De beklaagdenbank

‘s Lands grootste bank, ABN Amro, wordt binnenkort opgeknipt door buitenlandse partijen – uniek in de wereld. Het had anders kunnen lopen, maar een combinatie van ijdelheid, naïviteit en onhandigheid is de rechtsopvolger van de VOC noodlottig geworden....

Door Wilco Dekker en Ben van Raaij

Het is 1998 en ABN Amro is op jacht in het buitenland. Doelwit is Generale Bank, de meest prestigieuze financiële instelling van België, die de Amsterdamse bank een bredere basis moet geven. ABN Amro staat onder leiding van de even keurige als klassieke bankier Jan Kalff, maar de overname wordt operationeel geleid door de jonge, ambitieuze ‘straatvechter’ Rijkman Groenink.

Wekenlang tracht hij de Generale binnen te hengelen. Maar de Belgische elite komt in het geweer; het is ondenkbaar dat een instituut als de Generale, ooit opgericht door koning Willem I, in handen komt van buitenlanders, laat staan arrogante Ollanders. Als zelfs de koning zich ermee bemoeit, moet ABN Amro de aftocht blazen. De Generale blijft Belgisch.

‘We hadden toen door moeten pakken. Dat we dat niet hebben gedaan, is een grote strategische fout geweest’, zegt jhr. Aarnout Loudon, oud-Akzo-topman en destijds commissaris bij ABN Amro. ‘Dan hadden we een prachtige Benelux-bank gehad, en was nooit gebeurd wat er nu met ABN Amro gaat gebeuren. Want dat is altijd het probleem met onze grote bedrijven: hun thuismarkt is te klein.’

De nederlaag is pijnlijk voor de grootste bank van Nederland, maar het zelfvertrouwen is onaangetast. De zaken gaan voorspoedig – ‘het was in die jaren voor een bank vrijwel onmogelijk níet heel veel geld te verdienen’, zegt Loudon. In 2000 kondigt Groenink, die Kalff is opgevolgd als bestuursvoorzitter, een ambitieus plan aan om in 2005 tot de mondiale topvijf van banken te behoren, gerekend naar het rendement dat ABN Amro maakt voor zijn aandeelhouders. De financiële markten houden van zulke krachtige taal, al moet die natuurlijk nog wel worden waargemaakt.

En daar zit het probleem. In de jaren daarna boekt ABN Amro weliswaar miljarden winst, maar de beoogde sprong van de beurskoers blijft uit. Het halen van de internationale topvijf blijkt te hoog gegrepen. De aandeelhouders beginnen te morren. Dat is gevaarlijk, want beleggers worden niet alleen steeds mondiger, ze krijgen ook meer macht. Vroeger mochten ze in ruil voor hun geld alleen goedkeuren wat de top van een bedrijf had besloten. De commissie-Tabaksblat regelt in 2003 dat aandeelhouders ook in Nederland meer te vertellen krijgen.

De belofte de topvijf te halen was eigenlijk een misverstand. Het instrument werd ontwikkeld om de beloning in aandelen van de raad van bestuur te bepalen. Haalt de bank de topvijf, dan worden de beloofde aandelen of zelfs meer uitgedeeld; blijft het doel buiten bereik, dan krijgt de top niets. De belofte die de problemen van ABN Amro inleidt, is dus ontwikkeld als prestatiebeloning voor de top.

‘Groenink heeft ook nooit een harde belofte gedaan om in die topvijf te komen. Het was meer een streven’, zegt Loudon, tot mei vorig jaar de president-commissaris van ABN Amro. ‘In de raad van commissarissen waren we er ook niet zo mee bezig. Misschien is het niet zo goed gecommuniceerd.’

Hoe langer de topvijf uit zicht blijft, hoe groter de kritiek wordt. ‘ABN Amro heeft het aan zichzelf te wijten. Het was niet nodig om met veel fanfare zulke hoge targets neer te zetten. Maar als je het doet, moet je ze wel halen. Vijf jaar je doelen niet halen, dan is je geloofwaardigheid naar de Filistijnen’, zegt een oud-topman, die nog tal van functies vervult in de financiële wereld. ‘Groenink heeft het verknoeid. Zo simpel is het’, vat een grote investeerder samen.

Maar de raad van commissarissen van ABN Amro grijpt niet in. 'De commissarissen hadden natuurlijk na drie jaar tegen Groenink moeten zeggen: Schluss! Maar dat heeft niemand gedurfd’, zegt een prominent commissaris. De grote belegger: ‘ABN Amro heeft gewoon een zwakke raad van commissarissen. Wie durft daar iets aan de orde te stellen?’

Op zoek naar nieuwe markten en mogelijkheden om de kritische beleggers tevreden te stellen, slaat de bank in 2005 toe. ABN Amro neemt de Italiaanse bank Antonveneta over, na een lang gevecht. President Fazio van de Italiaanse centrale bank gebruikt alle trucs om buitenlanders buiten de deur te houden; de bankensector moet een Italiaans onderonsje blijven. Onder anderen minister Zalm van Financiën en president Nout Wellink van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) – tegenhanger van Fazio – zijn op het hoogste niveau actief om de overname te laten slagen. Grensoverschrijdende overnames van banken binnen Europa moeten mogelijk zijn, is het Nederlandse standpunt.

Met hulp van de autoriteiten wint ABN Amro deze keer wél. Fazio moet aftreden en wordt zelfs vervolgd. In Nederland wordt de stunt tegen de protectionistische Italianen toegejuicht. Elsevier roept Groenink uit tot Nederlander van het Jaar 2005. Het weekblad noemt hem ‘een lefgozer’ die met ‘het openbreken van de Italiaanse bankwereld een ondernemingsgeest toont die doet denken aan het Nederland van de Verenigde Oost-Indische Compagnie’.

Ondanks de overname van Antonveneta blijft ‘De Bank’ kwetsbaar, door de aanhoudende onvrede over beurskoers en strategie. Dat wordt steeds riskanter, omdat de zakenwereld geconfronteerd wordt met activistische hedgefondsen, die met miljarden op zak ondermaats presterende bedrijven hardhandig belagen in de hoop op snelle en grote winsten.

Tegen die achtergrond wordt eind juli 2006 de jaarlijkse strategiebijeenkomst van ABN Amro gehouden. De top van de bank stelt daar dat de beurswaarde van ABN Amro in 2010 zo’n 100 miljard euro moet zijn om de internationale race te kunnen volhouden, ruim twee keer meer dan de bank dan waard is. Onhaalbaar, luidt de conclusie, ook niet door overnames.

De top neemt een historisch besluit: het 183 jaar oude ABN Amro, via voorloper de Nederlandsche Handel-Maatschappij een rechtsopvolger van de roemruchte VOC, geeft zijn zelfstandigheid op. ABN Amro gaat op zoek naar een fusie, desnoods als ‘junior partner’. Dat betekent dat de bank, een icoon van het Nederlands bedrijfsleven, wordt overgenomen, maar de regie in eigen hand wil houden.

De kandidaat is snel gevonden, even verderop aan de Amsterdamse Zuidas, waar de Nederlandse bank-verzekeraar ING zetelt in de ‘Poenschoen’. ABN Amro en ING hebben de afgelopen zeven jaar al drie keer met elkaar gesproken, maar nu wordt het serieus.

In december 2006 beginnen de onderhandelingen tussen de twee rivalen. Er wordt hard gewerkt, maar in alle rust. Afgesproken wordt uiterlijk 13 maart 2007 de knoop door te hakken over de overname van ABN Amro door ING, in beurswaarde gemeten de grootste van de twee.

Uiteraard worden de autoriteiten geïnformeerd: president Wellink van toezichthouder DNB, die in een van de wekelijkse lunches minister Zalm van Financiën op de hoogte stelt. Alles in het grootste geheim, vanwege de koersgevoeligheid van de kwestie.

Wellink is enthousiast over de poging een ‘nationale kampioen’ te vormen. Dat zou de op een na grootste financiële instelling van Europa worden, met een beurswaarde van 124 miljard euro en 227 duizend werknemers. Een Nederlandse grootmacht die internationaal meetelt, met het hoofdkantoor in Amsterdam. Een grootmacht ook die niet zo maar belaagd kan worden door de miljarden van de hedgefondsen. Financiën is neutraal. Het departement is positief, maar huldigt zijn traditionele standpunt dat overnames een zaak zijn van de markt.

Terwijl ABN Amro onderhandelt met ING, wordt ook gesproken met Barclays. Barclays is bereid tot een fusie vrijwel op basis van gelijkwaardigheid. Zo houdt Groenink een optie achter de hand.

Terwijl Groenink onderhandelt met ING en praat met Barclays, krijgt hij op 10 januari bezoek van Chris Hohn, de baas van het Britse The Childrens Investment Fund, kortweg TCI – een van de gevreesde activistische hedgefondsen. Hohn meldt 1 procent van de aandelen van ABN Amro te hebben gekocht. De TCI-baas is zeer ontevreden over de prestaties en eist binnen twee kwartalen een sterke verbetering, zodat zijn aandelen een goed rendement opleveren. Anders komt TCI in actie. Groenink – met de onderhandelingen met ING in het achterhoofd – antwoordt Hohn dat het allemaal goed komt.

Die onderhandelingen zijn in een cruciale fase. Er is overeenstemming over de structuur, de meeste activiteiten en de naam van de holding: ING. Alleen over de poppetjes zijn de partijen het nog niet eens. Hoewel Groenink zich er niet langer tegen verzet dat Tilmant bestuursvoorzitter wordt en hijzelf vice-voorzitter, is er onenigheid over de invulling van de raad van commissarissen, aldus betrokkenen bij ABN Amro.

Een reactie van ING op een voorstel van ABN Amro over de verdeling van de posten laat weken op zich wachten, aldus de bronnen. ‘Dat zo’n grote deal, zo belangrijk voor de Nederlandse economie, kan afketsen op de poppetjes is onvoorstelbaar’, zegt een oud-topman. ‘Dan moet iemand het lef hebben in te grijpen.’

Minister Zalm is ondanks zijn neutrale positie volgens ingewijden best bereid een bemiddelende rol te spelen, maar hij weet van niets, want niemand vraagt hem om hulp. ABN Amro en ING niet, en DNB ook niet. ‘Dat zou in elk buitenland ondenkbaar zijn’, zegt een insider. ‘Daar worden dit soort zaken gewoon geregeld. Maar in Nederland zijn politiek en bedrijfsleven gescheiden werelden.’

Delicate telefoontjes

Volgens andere betrokkenen zijn zulke delicate telefoontjes ook Chefsache: de minister-president zelf zou zijn gewicht in de schaal moeten leggen om de vorming van zo’n belangrijke nationale kampioen vlot te trekken. Maar Balkenende is niet geïnformeerd door Zalm, omdat het nog maar om onderhandelingen gaat. Bovendien stellen betrokkenen dat in dit geval een telefoontje van Zalm meer indruk gemaakt had dan een belletje van Balkenende.

Terwijl ABN Amro wacht op een reactie van ING, krijgt de bank op 19 februari ’s avonds een brief van TCI: het rendement is ‘verschrikkelijk slecht’ en het is beter de bank op te splitsen en/of te verkopen, zodat de aandeelhouders alsnog hun rendement halen. De bank wordt overvallen door de brief, want het Britse fonds zou zich immers pas melden na het tweede kwartaal.

Tot de brief van TCI heeft de bank de regie in eigen hand, maar nu gaat het mis. Het proces raakt in een stroomversnelling. Beleggers ruiken geld, de beurskoers schiet omhoog en ABN Amro wordt voor ING snel duurder. DNB-president Wellink komt in actie tegen TCI. Hij zegt in NRC Handelsblad dat even een briefje sturen of je een grote bank wilt opsplitsen ‘een brug te ver is’. Dat levert hem internationaal kritiek op. De Europese Commissie waarschuwt dat de toezichthouder neutraal moet zijn.

Intussen blijkt waarom Groenink al een tijdje niets meer hoort van ING. Tilmant stelt 16 maart dat ING ermee stopt. De bank-verzekeraar vindt het los van irritaties over Groenink toch al een riskant project en ziet de overname steeds duurder worden door de oplopende koers van ABN Amro.

Groenink geeft nog niet op. Zijn adviseurs berekenen dat de overname voor ING financieel nog steeds haalbaar is. Het mag niet baten. Ook de laatste kans op de totstandkoming van een nationale kampioen verloopt, zonder dat iemand van buitenaf ingrijpt.

‘Het hád kunnen lukken en ik baal als een stekker dat het niet is gelukt’, zegt een betrokkene bij de onderhandelingen. ‘ Het was een prachtige combinatie geweest. Natuurlijk kon de overheid niets doen. Je moet je ver houden van protectionisme zoals in Frankrijk. Maar een nuttig duwtje had best gekund. Gewoon even bij elkaar gaan zitten. Dat duwtje is er echter niet gekomen. Doodzonde. Is er nooit om gevraagd? Als je een publieke functie hebt, zou je zelf dat initiatief moeten nemen.’

Op 19 maart speelt Groenink de andere kaart: ABN Amro bevestigt in gesprek te zijn met Barclays. Beide banken zijn snel tot zaken gekomen na de brief van TCI. De Britten nemen ABN Amro over, maar beloven dat het hoofdkantoor van het nieuwe bedrijf in Amsterdam komt. Ook komt er geld voor een internationale financiële topopleiding, al snel Harvard aan de Amstel gedoopt. Kenners zijn niet onder de indruk. ‘De besluiten worden voortaan gewoon genomen in Londen, en Britten doen nu eenmaal liever zaken met Britse advocaten, accountants en adviseurs’, zegt een gelouterde commissaris. ‘En wat heb je aan zo’n topopleiding als die mensen alleen in Londen aan het werk kunnen?’

ABN Amro denkt de zaak met Barclays weer in eigen hand te hebben, maar wordt opnieuw onaangenaam verrast. Begin april meldt een internationaal consortium van drie banken zich voor ABN Amro. De Royal Bank of Scotland, het Spaanse Banco Santander en het Belgisch-Nederlandse Fortis willen de bank opsplitsen en verdelen, waarbij Fortis de Nederlandse activiteiten krijgt. Als het consortium met een bod komt, blijkt dat met 70 miljard euro ongeveer tien miljard meer dan wat Barclays wil betalen.

ABN Amro dreigt een speelbal te worden van het internationale kapitaal – de beleggers kiezen gewoon voor het hoogste bod. Ook ING. Terwijl de meeste grote Nederlandse beleggers als ABP en Delta Lloyd Groenink steunen in zijn voorkeur voor Barclays, kiest ING als aandeelhouder in ABN Amro ook voor het geld van het consortium. Bij de presentatie van de kwartaalcijfers blijkt ING al ruim een half miljard verdiend te hebben aan het gevecht rond ABN Amro.

Uitbrander

Nadat het consortium zich heeft gemeld, mengt DNB-president Wellink zich opnieuw in het debat. Hij waarschuwt voor de risico’s van het opknippen van ABN Amro. Een nationale toezichthouder op de banken heeft dat recht, omdat zij de risico’s voor de financiële sector in de gaten dient te houden. Maar hij krijgt weer een internationale uitbrander. Hij wordt fijntjes herinnerd aan de strijd om Antonveneta, toen de Italianen de Nederlanders niet mochten weren. De toch al schaarse bewegingsruimte van Wellink om iets te bereiken, is nu nog verder ingeperkt.

De onrust over ‘de uitverkoop van Nederland’ groeit. VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes zegt op Koninginnedag in NRC Handelsblad dat het behoud van hoofdkantoren ook een zaak is voor de minister-president. VNO-NCW verwijt het kabinet geen visie te hebben op de snelle internationale ontwikkelingen. Premier Balkenende reageert achter de schermen boos: hij heeft in deze geen specifieke taak, meldt hij de werkgeversclub.

Er is hoe dan ook kritiek op de stilte in Den Haag, die zo contrasteert met de juichstemming twee jaar eerder met Antonveneta. ‘In Den Haag waren ze weer met Wilders bezig’, constateert een commissaris. Anderen signaleren leedvermaak: ABN Amro en Rijkman Groenink staan te boek als arrogant. ‘Het helpt in elk geval niet in zo’n proces als je geen sympathie opwekt’, zegt een betrokkene.

Extra complicatie is dat midden in het proces, 22 februari, Wouter Bos Zalm aflost als minister van Financiën. Bos wordt op zijn eerste echte werkdag al gebriefd door DNB-president Wellink. In reactie op de kritiek meldt Bos later er ‘dag en nacht mee bezig te zijn’. Begin mei belegt hij een speciale bijeenkomst met ervaren experts als oud-Akzo-topman en voormalig VNO-voorzitter Kees van Lede.

Bos is snel thuis in het dossier, maar houdt zich op de vlakte. Onbegrijpelijk, vinden insiders. ‘Wellink kon na de kritiek op zijn terechte vermaningen aan TCI en consortium geen kant meer op. Dus had Bos tegen het consortium moeten zeggen: hoho, niet zo snel. Je laat de grootste bank van het land toch niet zomaar opknippen? Dat is nog nergens vertoond.’

Betrokkenen uit het ABN Amro-kamp weten hoe het wél had gemoeten. ‘Toen het consortium zich meldde, had er achter de schermen gewoon even rustig overleg moeten zijn. Vervolgens had met een telefoontje duidelijk gemaakt moeten worden dat ABN Amro er met Barclays uit was en de minister van Financiën op grond van de risico’s nooit toestemming zou geven voor hun plan. Dat ze dus maar vast een smoes moesten verzinnen. Brussel had niets kunnen zeggen, want we worden toch overgenomen door een Britse bank? Zo wordt zo’n kwestie in bijna elk land opgelost. Wij zijn brave model-Europeanen, en er nog trots op ook. Alleen vergeten we dat anderen dat niet zijn.’

Hoe langer het proces loopt, des te groter het voordeel voor het consortium wordt. Begin september spreken minister Bos en Groenink allebei in de Spiegelzaal van het Concertgebouw bij de feestelijke start van Holland Financial Centre, een lobbyclub voor Amsterdam als internationaal financieel centrum. Bos spreekt er over het misplaatste Oranje-gevoel: we nemen zelf volop bedrijven in het buitenland over en moeten niet piepen als het onszelf gebeurt. ‘Globalisering brengt Nederland veel voordeel’, aldus Bos. ‘Voor de overheid is het daarom veel belangrijker om dat wat klein en veelbelovend is de ruimte te geven dan om dat wat groot en oud is, te beschermen.’ Wel worden maatregelen voorgesteld om het hedgefondsen moeilijker te maken.

Deze week geeft Bos het consortium onder voorwaarden een verklaring van goedkeuring voor de overname, die Barclays al eerder kreeg. Bos wijst erop dat het internationaal een unicum is. Het consortium zegt aan de voorwaarden te kunnen voldoen. Het enige dat de overname en opsplitsing van ABN Amro nog kan tegenhouden is de kredietcrisis, waardoor het consortium de miljarden niet bij elkaar zou kunnen krijgen.

Betrokkenen proberen te relativeren: ‘We hadden drie grote banken en we hóuden er drie. Alleen wordt het nu ING, Rabo en Fortis in plaats van ABN Amro’, zegt de een. ‘Als ING en ABN Amro waren gefuseerd, had dat geleid tot massaontslagen. Dan had ik al die mensen met hun Oranjegevoel nog wel eens willen zien’, meent de ander.

Maar de vaderlandse elite is aangeslagen. ‘ABN Amro is een icoon van het Nederlandse bedrijfsleven. Een mooie bank, in bijna 200 jaar opgebouwd, die nu als een hertje uiteen wordt gerukt door de wolven: de slimme analisten die de hedgefonds adviseren’, zegt een insider uit de financiële wereld.

De top van Nederland tracht te analyseren hoe het zover heeft kunnen komen. En zoekt een schuldige. ‘Er is in Nederland toch een gebrek aan regie’, zegt oud-Akzo Nobel-topman en voormalig VNO-voorzitter Kees van Lede. ‘Dat geldt voor ING en ABN Amro, voor de overheid en voor De Nederlandsche Bank. We moeten niet spastisch doen over buitenlandse overnames hier, die doen we zelf ook in het buitenland. Maar gezien de historische positie van Amsterdam als financieel centrum, en de uitstraling daarvan op hoogwaardige dienstverlening en zelfs het culturele leven, is het een drama wat er met ABN Amro gebeurt. Een aantal mensen had moeten zeggen: dit laten we niet toe! Maar netto-netto is er niks gebeurd. Dat is heel slecht: eerst zit iedereen op elkaar te wachten, dan probeert men elkaar de zwarte piet toe te spelen.’

‘Hier was interactie tussen politiek en bedrijfsleven op zijn plaats geweest. De premier zou eigenlijk geregeld moeten eten met de bazen van de multinationals’, zegt een prominent. ‘Maar de bestuurlijke elite heeft gefaald bij ABN Amro, door een vrij uitzonderlijke combinatie van misrekening en onhandigheid. Er is veel zorg over de uitverkoop, maar je moet constateren dat onze politiek-economische cultuur niet goed omgaat met dit soort dilemma’s.’

Intussen verheugt in Brussel een aantal Belgen zich op de komende overname van ABN Amro. Ze hebben nog meegemaakt dat Rijkman Groenink bijna tien jaar geleden vastliep op de Belgische elite bij zijn aanval op de Generale Bank, tegenwoordig onderdeel van Fortis, partner in het consortium dat ABN Amro wil overnemen en opsplitsen. Die prachtige Benelux-bank komt er wellicht alsnog, alleen niet meer onder leiding van die arrogante Ollanders.

Alle in dit stuk geciteerde bronnen behoren tot de top 200 van invloedrijkste Nederlanders.

‘Groenink heeft het verknoeid. Zo simpel is het’, vat een grote investeerder samen

‘De elite heeft het verknoeid, door een vrij uitzonderlijke combinatie van misrekening en onhandigheid’

22VV1open_ph01

Arthur Martinez, voorzitter van de raad van commissarissen, op de aandeelhoudersvergadering van ABN Amro in Rotterdam, met naast hem bestuursvoorzitter Rijkman Groenink.

Foto Reuters

22VV1open_ph02

Het hoofdgebouw van ABN Amro aan de Zuidas in Amsterdam.

Foto Jean-Pierre Jans

22VV1open_ph04

Verantwoording Volkskrant Top 200 van invloedrijkste Nederlanders in 2007

Voor het tweede achtereenvolgende jaar publiceert de Volkskrant een serie over de bestuurlijke elite van Nederland, vergezeld van de Top 200 van invloedrijkste Nederlanders. Dit jaar drie afleveringen, met deze week de nummers 200 tot 125. Van alle personen op de lijst is een profiel te vinden op www.volkskrant.nl/macht.

De bestuurlijke elite is een relatief kleine groep landgenoten die zijn sporen heeft verdiend in politiek, openbaar bestuur of bedrijfsleven en die nu, veelal achter de schermen, actief is in besturen, raden van toezicht, raden van commissarissen en adviescommissies. Vaak ook in meerdere sectoren, waar men elkaar tegenkomt en invloed uitoefent op het beleid. Een ‘schaduwmacht’ van mensen die, zoals een ingewijde het zegt, ‘aan invloed zouden verliezen als ze minister worden’.

De Volkskrant Top 200 verwijst naar de ‘Tweehonderd van Mertens’. De toenmalig voorzitter van het katholieke vakverbond (NKV) stelde in 1968 dat een ‘old boys network’ van 200 mensen via dubbelfuncties bij bedrijven sociaal-economisch Nederland bestierde. De Volkskrant wil in kaart brengen in hoeverre dit nog steeds zo is.

De lijst rangschikt, met als uitgangspunt een netwerkanalyse door de Erasmus Universiteit Rotterdam, de invloedrijkste bestuurders uit een database van ruim achtduizend personen. De rangorde is berekend op basis van 5137 actieve functies bij 1098 organen (raden, besturen, commissies en directies) van 518 organisaties in tal van sectoren, van bedrijfsleven tot politiek, van cultuur tot wetenschap (ijkdatum 9 september 2007). Hoe hoger op de lijst, des te groter de kans dat iemand invloed kan uitoefenen op het regeringsbeleid.

Op grond van achtergrondgesprekken met tientallen prominenten zijn voorts in elke sector organisaties aangewezen waarvan de regering het meest afhankelijk is. Iemands invloedscore is vervolgens berekend op grond van diens afstand tot de voorzitters van al deze organisaties, gemeten als aantal tussenpersonen in het netwerk. Elke tussenpersoon extra halveert de kans op invloed. Er zijn ook enkele bedrijven en adviesraden aangewezen met zo’n (informatie-)monopolie dat hun kopstukken ook zonder nevenfuncties tot de invloedrijksten behoren.

De koningin, bewindslieden en leden van de Tweede Kamer zijn, net als vorig jaar, uitgesloten van de ranglijst. Zo ook mensen met primair buitenlandse functies (bijvoorbeeld Eurocommissaris Neelie Kroes), ondernemers zonder nevenbanen (zoals John de Mol) en niet-bestuurlijk actieve opiniemakers (zoals Paul Scheffer).

Profielen Top 200 en uitgebreide verantwoording werkwijze: www.volkskrant.nl/macht

De Top 200 2007 is tot stand gekomen met medewerking van Erik Bloem, Eveline Domevscek en Martin Kettelarij.

Volkskrant Top 200 2007

Lees de uitgebreide profielen op www. volkskrant.nl/macht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden