De beperkte waarde van de stresstest voor banken

Dat was een hele opluchting, dat de meeste Europese banken slaagden voor hun stresstest. Of biedt dit herexamen hoofdzakelijk schijnzekerheid?

Beeld REUTERS

Het grootste deel van de Europese banken is goed door de stresstest gekomen, maar dat betekent niet dat de banken een echte financiële crisis zoals in 2008 kunnen doorstaan, zeggen economen. Waarom is de test zo slecht?

1. Geen realistische toetsing

'We weten nu dat de banken mogelijk bestand zijn tegen een milde recessie, maar dit is geen test op een echte ramp', zegt de Rotterdamse hoogleraar economie Ivo Arnold. De European Banking Authority (EBA) heeft vrijdagavond de resultaten van zijn stesstest bij 51 Europese banken gepresenteerd. Behalve een enkeling, waaronder de Italiaanse probleembank Monte dei Paschi di Siena, kwam het gros er redelijk goed uit. De kapitaalbuffers bleven ondanks een daling van soms vele procenten toch ruim overeind. Zelfs Deutsche Bank, door IMF als groot risico voor het financiële systeem aangeduid, doorstaat het testscenario.

In het negatieve scenario van drie jaar tegenslag gaat de EBA uit van een krimp van de Europese economie van 1,2 procent in het eerste jaar en van 1,3procent in het tweede jaar, maar een groei in het derde (0,7 procent). 'Dit is geen recessie zoals we die in 2009 hebben gehad', aldus Arnold. Toen stortte de economie harder in.

Essentiële zaken laten de testers buiten beschouwing. De analyse veronderstelt bijvoorbeeld een crisissituatie waarbij de rentes op staatsleningen in Spanje en Italië naar rond de 3 procent stijgen. Bij de eurocrisis in 2011 klommen die naar meer dan het dubbele.

'Wat als er in Italië en Frankrijk het komende jaar partijen aan de macht komen die net als Groot-Brittannië een referendum uitschrijven? Dit kan een nieuwe eurocrisis veroorzaken, maar daar wordt geen rekening mee gehouden', zegt Harald Benink, hoogleraar banking and finance in Tilburg. Bij zo'n crisis is het volgens economen waarschijnlijker dat de rentes opnieuw door het dak gaan en overheidschulden in landen als Italië onhoudbaar worden. Benink: 'Dit heeft dan mede gevolgen voor de Nederlandse en andere Europese banken.'

Beeld de Volkskrant

2. Verkeerde ratio's

Gemiddeld daalden de buffers in het slechte scenario bij de Europese banken naar 9,4 procent. Dit is ver boven de 5,5 procent die de toezichthouders in 2014 als bodem neerlegden. Dit resultaat oogt gezond, maar is dat allesbehalve, zegt Benink.

De bankenwereld mag namelijk rekenen met 'gewogen risico's', waardoor bepaalde riskante leningen op de balans buiten beschouwing blijven. Een lening aan een bedrijf telt bijvoorbeeld voor 100 procent mee - bedrijven kunnen immers failliet gaan. Een staatsobligatie uit Italië telt echter voor nul procent mee. De rekenaars veronderstellen dat het Zuid-Europese land, net als bijvoorbeeld Duitsland, altijd zijn verplichtingen nakomt, ook al heeft het een te hoge overheidsschuld.

Kijk voor de gezondheid van banken liever naar de solvabiliteit, zeggen de economen. Die ratio ligt gemiddeld lager, rond de 3 tot 4 procent. Daarmee wijken banken af van het overige bedrijfsleven. Stabiele ondernemingen hebben, variërend per bedrijfstak, minimaal een solvabiliteit van tussen de 15 en 30 procent. Lange tijd was dit bij banken eveneens zo, maar gaandeweg hebben die een uitzonderingspositie verworven.

Voorafgaande aan de crisis in 2008 was het solvabiliteitspeil gezakt naar 2 tot 3 procent - een belangrijke reden waarom beleggers in paniek schoten. Een groot aantal banken in Europa moest gered worden, omdat ze de afschrijvingen op slechte leningen niet konden opvangen en failliet dreigden te gaan.

Onder grote druk vanuit de samenleving, de politiek en de centrale banken zijn de buffers inmiddels dus aangevuld. Maar ze zijn nog steeds veel te laag, zeggen Benink en Arnold. Eigenlijk zouden ze weer in lijn moeten komen met wat als normaal en gezond is in de rest van het bedrijfsleven. Ook bij de Nederlandse grootbanken, zoals ING, ABN Amro en Rabobank, geldt volgens de economen dat de solvabiliteit nog altijd veel te karig is.

Souplesse voor Italië is veroorloofd

Europa ontspringt de dans met de voorlopige redding van Monte dei Peschi, maar het gevaar is niet geweken.

3. Politieke belangen

Natuurlijk presenteerde de EBA vrijdagavond om tien uur netjes alle spreadsheets, interactieve grafieken en rapporten op zijn website en natuurlijk worden de tientallen technische termen toegelicht. Maar maakt dat de operatie transparant?

Onduidelijk blijft hoe de 'zwakke' scenario's precies tot stand zijn gekomen, zegt Arnold. 'Het is gewoon lastig te achterhalen wat de beweegredenen zijn geweest. Maar misschien moet je de vraag wel andersom stellen: wie heeft er op dit moment belang bij een zware test?'

Banken willen uitstralen dat ze gezond zijn, grootscheepse herstelacties doen het tegenovergestelde. Centrale banken hebben er geen belang bij het vertrouwen in het financiële systeem te ondergraven, zegt Arnold. En geen enkele regering komt graag met de boodschap dat Europa een probleem heeft met zijn banken.

Omdat er meerdere Europese instanties bij betrokken zijn, is de exercitie complex en ongrijpbaar. De EBA is een samenwerking van nationale bankentoezichthouders van alle 28 Europese landen en coördineert de proeve. Daarnaast kijkt de ECB met alles mee, als directe toezichthouder op de grote banken in de 19 eurolanden. Die heeft de test zelf nog eens bij 56 onder haar toezicht vallende banken uitgevoerd, maar daarvan blijven de uitslagen in principe binnenskamers. De Europese Commissie is verder een machtsfactor, omdat die bewaakt of er geen staatssteun verleend wordt. Tot slot zouden al die instanties weer rekening moeten houden met de bijzondere positie van de Single Resolution Board (SRB). Deze betrekkelijk nieuwe Europese autoriteit kan failliete banken uit alle 28 EU-landen herstructureren, maar leek de afgelopen dagen bij de redding van Monte dei Paschi di Seine juist de grote afwezige, zegt Benink: 'Hoewel de bank eindigde met een negatieve kapitaalratio en de SRB in actie zou moeten kunnen komen, lijkt de instelling geen rol te hebben gespeeld.'

4. Schijnzekerheid

Het stempel 'goedgekeurd' geeft ten onrechte de indruk dat de crisis in de financiële sector voorbij is en de wereld weer over kan gaan tot de orde van de dag. De economie groeit weer, maar economen hebben zorgen of die groei wel aanhoudt. In de zuidelijke landen kampen overheden met massawerkloosheid. Ook is er onzekerheid over het effect van het opkoopbeleid van staatsobligaties door de ECB op de economie. De enorme toestroom van goedkoop geld kan leiden tot nieuwe zeepbellen, zoals op de aandelenbeurzen of de huizenmarkten. Banken kunnen minder winst maken op staatsobligaties. Sterker: op bepaalde leningen aan overheden moeten zij nu geld toeleggen.

Banken worstelen in Europa bovendien met een grote erfenis uit het verleden. Terwijl in de Verenigde Staten na de crisis een rigoureuze sanering van de balansen heeft plaatsgevonden, hebben banken in Europa die actie voor zich uitgeschoven. Dit is niet alleen een Italiaans probleem, getuige de om en nabij 1.000 miljard aan slechte leningen bij banken. Benink: 'Ooit moeten die worden afgeschreven.'

Italiaanse bankredding: echt geen staatssteun?

Het vrijdagavond aangekondigde reddingsplan voor de Italiaanse probleembank Monte dei Paschi di Siena roept vraagtekens op, zegt hoogleraar banking and finance Harald Benink. De bank gaat voor 5 miljard euro nieuwe aandelen uitgeven. Daarnaast worden de ongeveer 9 miljard euro aan slechte leningen naar een apart, privaat investeringsfond overgeheveld. Banken en andere financiële instellingen lenen weer geld uit aan dat fonds.

De vraag is of de Italiaanse regering op een of andere manier garant staat voor de leningen, om zo de andere banken en pensioenfondsen zo ver te krijgen dat ze geld verstrekken aan dit investeringsfonds. Zo ja, zegt Benink, dan is er alsnog sprake van oogluikend toegestane staatssteun. Europese overheden hebben beloofd geen banken met belastinggeld te redden, maar juist de obligatiehouders te laten bloeden. Andere banken krijgen een verkeerd signaal. Want hoe bont ze het ook maken, ze worden altijd gered.

Ook om een andere reden moeten de Nederlandse banken binnenkort opnieuw kapitaal ophalen. Ze hebben veel hypotheekleningen in de boeken staan waarvan de waarde hoog is ten opzichte van de waarde van het huis. Hier kunnen consumenten 102 procent van de woningprijs lenen, terwijl dat in Duitsland bijvoorbeeld 80 procent is. De ECB ziet de Nederlandse uitzonderingspositie als risico en wil dat de financiële instellingen voor deze leningen meer eigen vermogen aanhouden.

De Amsterdamse econoom Arnoud Boot wijst op nog een ander probleem. Door te suggereren dat alles onder controle is, heeft de test een averechts effect. Volgens hem gedragen de Europese toezichthouders zich alsof ze de financiële sector begrijpen en in de hand hebben. 'Dit is een serieus probleem dat de complexiteit van de sector miskent.'

Banken en toezichthoudrs geloven heilig in modellen, zegt Boot. Ze zijn daarmee een belangrijke les uit de vorige crisis vergeten, dat uiteindelijk geen enkel model bleek te kloppen. Boot: 'Ze vormen alleen een hulpmiddel. Die realiteit is bij de Europese toezichthouders niet doorgedrongen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden