BESCHAVINGSSPRONG

De consument moet leren verstandig te consumeren

De Vlaamse politicoloog Jonathan Holslag behandelt in Vonk acht grote thema's voor de toekomst. Deze week: hoe bouwen we met de arbeid en het kapitaal die vrijkomen door automatisering een betere samenleving?

Klanten verdringen zich bij de Bijenkorf tijdens de Drie Dwaze Dagen. Ons bestedingspatroon, schrijft Jonathan Holslag, staat onze immateriële verlangens in de weg. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De realiteit in Europa is nog somberder dan Piketty die voorstelt. De kwestie is niet dat de rijken rijker en de armen armer worden in Europa, de kwestie is dat zowel arm als rijk er economisch fors op achteruit gaat.

Optimisten houden vol dat de welvaart toeneemt. Het inkomen van een Europeaan is sinds de eeuwwisseling inderdaad met 46 procent gestegen. Maar breng je de inflatie in mindering, dan blijft er van die stijging slechts 5 procent over. In liefst elf lidstaten nam het netto-inkomen af. In het Verenigd Koninkrijk daalde het werkelijke inkomen met 22 procent, in Italië met 13 procent. In Nederland bleef dit beperkt tot een krimp van 2 procent. Een flink deel van de Europese bevolking wordt dus armer.

Sinds 2007 is die trend alleen maar scherper geworden en daalde het reëel beschikbare inkomen - over alle lidstaten gemeten - met liefst 11 procent. De huidige economische stilstand betekent feitelijk een daling van de koopkracht. Dat geldt voor alle Europanen. Het blijft natuurlijk zo dat een inkomensdaling van 11 procent veel harder aankomt bij armen, maar eigenlijk gaan we solidair de economische neergang tegemoet.

Boekhouders

Wat doen we daaraan? Tientallen gesprekken voerde ik met economen uit alle windstreken en van alle stromingen. Wat me meteen opviel was hoe de grote meerderheid van hen steevast bezig is met praktische kwesties. Hoe organiseren we de eurozone? Hoe houden we toezicht op banken? Hoe hervormen we staatsbedrijven? Belangrijke vragen, dat wel, maar het blijft toch een beetje als boekhouden in een onderneming die het water aan de lippen staat.

Na de boekhouders komen de pleitbezorgers van meer defensieve maatregelen. In alle Europese hoofdsteden trof ik beleidsmakers die vinden dat hun overheid harder moet optreden tegen de Chinezen of de Amerikanen met hun energienationalisme. In Peking en Washington hoorde ik dan weer een pleidooi om een vuist te maken tegen het protectionisme van Europa. Europa moet zich weren, zoveel is duidelijk, maar protectionisme blijft een strijd om de kruimels. Er is meer nodig om onze welvaart te redden.

Dan heb je de soberheidsprofeten. Vaak hebben die orthodoxen gelijk. Vele samenlevingen leven boven hun stand en boeken flinke tekorten op hun handelsbalans. Maar devaluatie zonder plan voor de toekomst is niets meer dan autodestructie. Ik heb voor de West-Europese landen ook geen enkel positief verband gevonden tussen loon- en fiscale lasten en de bereidheid van bedrijven om te investeren.

Klanten verdringen zich bij H&M voor designerkleding. Beeld ANP

Zwaarder belasten

Hebben investeringsbepleiters als Paul Krugman het dan bij het rechte eind als zij er bij de overheid op aandringen de geldpersen te laten rollen of zelf meer uit te geven? Geenszins. De afgelopen jaren hebben de Amerikaanse en de Europese centrale bank ruim 6.000 miljard dollar aan extra geld in de economie gepompt zonder bestendige groei te genereren.

Dan maar het advies van Piketty volgen en geld halen bij de rijken? Ik geloof eigenlijk ook niet in die remedie. Het bezit van de allerrijksten is inderdaad moeilijk te verantwoorden, maar stel dat we hen zwaarder gaan belasten: lost dat de achteruitgang van Europa op? Gaan we armen geld toestoppen om er stookolie uit het Midden Oosten mee te betalen of goodies die we invoeren uit China? We moeten naar een slimmere herverdeling, naar een herverdeling van economische kansen en via díé weg naar een herverdeling van de welvaart.

Waar de meeste economen geen helderheid over verschaffen: in welke sectoren kunnen we het best ons kapitaal investeren, onze arbeid, onze ruimte én onze verbeelding? Trouwens, niet alleen in het Westen. Ook de Chinezen, de Indiërs en de Brazilianen zitten muurvast.

De meeste economen voeren aan dat de markt daarover moet beslissen en dat brengt ons steevast bij technologie, daar zou de groei vandaan komen. Onderzoek wijst echter uit dat het verband tussen technologie en groei niet eenduidig is. Omdat we met veel meer landen concurreren om dezelfde technologie, worden de baten van technologische voorsprong kortstondiger. De technologiegoeroes Robert Gordon en Peter Thiel betwisten zelfs dat technologische innovatie nog dezelfde baten creëert als in het verleden. Ik vraag me vooral af of innovatie steeds technologisch moet zijn en vooral ook hoe we kapitaal en de arbeid die vrijkomen door automatisering kunnen inzetten om een betere samenleving te bouwen.

Hype-kapitalisten

Het komt me voor dat we steeds op de zelfde muur botsen: het onvermogen om onze middelen een goede bestemming te geven. Dat probleem zit deels aan de aanbodzijde. Of het nu gaat om complexe financiële producten of om de zoveelste hoogtechnologische gadget, het blijft gemakkelijk de honger naar snelle winst aan te wakkeren met hypes, met betwistbare claims op vooruitgang. Een Googlebril is een pareltje van technologisch vernuft, maar helpt zij ons er ook echt op vooruit als samenleving? Een economie die van de ene hype naar de andere zwalpt, lijkt me geen goed idee.

Het probleem zit ook aan de vraagzijde. Consumenten hebben de neiging bezit te maximaliseren en de kosten te negeren: verkeersellende, vervuiling, vereenzaming of het verdwijnen van lokale nijverheid. Zo ook inzake de welvaart. Eigenlijk zijn we door dit schuldig verzuim allen even medeplichtig als de miljardairs die we steeds meer op de korrel nemen. Het is een catastrofale symbiose, die tussen de hype-kapitalisten aan de top en de weinig kritische massa aan de basis.

Arbeid als bron van geluk

Consumenten zijn opportunisten maar tezelfdertijd blijkt uit onderzoek dat we diepere verlangens koesteren die haaks op die kortzichtigheid staan. We willen groeikansen, variatie in ons werk, mooie steden, authenticiteit, erkenning en menselijke betrokkenheid. Laat dat nu net zijn wat ons bestedingsgedrag onmogelijk maakt. Heel veel van die zaken zijn niet eens in geldwaarde uitgedrukt. 'Maar dat hoort toch niet!', hoor ik u riposteren. Tja, we vinden het normaal 500 euro voor een smartphone te betalen, maar hoe drukken we dan wel onze waardering uit voor een mooie straat, een bos om in te joggen, een aangenaam klaslokaal voor onze kinderen, een werkgever die inzet op talentontwikkeling?

Sommige zaken beschouwen we misschien wel als te vanzelfsprekend omdat we er routinematig belastingen voor betalen en verwachten dat 'de gemeenschap' er wel zorg voor zal dragen. Dat zou zo moeten zijn, maar wat als die gemeenschap daartoe onvoldoende geprikkeld of beloond wordt? De ontwerper van een smartphone wordt ongetwijfeld flink beloond voor zijn succes en dat mag ook, maar wat doe je met een ondernemer die inzet op duurzaamheid, met een projectontwikkelaar die voor zijn gebouwen gebruikmaakt van mooie bouwmaterialen, de supermarkt die groenten met smaak aanbiedt, de schoenenfabrikant die vakmanschap in ere houdt, de bussenbouwer die gaat voor nul-emmissie, de bankier die investeert in projecten die ertoe doen of de onderwijzer die in zijn vrije tijd zorgt voor een mooi klaslokaal voor onze kinderen? Dit zijn de echte bouwers van het Nederland van morgen.

Daarnaast zijn we arbeid ook te zeer gaan bekijken als last, terwijl een goede economie mensen juist toelaat een evenwicht te vinden tussen vrije tijd en het soort werk waaruit ze welbevinden en vreugde puren. Arbeid als bron van geluk en als bijdrage aan een sterke samenleving.

Beeld anp

Globalisering van kwaliteit

Om te vermijden dat kapitaal blijft wegstromen naar zinloze bubbels, moet de markt beter worden georganiseerd. Dit komt neer op basisregels. Leveranciers of landen die menen de Europese markt in te palmen door de waardigheid, de vermogens of de leefomstandigheden van mensen op het spel te zetten, moeten eruit. Die regels moeten dus zowel gelden voor onze eigen bedrijven als voor bedrijven die naar onze markt exporteren. Productieketens zullen daardoor onvermijdelijk korter worden. Dat is geen protectionisme, maar de globalisering moet opnieuw een globalisering zijn van kwaliteit en van wat samenlevingen uniek maakt.

Doordat meer productie lokaal gebeurt en er meer mensen bij het proces betrokken worden, zullen consumenten de werkelijke waarde ook beter kunnen inschatten. Ook in bepaalde diensten als onderwijs, transport en gezondheidszorg moeten consumenten kunnen uitmaken waar zij het meest waar voor hun geld krijgen, zodat kwaliteit beloond wordt. Het maakt niet veel uit of je dat binnen de publieke of private sector nastreeft, zolang je de basisdiensten maar voor iedereen toegankelijk houdt.

Diezelfde consument moet ook opnieuw beter gevormd worden. We leren onze jongeren produceren op school, maar niet hoe ze met de inkomsten uit hun productie verstandig kunnen consumeren. Dat is niet logisch. Het valt echt op hoe Europese landen, zoals Denemarken, Oostenrijk en in mindere mate Nederland, die bewuster zijn op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid, economisch ook beter presteren, investeringen stimuleren en banen scheppen. Vooral het hoogstaand technisch onderwijs in Oostenrijk en Denemarken zorgt ervoor dat de belangstelling voor kwaliteit zowel doordringt bij de elite als bij de massa. Die veeleisende houding maakt het lokale bedrijven gemakkelijker overeind te blijven en mensen in dienst te houden. In Denemarken en Oostenrijk, bijvoorbeeld, zijn er sinds 2009 ook in de industrie duizenden banen bijgekomen - ondanks hoge lonen.

En ja, de overheid zal daarbij een rol moeten spelen, net zoals de overheid mee de markt hielp organiseren toen Europa in de Middeleeuwen overschakelde op betere landbouwsystemen, later de eerste jaarmarkten mogelijk maakte, de industrialisatie mee faciliteerde en in de voorbije decennia de hele diensteneconomie. Meer kwaliteit betekent hogere prijzen, maar ook meer werkgelegenheid en koopkracht. Het gaat dus niet op te beweren dat de armen hierbij niet zijn gebaat, maar het is wel zo dat de overgang goed begeleid moet worden. Zoals bij elke hervorming is het even wachten tot de kansen ook werkelijk volgen.

Net zoals Europa de toon zette met zijn humanisme, de Verlichting, de industriële revolutie, sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid, denk ik dat Europese landen opnieuw de toon kunnen zetten met deze beschavingssprong.

Jonathan Holslag Beeld Valentina Vos
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.