columnpeter de waard

De Bijenkorf moet desnoods maar een staatswinkel worden

null Beeld

Het is het lot van warenhuizen waar ook ter wereld: ze staan om de paar jaar weer in de etalage. Ook De Bijenkorf ontkomt er niet aan. Nog geen tien jaar nadat De Bijenkorf werd overgenomen door de eigenaren van het Britse Selfridges en acht jaar nadat die vijf filialen sloten, is De Bijenkorf weer te koop. Na even te hebben mogen dobberen in rustig vaarwater wordt het nu weer laveren in een wildwaterrivier van de haute finance. Gevreesd moet worden dat de nieuwe eigenaar – in het gunstigste geval een ander warenhuisconcern, in het ongunstigste geval een aasgier – bij de herpositionering opnieuw met een even geniaal als dodelijk plan komt.

Popartkunstenaar Andy Warhol vergeleek warenhuizen ooit met museums. Harrods in Londen, Macy’s in New York, de Goem in Moskou en Galeries Lafayette in Parijs waren net zo belangrijk voor een stad als het British Museum, Metropolitan, Poesjkin en Louvre. Dat geldt ook voor De Bijenkorf. Het filiaal in Amsterdam kan als trekpleister wedijveren met het Rijksmuseum. Vraag het maar aan de Chinezen die voor de pandemie naar Amsterdam kwamen en zich meer aan de collectie van de Bijenkorf vergaapten dan aan De nachtwacht.

Het vlaggenschip van De Bijenkorf aan het Damrak bedient al sinds de opening aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zowel de kijker als de koper. Vaak is het omschreven als een permanente wereldtentoonstelling: Perzische tapijten, Californische asperges en Italiaanse olijfolie. Het was al in 1914 een chic modepaleis waar je ook rijtuigen en paarden kon kopen. Er was een exclusieve lunchroom, een leesbibliotheek en een ‘trap die je ook stilstaand verplaatste’.

Maar het topsegment van de markt was geen garantie voor commercieel succes. Altijd was De Bijenkorf bezig zich opnieuw uit te vinden. Vaak vergaloppeerden de visionairs in de top zich door de formule aan te passen of de keten onder te brengen in grote winkelconcerns. Zo waren de schulden door de enorme expansie van zusterbedrijf Hema begin jaren tachtig zo hard opgelopen dat De Bijenkorf zo goed als failliet was. Anton Dreesmann van concurrent V&D was de redder in nood, omdat hij het belang van De Bijenkorf zag voor de hele detailhandel. De Bijenkorf was geen concurrent, maar een trekpleister.

De Bijenkorf probeerde daarna het klantenbestand te verbreden met koopjes en de Drie Dwaze Dagen. Selfridges heeft de keten weer teruggebracht naar het topsegment – een wat arrogante winkel voor rijke Russische en Chinese toeristen. Helaas blijven die door corona nu massaal weg.

Nu wordt De Bijenkorf geveild. Hopelijk is de koper geen stripper. Sluiten zoals V&D is geen optie, ook als het een eeuwig schip van bijleg wordt. Desnoods moet het maar een staatswinkel worden. Of een staatsmuseum.

Als visitekaartje is het belangrijker dan KLM waar nu miljarden staatssteun in gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden