Analyse Het nieuwe boeren

De boer moet uit de spagaat: ‘Schulden en steeds goedkoper produceren zet de boeren klem’

Boeren zitten vaak zwaar in de schulden. Dat kan anders, als overheid en belangenorganisaties tot een breed gedragen akkoord komen. En als de consument nu eens voor kwaliteit wil betalen.

Koe op de moderne melkveehouderij van Rik Lagendijk in Diessen. De nieuwe stal voor 250 koeien voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij. Foto ANP

Op zoek naar de idylle van het boerenleven vond Yvon Jaspers in Onze Boerderij vooral verslagenheid. ‘Het sloopt je aan alle kanten’, zegt boerin Agnes in de eerste aflevering van het televisieprogramma. ‘Geestelijk, lichamelijk, het haalt alle plezier uit het leven weg. Dit is gewoon eigenlijk niet te doen.’

Toch melkt Agnes, die dankzij de fosfaatwetgeving en een dure stal in de financiële problemen is gekomen, stug door. Net als duizenden collega’s die ook amper geld verdienen of verlies draaien met hun boerenbedrijf. Tegelijk lukt het hen niet de samenleving tevreden te stellen. Die verwacht dat boeren steeds meer oog hebben voor natuur, klimaat en leefomgeving.

Waarom doen de boeren dit zichzelf aan? Omdat ze klem zitten tussen grote schulden en een systeem dat ze al decennia dwingt tegen steeds lagere kosten te produceren. Dat is de analyse waar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dinsdag mee komt in ‘Naar een wenkend perspectief voor de Nederlandse landbouw - Voorwaarden voor verandering’.

Voldoende en betaalbaar voedsel produceren, grotendeels voor de export, is sinds de Tweede Wereldoorlog nog altijd het adagium in Nederland, ondanks de veranderende behoefte van de consument. Neem de biologische landbouw, dat met 3 procent van het totale Nederlandse landbouwareaal ver achter de vraag blijft aansukkelen.

Grote draai in de landbouw

Het PBL wilde in kaart brengen wat verandering in deze sector zo moeilijk maakt.  ‘Er is nu momentum’, zegt PBL-directeur Hans Mommaas. ‘Wij krijgen duidelijke signalen dat iedereen zit te wachten op de grote draai in de landbouw. Dit is een bouwsteen om daar te komen.’

Hoogleraar Landbouwhuisdieren Arjan Stegeman van de Universiteit Utrecht ziet ook de noodzaak voor verandering. ‘Het huidige marktmechanisme werkt zodanig dat alleen door efficiëntie en meer dieren het inkomen voor boeren nog enigszins omhoog kan’, zegt hij. ‘Dit gaat overduidelijk ten koste aspecten die niet bij de prijs zijn inbegrepen, zoals dierenwelzijn, natuur, leefomgeving en klimaat.’

Alleen een collectieve aanpak, een breed gedragen akkoord, maakt een fundamentele hervorming mogelijk, denken ze bij het PBL. Overheden, boeren, ngo’s en veevoeders moeten samen een gemeenschappelijk toekomstbeeld komen en instrumenten bedenken hoe die te verwezenlijken. Met een belangrijke rol voor banken, omdat grote investeringen in bijvoorbeeld melkrobots en stallen het voor veel boeren nu onmogelijk maakt een andere weg in te slaan.

De overheid moet de onzekerheid bij boeren wegnemen. Die is volgens Stegeman ontstaan na jaren van variabel beleid. Er zijn volgens hem genoeg boeren die zeggen: ‘Als er nu een plan zou komen dat twintig jaar zo blijft, dan zouden wij zeker investeren in nieuwe methoden’.

Een breed akkoord is volgens het PBL nodig, omdat boeren met tweederde van het landoppervlak van Nederland in beheer grote impact hebben op de leefomgeving. Temeer omdat de BV Nederland zich op de borst lijkt te willen blijven kloppen als landbouwgrootmacht.

Boerenorganisatie LTO meent dat de ontwikkeling naar een andere landbouw al in gang is gezet en dat een akkoord niet zo nodig is. ‘Met andere betrokkenen schrijven wij mee aan de landbouwvisie waarmee minister Schouten eind augustus komt’, zegt een woordvoerder. ‘Daar gaan wij van uit.’

Na publicatie van dit artikel en essay van het Planbureau voor Leefomgeving (PBL) laat LTO Nederland weten toch wel voorstander te zijn van een breed landbouwakkoord zoals het PBL voorstelt. ‘We proberen al langer een dergelijk akkoord van private partijen, overheid, maatschappelijk middenveld en regio’s voor elkaar te krijgen’, zegt LTO bestuurder Joris Baecke.

Landbouwhoogleraar Rudy Rabbinge van Wageningen Universiteit nuanceert het betoog van het PBL. ‘Ze schetsen het beeld dat de hele landbouw er slecht op staat, maar in wezen gaat het maar om twee van de twintig bedrijfstakken; de veehouderij en de akkerbouw’, zegt hij. ‘Daar lopen inderdaad grote smeerpeuten rond, maar dit is niet de dominante situatie. 90 procent doet zijn best er ecologisch en economisch het beste van te maken.’

Het huidige systeem is toe aan aanpassing

Maar de door het PBL geraadpleegde hoogleraar erkent dat het huidige systeem aanpassing verdient. De grootste opdracht ligt volgens Rabbinge bij de politiek. Jaren van vrijblijvendheid, begonnen onder CDA-leiding, heeft er volgens hem voor gezorgd dat vrijwel niets is gedaan aan de mestproblematiek. ‘De dominante visie dat de markt het wel zal doen, blijkt niet te kloppen’, zegt hij. ‘Met name de veehouderij heeft weer een marktmeester nodig om de normen te bewaken.’

Doorgaan op het huidige pad betekent maatschappelijke onvrede, stelt het PBL. Want als de sector vasthoudt aan concurreren op kostprijs, zullen fraudes zoals recentelijk met mest, kalveren en fipronil eerder toe- dan afnemen, zullen milieudoelen niet worden gehaald en blijft het inkomen van de boer onder druk staan.

Dit laatste mag de consument zich volgens Rabbinge aanrekenen, omdat die structureel veel te weinig betaalt voor zijn voeding. Zuivelbedrijven zouden boeren moeten belonen voor kwaliteit. ‘Nu krijgt een boer met de hoogste kwaliteit melk evenveel als zijn collega, wiens melk bijvoorbeeld niet goed genoeg is voor babymelkpoeder.’

Boeren – en dan met name veehouders – verdienen ook volgens Stegeman een eerlijker aandeel in de keten. ‘Wat zij verdienen: niemand die daarvoor zulke schulden zou aangaan’, zegt hij. ‘Maar zij doen het, omdat het voor hen nu eenmaal ook een way of life is.’ Of zoals de Texelse schapenboer Jan het na vijf jaar dieprode cijfers zegt in Onze Boerderij: ‘Ik heb nu eenmaal de genetische afwijking dat ik boeren enorm leuk vind.’

Deze jonge boer ziet nog wél toekomst: ‘Wie zich aanpast, die blijft’

Jonge boeren zitten klem tussen verduurzamen en concurreren op de wereldmarkt. Met subsidies worden ze nu geprikkeld hun bedrijf klaar te maken voor de toekomst. Maar er is ook kritiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.