Rubriek De onderneming

De broers van Oosterhout geloven dat het tij weer kan keren voor de biljartsport

Ooit was er een wachttijd voor een Wilhelmina-biljart. Nu laten de broers Van Oosterhout gebak aanrukken als een café een tafel bij hen bestelt. Toch geloven ze dat het tij keert. Borreltje, babbeltje, biljartje. ‘Daar is weer behoefte aan.’

Robért (links) en Paul van Oosterhout, eigenaren van de Billardfabriek Wilhelmina in Amsterdam. Beeld Simon Lenskens

De komst van een robuust hippiebusje van Volkswagen in 1962 was een keerpunt voor Wilhelmina Billards. Tot die tijd verkochten Nederlandse biljartmakers hun tafels vooral lokaal; zo’n bakbeest kon alleen in onderdelen worden vervoerd en dat was nauwelijks rendabel. Maar VW veranderde dat: plotseling schoof je de biljarttafel eenvoudigweg in de laadruimte van een Volkswagen Transporter en reed hem zo naar Groningen of Maastricht.

‘Inmiddels staan er in heel Nederland zeker 30 duizend van onze biljarts,’ zegt Paul van Oosterhout (60), wiens vader het bedrijf in 1963 overnam en mede dankzij het VW-busje naar heel Nederland uitbreidde. ‘Misschien wel 50 duizend. We hebben het niet precies bijgehouden.’

De smalle glazen gevel met ouderwetse sierletters, aan de Amsterdamse Stadhouderskade, verbergt een veelbewogen historie van 120 jaar. Van buiten zijn slechts wat biljartkeus en een tafelvoetbaltafel zichtbaar; binnen loopt de bezoeker als door een trechter de Nederlandse biljartgeschiedenis in. Door de winkelruimte met zwartwitfoto’s van een eeuw oud, langs het kantoor van de drie Van Oosterhout-junioren die het bedrijf runnen sinds hun vader in 2015 overleed, naar de onverwacht grote werkplaats daarachter van een kleine 30 meter diep .

Wilhelmina Billards maakte al tafels toen de biljartballen nog van ivoor waren. Controleer bij een willekeurige biljartvereniging of bruine kroeg het fabrieksplaatje achterop de biljarttafel, en de kans is groot dat er Wilhelmina op staat. Althans, als het de – volgens de beoefenaars – zuiverste vorm van biljart betreft: carambole. Dat is de biljarttafel zonder gaten, met drie ballen, vaak omringd door grijs behaarde liefhebbers met een wiskundig gevoel voor precisie. Niet te verwarren met poolbiljart: de tafel voorzien van zes gaten en liefst zestien ballen.

McDonald’s van de biljartsport

‘We zeggen weleens gekscherend: poolen is de McDonald’s van de biljartsport', zegt Paul van Oosterhout. ‘Carambole komt uit Frankrijk. Toen biljart in Groot-Brittannië opkwam, waren het grotere tafels met gaten erin: snooker. Beide landen zeggen dat hun vorm de eerste was. Toen dit soort sporten na de Amerikaanse onafhankelijkheid de oceaan overwaaide, werden ze daar aan de wensen van de massa aangepast. Kegelen werd bowlen, cricket werd honkbal, biljart werd poolen.’

De moeilijkheidsgraad van het spelen van carambole geldt eveneens voor de makers. Een pooltafel kun je via een assemblagelijn wel in elkaar schroeven, zeggen de broers Paul en Robèrt. (Zus Isabelle houdt zich op de achtergrond, behalve wanneer ze de bezoeker helpt los te helpen komen van een urenlang gesprek over biljarten.) Maar carambole, zeker als het gaat om de extra moeilijke variant driebanden, is zó precies – de tafel moet perfect zijn.

Werknemer van de Billardfabriek Wilhelmina in de werkplaats in Amsterdam. Beeld Simon Lenskens

‘De afwijking in hoogte tussen het ene uiteinde van de tafel en het andere, op 230 centimeter afstand van elkaar, mag niet meer zijn dan de dikte van een Rizla-sigarettenpapiertje,’ zegt Paul. De plaat moet van leisteen zijn, liefst afkomstig van een specifieke Italiaanse berg en nooit meer of minder dan vijf centimer dik. Het laken komt uit het Belgische Verviers, waar ze zich al sinds 1680 bekwamen in het bewerken van stoffen. 89 procent wol, 11 procent nylon, twee keer geschoren, éénmaal door de walsmachine, stomen, koelen op 4 graden - de details rollen moeiteloos van Pauls tong.

Willem Boelen (63), tot 25 jaar geleden interieurbouwer bij Fokker en sindsdien biljartmaker, staat net een tafel uit de jaren ’50 te reviseren. Nieuwe latten van zacht limbahout uit Afrika, rubber uit de Franse Michelinbanden-fabriek, Waals laken. ‘Een goed biljart gaat een leven mee,’ zegt Boelen, voorzien van grote handen en zware Amsterdamse tongval. ‘Maar dan moet je hem wel onderhouden.’

Dit soort werk – revisie, onderhoud op locatie, accessoireverkoop – vormt tegenwoordig het leeuwendeel van de omzet. Vorig jaar kwamen er een kleine 150 biljarttafels uit de Amsterdamse werkplaats, nieuw en gebruikt. Ooit was er een jaar wachttijd voor een Wilhelmina-tafel; midden jaren tachtig was de jaaromzet een kleine 5 miljoen gulden (2,3 miljoen euro), voor het grootste deel door de verkoop van nieuwe tafels. 

Andere tijden

Maar die tijden zijn voorbij. De biljartsport vergrijst, gemeentelijke budgetten voor buurthuizen slinken, vierkante meters voor de horeca worden duurder, spelcomputers en andere elektronica eisen aandacht op van de jeugd. Steeds minder mensen lopen daardoor nog warm voor een nieuwe caramboletafel van 750 kilo met een prijskaartje van 4,5 tot 8,5 duizend euro.

Maar de klantenbasis díe ze hebben, is buitengewoon trouw. De biljartwereld is klein en Wilhelmina is de meest vooraanstaande leverancier. Bij een veelgebruikte tafel moet het laken twee keer per jaar worden vervangen en dat houdt de vijf werknemers aardig bezig. Natuurlijk verloop stond het bedrijf toe wat in te krimpen en de terugloop van nieuwe verkopen op te vangen.

Zo komen ze nog eens ergens, de Amsterdamse broers. Paul vertelt lachend hoe in 1978 in Oman een van hun zorgvuldig gebalanceerde tafels – bestemd voor British Petroleum – zo van de laadklep van de vrachtwagen werd gesmeten. Robèrt kreeg in een tbs-kliniek het dringende advies zijn gereedschap bij de patiënten uit de buurt te houden. 

Robèrt is net terug uit Jordanië, waar hij een tafel heeft geïnstalleerd in het nieuwe huis van de voormalige Jordaanse ambassadeur in Den Haag. Bedrijven en vermogende particulieren blijven – na biljartverenigingen – immers belangrijke klanten voor nieuwe tafels. Zo’n tien tafels gingen vorig jaar naar welgestelde Nederlanders in New York, Duitsland en Curaçao. ‘Maar als een café bij ons een tafel bestelt, dan laten we tegenwoordig gebak aanrukken’, zegt Paul. Door de invoering van het rookverbod in de horeca tien jaar geleden moesten veel van de laatste cafétafels plaatsmaken voor een rookruimte.

Toch geloven de broers dat het tij weer kan keren voor de biljartsport. Een sigaartje, een borreltje, een babbeltje over de meer en minder belangrijke dingen des levens – dat soort rust is in het hedendaagse jachtige bestaan ver te zoeken, zeggen de broers. Maar juist daaraan, daarvan zijn beiden overtuigd, is weer behoete. Lees de krant er maar op na, zegt Robèrt: mensen plannen telefoonvrije perioden in hun dagelijks leven, ontkoppelen zich zes maanden van het internet.

‘Dat constante rennen hou je niet vol,’ zegt hij, eenmaal terug onder de zachtgele verlichting in hun kantoor. ‘Mensen zijn weer op zoek naar rust, naar sociale samenhang. En juist dat biedt biljart. Misschien hebben we daarmee toch een mooie toekomst.’

Bedrijf: Wilhelmina Billards

Waar: Amsterdam

Sinds: 1895 (KvK-inschrijving 1898)

Aantal werknemers: 5,5 fte

Jaaromzet ‘800 duizend tot 1 miljoen euro in recente jaren’

Wilhelmina Amsterdam biljartfabriek.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.