Alpine in 1973 over. In 1971 kwam Rédélé nog met de lekker hoekig gesneden A310. Echt een jarenzeventigauto, die zijn eigen fans heeft. Daarna raakte Alpine verder weg van zijn oorspronkelijke dna. Zowel het motorvermogen, de prijs als het formaat nam toe met de Alpine GTA in de jaren tachtig en de laatste, A610, in de jaren negentig. In 1995 staakte Renault de productie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden