De bezem door de zwijnenstal

De varkenspest illustreert de onhoudbaarheid van de intensieve veehouderij. Voor een andere vorm van veeteelt is bovenal een mentaliteitsverandering nodig, meent Herman Verbeek....

ZWIJNENSTAL staat voor smeerboel. Daar is de intensieve veehouderij in Nederland steeds meer op gaan lijken. Door de mest en de ziekten. Varkenspest, BSE-koeien, salmonella-kippen zijn geen incidenten, maar symptomen van een ziek systeem.

De vraag is wat men ervan wil leren. De belangen zijn zo groot - van de agrarische sector zelf, de dierindustrie en -handel, de inkomsten van de staat - dat men allerwege een cynisch optimisme preekt. Met het massale ruimen komt er een moment dat pest en gekte zijn bezworen. De seinen gaan op veilig, hokken en stallen mogen weer vol. De symptomen zijn verbrand en vernietigd, de oorzaken blijven.

Van de consument blijkt niet veel te verwachten. Het NOS Journaal kan wekenlang varkenskadavers laten zien en omvallende koeien, dat is een andere wereld dan die van supermarkt en slager, waar het vlees aanlokkelijk ligt uitgestald. Niets is zo hardnekkig als een eetgewoonte.

Daarop speculeert ook de politiek. Het ruimen moet zo royaal mogelijk in beeld komen, om de consument gerust te stellen. Zie hoe doortastend wij zijn, we zetten als het moet zelfs het leger in. Het kost ons honderden miljoenen belastinggeld, we hebben het er graag voor over.

De milieubeweging mag haar rituele waarschuwingen laten horen. Praktisch niemand luistert. Het parlement leunt achterover. Er zal nauwelijks iets verbeteren.

Ondertussen wordt deze dierhouderij steeds zieker. Dieren krijgen systematisch antibiotica toegediend in het voer. De weerstand van de veestapels neemt daardoor steeds verder af, terwijl de ziekteverwekkers resistenter en agressiever worden. Het voeren van kadaver-eiwitten aan planteneters moet het gestel van die dieren langzaam maar zeker beïnvloeden. Er zijn grenzen aan de wezensvreemde behandeling van levende wezens. Dat men varkenssperma gewoon mengt in grote cocktails, betekent dat het dier er niet meer toe doet. Het is gereduceerd tot een eenheid vlees die in zes maanden af moet zijn.

Verscheidenheid en eigenheid van dieren wordt hier vanaf de verwekking eenvoudig opgeheven. Het is een soort eugenetische programmering die in haar omgekeerde verkeert, namelijk degeneratie van de soort, niet als incident, maar als systeem.

De kleine lieden die het vuile werk doen - in dit geval boer en boerin - hebben geen keus. Ze moeten aan de kweek van dierenvlees meedoen op straffe van een gewisse bedrijfssluiting. En je kunt nog zo'n net bedrijf hebben, als het systeem niet net is, houdt het bij jouw erf geen halt.

De boer heeft op de landbouwschool, of onder invloed van 'de voorlichting' over de ontwikkelingen in zijn bedrijfstak, wel afgeleerd om kritisch tegenover de moderne dierhouderij te staan. En daarop zou ook geen financiële zegen rusten. Als ware 'ondernemers' hebben zij zich op hun bedrijfsvoering gestort. Als gevolg waarvan de ziekte van de branche zich ook in de hoofden van de mensen heeft genesteld.

En daar zal het ook weer uit verdreven moeten worden. Zoals gif eerst weg moet uit de hoofden van chemici, handelaren en spuiters alvorens het uit de grond en het drinkwater kan worden verwijderd.

Gaat het systeem straks - als varkenspest en BSE weer uit het nieuws zijn verdwenen - gewoon weer door, of er niets is gebeurd? Zijn we in een niemandsland aangekomen, waar doof en blind normaal zijn en doorgaan voor verstandig en vooruitstrevend?

Wie de dieren wil bevrijden, zal de boeren moeten bevrijden. Zij zitten nu totaal klem. Tussen overvoerde markten die geen prijzen bieden, een wijze van dierhouden die zo riskant is dat de overheid de veehouderij een gekmakende hoeveelheid regels oplegt, en risico's waar zij uiteindelijk zelf als 'vrije ondernemer' voor opdraaien.

Men zou van boeren niet anders moeten verlangen dan dat zij houdbare, gezonde, veilige, diervriendelijke veebestanden opzetten, maar dat moet dan wel mogelijk worden gemaakt door een redelijke prijs voor hun product. Dat is in ieders belang. Voedsel is een zaak van volksgezondheid. Een veilige landbouw is een voorwaarde voor een houdbare samenleving.

Dat betekent voor een sociaal-rechtvaardig en ecologisch verantwoord beleid twee opgaven. In de eerste plaats moet een duurzame dierhouderij worden ontworpen. En, ten tweede, men berekent en garandeert daarvoor een kostendekkende prijs.

Onafhankelijke studies in Duitsland kwamen uit bij vier Europese garantieprijzen: voor graan 60 cent per kilo, melk 90 cent, rundvlees negen gulden, en varkensvlees zes gulden. Voor zulke prijzen kunnen veestapels krimpen, en kunnen dieren het goed hebben.

En hun welzijn zal worden gedeeld door allen die het platteland bevolken. Het volume van de handel in agrarische producten zal weliswaar afnemen, maar ons sociaal en ecologisch nationaal product zal er netto beter van worden.

Nederland kan en moet, wat de varkenshouderij betreft, daartoe het initiatief nemen. Het is van de gekke dat wij overal uit de wereld veevoer voor bodemprijzen invoeren, daarmee onze eigen veevoertelers van de markt verdrijven, en vervolgens biggen en slachtvarkens transporteren naar plaatsen waar men zelf ook biggen en varkens houdt.

Nederland wil alles en alles tegelijk. De dichtste bevolkingsgraad, de grootste zee- en luchthaven, de meeste wegen en snelste sporen. En daartussen ook nog eens de dichtst op elkaar geperste veestapel. De Nederlandse leeuw is een zwijn geworden.

Herman Verbeek is priester en oud-lid van de groene fractie in het Europees Parlement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden