De Onderneming Chocolatemakers

De boon arriveert per zeilschip, de chocola verlaat de fabriek per bakfiets

Oprichter Rodney Nikkels. Beeld Rebecca Fertinel

Van boon tot reep: in de Amsterdamse chocoladefabriek van Enver Loke en Rodney Nikkels draait iedere stap om duurzaamheid, maar moet de chocolade vooral gewoon lekker zijn. 

De geur van cacao komt je tegemoet als je de overzichtelijke fabriek van Chocolatemakers binnenkomt. Aan je rechterkant staan de zakken cacaobonen uit Congo, de Dominicaanse Republiek en Peru. Links zijn deze bonen omgetoverd tot chocoladerepen, keurig ingepakt en klaar voor de verkoop. In de ruimtes daartussen gebeurt de magie: daar worden de bonen omgetoverd tot repen chocolade.

Oprichter Rodney Nikkels neemt ons mee langs de machines die dat proces mogelijk maken, in de duurzame fabriek in het Amsterdamse Westelijk Havengebied. Hier gaan de cacaobonen de brander in, legt hij uit. Daar worden ze gekraakt en vervolgens gemalen. Voordat je het weet sta je verlangend in ketels gesmolten chocolade te turen: dat begint al meer op het gewenste eindproduct te lijken. In de ruimtes scharrelen drie mannen rond, blauwe overalls aan en haarnetjes op. In de een-na-laatste ruimte haalt een werknemer de chocoladerepen uit de machine en legt ze voorzichtig in de bakken. Zo zijn we in een paar minuten mee op reis gegaan, van boon tot reep.

Binnenkort kan iedereen deze reis ook maken en onderweg nog wat snoepen, want de nieuwe fabriek van Chocolatemakers wordt toegankelijk voor publiek. Er is geen Oempaloempa te bekennen en je kunt geen slokje nemen uit een chocoladerivier, maar online zijn kaartjes te koop voor rondleidingen en workshops om zelf ‘Chocolatemaker’ te worden.

Tropische landbouw

Nikkels en zijn compagnon Enver Loke begonnen in 2011 met chocolade maken. De van huis uit tropische landbouwers hielden zich al langer bezig met het verduurzamen van productieketens, maar dat ging ze niet snel genoeg. ‘Daarom dachten we, laten we onderdeel worden van de sector en het doen zoals wij denken dat het moet. Dat betekent: mooie kwaliteitschocolade op een zo goed mogelijke manier produceren.’ 

In Amsterdam-Noord werd een locatie gevonden en kochten ze de eerste machines. Zonder ook maar iets te weten van het maken van chocolade begonnen ze. Maar met een helder idee: ‘We wilden iedereen van betere chocolade te voorzien. Beter voor de consument, voor de boer, voor het milieu en voor het regenwoud’, vertelt Nikkels.

‘Als je chocolade wilt maken moet je het zo groot mogelijk opzetten, werd ons altijd verteld.’ Maar Nikkels en Loke waren eigenwijs. ‘Op kleine schaal moet toch ook lukken, dachten we. De markt reageerde daar goed op.’ De compagnons hadden al contacten met boerencoöperaties en begonnen ‘single origin’ repen te maken. Dat wil zeggen: de bonen worden niet gemengd, maar elke reep is gemaakt van één cacaosoort van dezelfde plek.

Het pand in Noord werd al snel te klein. Via contacten uit de haven kwamen ze aan de nieuwe locatie en in oktober werd de nieuwe fabriek feestelijk geopend. Die ligt naast de plek waar de cacaobonen uit de Dominicaanse Republiek altijd al aankwamen: per zeilschip, want dat is duurzaam.

Kwaliteit en duurzaamheid, daar draait het volgens Nikkels om. ‘Allereerst kiezen we voor biologische cacao. Dat zorgt ervoor dat er geen stoffen in je chocolade zitten die je niet wilt, maar het is ook beter voor de boeren omdat ze niet werken met schadelijke pesticiden.’ 

Een medewerker haalt de chocoladerepen uit de mal. Beeld Rebecca Fertinel

Daarnaast kijkt Chocolatemakers kritisch naar de gebieden waar ze cacao vandaan halen, om de kans op misstanden zo klein mogelijk te maken. Kinderarbeid is een risico in de cacaowereld, daarom bespreken de makers met de boeren wat een eerlijke prijs voor het product is. ‘Kinderarbeid komt voort uit armoede en armoede is het gevolg van te weinig geld voor je product krijgen. We willen de boer als vakman belonen en dat kan alleen als hij niet in armoede moet leven.’ 

Die prijs wordt doorgerekend in het product. Een reep van Chocolatemakers is 3,50 euro, een doorsnee reep kost circa 1,25 euro. ‘Mensen vragen wel eens, waarom is jullie chocolade zo duur? Maar dan zeggen wij: waarom is de rest zo goedkoop?’ Nikkels wijst op de verantwoordelijkheid van de grote bedrijven. ‘We leveren een positieve bijdrage, maar kunnen het probleem niet oplossen. Daarvoor moeten de multinationals ook hun verantwoordelijkheid nemen.’

Bakfiets

De verduurzaming stopt niet bij de cacaoboon. Naast de windkracht die de cacao vanuit de Dominicaanse Republiek de oceaan over stuwt, worden twee keer per jaar 18 duizend repen van Amsterdam naar meer dan zeventig Duitse plaatsen en zelfs naar Oostenrijk en Zwitserland vervoerd per bakfiets. Meer dan honderd enthousiaste fietskoeriers en wielerclubleden doen mee aan de ‘Schokofahrt’, sommigen leggen de gehele reis zelf af, anderen doen het als estafette. Daarnaast is de verpakking biologisch afbreekbaar en er is ook naar de nieuwe fabriek gekeken. Oprichter Nikkels: ‘De verwerking van cacao is enorm energie-intensief. Daarom voorzien we in onze eigen energie dankzij het dak van zonnepanelen.’

Allemaal vanuit ideologische overwegingen, of een slimme marketingtruc om de duurzame Randstedeling binnen te hengelen? ‘Ik denk niet dat mensen onze chocolade kopen vanwege de kleine CO2-voetafdruk. Maar ik denk wel dat mensen steeds bewuster bezig zijn met waar hun chocolade vandaan komt.’ Nikkels benadrukt dat het duurzame perspectief uit eigen interesse komt. ‘We zetten kwaliteit voorop en proberen dat op zo’n mooi mogelijke manier te doen. Het gaat mensen bij chocolade toch boven alles om de smaak.’

Schone chocola komt in zeilschip
Bijna drie maanden duurde het voordat 24 duizend repen uit Grenada aankwamen in Amsterdam. Het transport gebeurde met een zeilschip, om te laten zien dat goederen ook kunnen worden vervoerd zonder de lucht te vervuilen met CO2.

In de grote supermarkten liggen de repen van Chocolatemakers (nog) niet. Ze zijn vooral verkrijgbaar bij de alternatieve retail, zoals Ekoplaza, Marqt en Holland & Barrett. ‘Verder zijn we te vinden in kleine individuele speciaalzaken.’ Droomt Nikkels van de grote supermarkten? ‘Het schap bij de Albert Heijn is heel druk, ik weet niet of we overeind blijven tussen de diepe marketingzakken van een Godiva en Nestlé.’ Daarnaast kijken ze over de grens naar België en Duitsland, waar een grote natuurvoedingssector is, en leveren ze aan patissiers en chefs. ‘De professionele sector ligt qua smaak en interesse dicht bij ons. Er is veel belangstelling en waardering voor wat wij doen.’

De fabriek is er in ieder geval klaar voor, aldus Nikkels. In de vorige werd jaarlijks 60 à 70 ton chocolade gemaakt, op de nieuwe locatie verwachten de chocolademakers 200 ton chocolade te produceren, later 400 ton. ‘We willen de wereld een stukje mooier maken door middel van chocolade, dus we moeten ook wel ambitie tonen.’ Ondanks de uitbreiding blijft Nikkels dagelijks op de werkvloer te vinden. ‘Ja hoor, ik brand zelf nog bonen, ik wil niet de hele dag achter de computer zitten.’ De oprichter lacht: ‘Niemand wordt chagrijnig van chocolade.’

Beeld Chocolatemakers

Bedrijf Chocolatemakers

Waar Amsterdam

Sinds 2011

Aantal werknemers 7

Jaaromzet circa 1 miljoen euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden