De bij sterft uit, dus komt er een nationaal reddingsplan voor 's lands belangrijkste bestuiver

Verschillende initiatieven moeten ervoor zorgen dat de bij zich weer thuisvoelt

Voor de bij is een heus nationaal reddingsplan opgesteld. Om het nuttige insect te behouden, is een grotere biodiversiteit nodig. Gemeenten, boeren en tuiniers kunnen aan de slag.

Amateurimker Jan ter Beek bij zijn bijenkast in Warnsveld. Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Het scheelde weinig of de bijenpopulatie van Jan ter Beek was bij de laatste storm flink afgenomen. Een gespleten wilg ligt niet ver van de bijenkast van de amateurimker in Warnsveld. Dat de gepensioneerde leraar zijn schouders erover ophaalt is veelzeggend: de echte gevaren voor honingbijen komen uit een heel andere hoek, weet hij.

Zoals de varroamijt, waar Ter Beek (71) in december nog met oxaalzuur tegen moest optreden bij zijn kasten in Eefde (twee), Warnsveld en Zutphen. Van nog veel grotere invloed is het structurele gebrek aan voeding door het achteruit hollen van de biodiversiteit. En dan is er nog het gebruik van gif waar de bij niet van houdt. Zoals chemische bestrijdingsmiddelen en neonicotinoïden, waar sommige zaden mee worden behandeld om gewasziekten te voorkomen.

Niet alleen de honingbij, ook wilde bijen zijn nauwelijks opgewassen tegen deze gevaren. Meer dan de helft van de 360 bijensoorten in Nederland staat op de rode lijst en zo'n 10 procent is al uitgestorven. Een groot probleem, want van alle insecten is de bij veruit de belangrijkste bestuiver. Valt die weg, dan verstoort dit het hele ecosysteem. Zo is meer dan 75 procent van onze voedselgewassen voor de voortplanting afhankelijk van bestuiving door insecten, bij wilde planten gaat het zelfs om 85 procent.

Natuurlijke vijanden

Met deze cruciale rol in het behoud van flora en fauna, en de belangrijke functie voor de land- en tuinbouw, heeft de bij een aantal natuurlijke vijanden bijeengedreven. Onder meer het ministerie van LNV, boerenorganisatie LTO en Natuurmonumenten zetten vorige maand hun handtekening onder het bijenreddingsplan, de Nationale Bijenstrategie. Het is een verzameling landelijke initiatieven die ervoor moeten zorgen dat de bij zich weer thuis gaat voelen in Nederland. Betrokken overheden beloven nieuwe bijeninitiatieven te stimuleren.

Het vergroten van de biodiversiteit is het belangrijkste speerpunt uit het programma. Het is een oproep aan gemeenten en tuinbezitters, die steeds vaker stoeptegels verkiezen boven door bijen geliefde bloemen. Ook de boer moet af van zijn almaar monotoner wordende landschap door intensieve landbouw. Zijn akkerranden moeten weer metersbreed vol bloemen en kruiden komen te staan.

Tips voor in de tuin 

Bijvriendelijk tuinieren:

1. Kies voor bloemen die in verschillende maanden bloeien (zie kalender).

2. Zorg voor nestelplekken in rommelhoekjes of maak een bijenhotel voor de wilde soorten.

3. Gebruik geen giftige bestrijdingsmiddelen met imidacloprid, thiacloprid of acetamiprid.

4. Koop biologische zaden en planten, die zijn niet behandeld met neonicotinoïden.

Bron: Milieu Centraal

Bijen weerbaar maken

Het helpen van imkers als Ter Beek is het derde en laatste speerpunt van het plan. Door meer kennisoverdracht onder bijvoorbeeld leden van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging - een van de veertig andere organisatie die de strategie ondertekenden - moet de honingbij 'weerbaarder' worden.

Vergeleken met de wilde bij maakt bijenspecialist Menno Reemer (EIS Kenniscentrum Insecten en Naturalis) zich over de honingbij nog het minste zorgen. Zijn werkgevers ondertekenden de bijenstrategie, maar Reemer tempert de verwachtingen. 'De neergang van de bij is gaande sinds de Tweede Wereldoorlog', zegt hij. 'Die trend omkeren voor 2030, zoals de bedoeling is, dat vraagt nogal wat. Er moeten daadwerkelijk dingen in het landschap gaan veranderen. En dat wordt een hele uitdaging.'

Het plan leunt zwaar op particuliere initiatieven en roept de vraag op wie daarop toezicht gaat houden. Neem de initiatieven voor meer natuurinclusieve landbouw. Die komen veelal van natuurorganisaties die daar toch al aan werken. En als boeren wél meewerken, wie houdt dan in de gaten of zij de juiste bloemen en kruiden inzaaien, niet te vaak maaien of na een tijdje het land alsnog bij hun grond trekken?

Zo bleek vorig jaar dat boeren in de gemeente Berkelland diametraal tegen de bijenbelangen ingaan door 'bermfraude'. In totaal hadden zij zo'n 100 hectare gemeentelijke berm langs hun percelen geannexeerd. Boerenorganisatie LTO participeert in tal van projecten uit het bijenplan, maar ziet voor zichzelf geen handhaversrol. 'Het belangrijkste is dat we een belofte doen', zegt Maarten Leseman van LTO. ' En dat wij onze leden wijzen op het belang van het plan en projecten doen om het in de praktijk te brengen.'

Krachten bundelen

Het is volgens Reemer hoe dan ook goed dat krachten worden gebundeld, 'want het gaat helemaal mis als we niets doen'. Bij de presentatie eind januari stond geen extra zak overheidsgeld klaar, maar Reemer hoopt wel op het ministerie bij het ontwikkelen van bijenmonitoring. 'Gegevens die we nu gebruiken komen van vrijwilligers die data verzamelen, daar zit veel ruis op', zegt hij. 'Om te zien of het allemaal werkt wat in de strategie staat, zal er een gestandaardiseerde manier van meten moeten komen.'

Geen reden om af te wachten. Bezorgde burgers kunnen terecht bij een van de initiatieven uit het programma, zoals het Platform Bijvriendelijk Zeeland, Bewust Betuwe of Groene Cirkel Bijenlandschap in Zuid-Holland.

Wie in de eigen tuin een bijdrage wil leveren, hoeft dus echt niet in de voetsporen te treden van amateurimker Ter Beek. Tegels vervangen door bloemen is al een goede start. Om de tuinier een handje te helpen, maakte voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal een kalender voor een bijvriendelijke tuin.

Alle beetjes helpen

Goede initiatieven, zegt Reemer, want alle beetjes helpen. 'Al is het maar om mensen een beetje meer bewust te maken dat die bijen überhaupt in tuinen kunnen leven', zegt hij. 'Veel mensen staan er niet bij stil dat er zoveel bijen zijn met een eigen verhaal, die hun nest in zandgrond bouwen en hun eigen voorkeursbloemen hebben.'

De bijen van Ter Beek hebben in Warnsveld geen klagen. In de tuin waar hij zijn kast mocht neerzetten, is het gras ingezaaid met bloemen en kruiden. 'Voor de bewoners is het ook fijn dat de kast er staat', zegt Ter Beek. 'Dankzij de bijen staat hun weiland altijd mooi in bloei.'