Reportage 10 jaar na de crisis

De bankiers die het na de crisis allemaal anders wilden gaan doen

3 bankiers: Linda Broekhuizen, Hann Verheijen en Vincent van Assem (uiterst rechts). Foto Jiri Buller

Tien bankiers die ervan baalden dat ze werden weggezet als amorele gladjakkers beloofden het anders te gaan doen. Is dat gelukt?

Sint-jakobsschelpen in beurre blanc met truffel, tataki van tonijn in ponzusaus, wagyutartaar belegd met Almas kaviaar – dat zijn wel zo ongeveer de gerechten die je verwacht tijdens een diner van bancaire hotemetoten. Maar toen topbestuurders van ABN Amro, Rabo, ING en SNS zich op een novemberavond in 2009 met een bord in de hand over de dampende buffetschalen bogen, troffen ze daar godbetert hutspot en boerenkool aan, met spekjes en worst als decadentste delicatessen.

Stamppot was de perfecte culinaire metafoor voor de missie waarvoor de banken stonden tijdens de donkere dagen van de crisis: terug naar de eenvoud. Bankiers moesten weer jongens en meisjes van de gestampte pot worden. ‘We hebben toen heel bewust gekozen voor hutspot, zuurkool en boerenkool’, vertelt Hann Verheijen (49), een van de leden van de bancaire rebellenclub Fier, destijds organisator van het bankiersdiner in het ABN Amro-gebouw, en van het congres voor enkele honderden collega’s dat eraan vooraf was gegaan. ‘Nederig was het sleutelwoord.’

‘Ze vonden het heerlijk’, herinnert Fier-lid Manuel Adamini (40) zich de reactie van de bankbestuurders. ‘Tussen de happen stamppot door konden ze eindelijk eens een goed gesprek voeren over hoe het verder moest met de sector.’ De bestuurders van de Nederlandse grootbanken bleken elkaar nauwelijks te kennen, vertelt Vincent van Assem (56) nog altijd verbaasd. Elkaar spreken deden ze hooguit in de marge van een vergadering van de Nederlandse Vereniging van Banken, een minuutje voordat ze de vergaderzaal binnenstoven. ‘‘Eindelijk hebben we eens tijd om een uurtje of anderhalf niet stormenderwijs bezig te zijn’, vertelden ze.’

Nu we dit weekend de tiende verjaardag ‘vieren’ van de val van Lehman Brothers en de wereldwijde crisis die daarop volgde, paraderen de politici, topbankiers en andere hoofdrolspelers van destijds weer als vanouds door de krantenkolommen en televisierubrieken. Maar hoe kijkt de ‘gewone’ bankier terug op die financiële rampjaren? En wat is er terechtgekomen van de idealen van toen?

Linda Broekhuizen. Foto Jiri Buller

Idealistischer dan Fier kwam je ze in de bancaire sector niet tegen in de begindagen van de crisis. Met congressen en discussies probeerde Fier destijds een steentje bij te dragen aan de broodnodige veranderingen bij de banken. ‘Financial Institutions Enhancing Responsibility’, daar stond de afkorting voor, dreunt oerlid Linda Broekhuizen (49) bijna tien jaar later nog altijd moeiteloos op. Oftewel: Financiële Instellingen Verhogen Verantwoordelijkheid. In mei 2009 plofte er een manifest in de mailboxen van bankiers. ‘Wij zijn een groep van tien jonge bankiers, en werkzaam bij een diverse groep van banken’, begon het mysterieus, alsof er een ondergronds genootschap van ontevreden bankiers was opgestaan. ‘Wij betreuren de positie waarin de bancaire sector verzeild is geraakt: het publieke vertrouwen is met recht beschadigd. Juist omdat wij de bankiers van de toekomst zijn, hebben wij een aantal bijeenkomsten georganiseerd om lessen te leren voor deze toekomst: aan welke voorwaarden moet de bancaire industrie voldoen wil zij weer vitaal worden.’ In de beste traditie van de marketing- en managementliteratuur had Fier zelfs al een ezelsbruggetje bedacht voor deze voorwaarden: ‘de Vier D’s’: dienend, duidelijk, duurzaam en divers.

‘Het predicaat ‘jonge bankiers’ hebben we trouwens al snel losgelaten’, herinnert zich Fier-grondlegger Wouter Scheepens (53). Het voelde al gauw een beetje genant: Scheepens was destijds midden 40, nestor Vincent van Assem (56) liep tegen de 50. Oud is misschien te veel gezegd, maar het stadium van sturm-und-drang waren de meeste Fier-bankiers wel voorbij. ‘Jonge bankiers’ hebben we daarom maar veranderd in ‘betrokken bankiers’. Het kwam onze geloofwaardigheid denk ik ook wel ten goede dat we niet helemaal aan het begin van onze carrière stonden. Allemaal hadden we er al minstens een aantal jaren bij banken opzitten.’

De kiem voor Fier lag in de bijna shellshock-achtige reactie van de bancaire sector op de crisis. ‘Ik vond het zo opvallend dat niemand vanuit de banken tegengas gaf in het maatschappelijk debat’, vertelt Scheepens. ‘Terwijl alle bankiers over een kam werden geschoren – allemaal waren het zogenaamd foute mensen. Uit mijn tijd bij ABN Amro wist ik dat er toch vooral veel fatsoenlijke mensen bij de bank werkten. Begrijp me niet verkeerd: ik was het fundamenteel eens met de kritiek op de banken. Alleen leek geen enkele bankier een tegengeluid te willen laten horen. Overal was het devies: als je geschoren wordt, moet je stilzitten.’

Scheepens, een voormalige ABN Amrobankier, was niet zo van het stilzitten. Hij begon rond te bellen en te mailen, op zoek naar gelijkgestemden. Al snel begonnen een man of tien samen te komen in de Utrechtse werfkelder van ABN Amrobankier Vincent van Assem, onder het genot van de Italiaanse hapjes van Van Assems vrouw, die een cateringbedrijf runde. Linda Broekhuizen, manager bij ontwikkelingsbank FMO, behoorde tot de harde kern, net als Triodosbankier Hann Verheijen en de benjamin van het gezelschap, de in Duitsland geboren SNS-werknemer Manuel Adamini.

Vincent van Assem. Foto Jiri Buller

‘Ik kan op een feestje niet meer fier vertellen dat ik bankier ben – bankiers zijn immers boeven’, zei Manuel Adamini begin 2010 een interview met de Volkskrant. Zelfs zijn moeder begon hem te wantrouwen, blikt Adamini nu terug. Tijdens een telefoongesprek vroeg ze hem bloedserieus: ‘Ben jij ook corrupt?’ ‘Let op het woordje ook’, gniffelt Adamini. ‘Ergens begreep ik haar vraag wel, want zeker in Duitsland heerste er een bitter cynisme jegens bankiers – het beeld dat wij onszelf verrijkten op kosten van de maatschappij. Tegelijkertijd raakte de vraag van mijn moeder me heel erg. Hemel, dacht ik, begrijpt zelfs mijn eigen moeder dan niet dat ik – als je in dergelijke termen wilt praten – aan de goede kant sta?’

Adamini voldeed bepaald niet aan het clichébeeld van bankiers als amorele gladjakkers die de ziel van hun moeder nog aan de duivel zouden verkopen als de engel der duisternis maar genoeg commissie betaalde. Bij SNS was Adamini belast met onderzoek naar hoe de bank haar miljarden euro’s aan spaargeld en andere middelen zo verantwoord mogelijk kon beleggen. Als een soort circustijgers moesten zijn SNS-collega’s bij elke investering door een resem ethische hoepels springen, zoals op het gebied van CO2-uitstoot, diversiteit, mensenrechten en, jawel, anti-corruptie. In zijn vrije avonduren en weekenden deed Adamini bovendien vrijwilligerswerk voor EITI, een initiatief dat de olie-, gas- en mijnbouwsectoren in 51 landen transparanter – lees: minder corrupt – probeert te maken.

‘En dan vraagt je moeder of je ook corrupt bent. Ik heb haar uitgelegd dat de media, en zeker televisie, heel erg één kant van bankiers belichten – de slechte – om het smakelijk te maken voor het publiek. Maar het is nog niet zo eenvoudig om uit te leggen dat bankiers ook veel goede dingen doen, zeker niet aan mensen zoals mijn moeder, die weinig opleiding hebben genoten en nooit met de financiële sector in aanraking komen, behalve dan via het bankpasje in hun portemonnee.’

Een kleine tien jaar later zien Adamini en zijn vroegere Fier-kompanen met lede ogen aan hoe het imago van de banken nog maar nauwelijks verbeterd is. Zeker, er zijn onmiskenbaar stappen in de goede richting gezet, vinden ze unaniem. Neem duidelijkheid, een van die vier D’s’, zegt Verheijen. ‘De voorwaarden van financiële producten zijn veel helderder geworden.’ Adamini: ‘Je hoeft niet meer 18 pagina’s aan polisvoorwaarden door te struinen, maar hooguit 2, en dan ook niet meer vol kleine lettertjes en taal die alleen juristen begrijpen.’ ‘De koppelverkoop is ook veel minder geworden’, zegt Van Assem. ‘Toen ik 20 jaar geleden een hypotheek afsloot op mijn eigen huis wist ik eigenlijk ook niet echt wat ik deed. Aan die hypotheek bleek ook meteen een verzekering vastgekoppeld te zitten. Dat is nu veel beter geregeld.’

Ook in de D van duurzaamheid hebben banken een metamorfose ondergaan, ziet Broekhuizen. Zo ondertekenden ING, ABN Amro, Rabobank en tien andere Nederlandse banken twee jaar geleden een convenant over mensenrechten, samen met een rits ngo’s, vakbonden en ministeries. Daarin beloofden banken er alles aan te doen om te voorkomen dat hun klanten bijdragen aan schendingen van de mensenrechten of milieuvervuiling, zoals bijvoorbeeld in de palmolie-, cacao- en goudsector. De tijd dat banken alleen lippendienst bewezen aan duurzaamheid met een zinnetje in het jaarverslag is allang voorbij, ziet Scheepens. De groene ambities vliegen je om de oren in de bancaire sector. Zo is er het door de banken samen ontwikkelde Platform Carbon Accounting Financials, waarmee ze met allerlei hypercomplexe berekeningen zo nauwkeurig mogelijk de CO2-voetafdruk van hun investeringen en leningen proberen te meten. Scheepens: ‘Ook de toezichthouder heeft daarin stappen gezet. Tien jaar geleden ging het bij De Nederlandsche Bank alleen over de koffie van Max Havelaar, nu gaat het om de duurzaamheid van hypotheekportefeuilles en de energiezuinigheid van huizen.’

Maar één schandaal is genoeg om het beetje herwonnen sympathie bij het publiek om zeep te helpen. ‘Deze vraag had ik niet verwacht’, lacht Van Assem met gespeelde verbazing als de verslaggever vraagt naar de witwasaffaire bij ING, waarvoor de bank vorige week voor 775 miljoen euro schikte met het Openbaar Ministerie. Scheepens kan er met zijn pet niet bij. ‘Het is echt ontluisterend wat er bij ING is gebeurd. Hoe kan een organisatie zo schizofreen zijn: aan de ene kant promoten dat je een agile organisatie bent die de klant centraal stelt en fatsoenlijk opereert in dienst van de maatschappij, en aan de andere kant zo de fout ingaan? Je kunt allerlei principes uitspreken, een eed invoeren en alles dichttimmeren met regeltjes, maar uiteindelijk gaat het toch om het ethisch besef van de individuele medewerkers.’

Verheijen betreurt het dat de door Fier en vele anderen bepleite scheiding tussen nutsbanken en ‘guts-banken’ er nooit is gekomen. Neem de beroering over de 50 procent salarisverhoging voor ING-topman Ralph Hamers, zegt hij. Veel van die onvrede had voorkomen kunnen worden als banken niet steeds op twee gedachten zouden hinken: aan de ene kant de oerdegelijke nutsbank willen zijn voor onze spaarbankboekjes en hypotheken, en aan de andere kant de snelle gutsbank van de waaghalzerige beursgangen en beleggingen. Bij nutsbanken is een salarisverhoging van 50 procent absurd. Bij gutsbanken mogen de bestuurders zoveel verdienen als ze zelf willen: als ze failliet gaan, hoeft de belastingbetaler ze immers niet te redden. ‘Ik geloof er heilig in dat we die weeffout in het bancaire systeem hadden moeten herstellen.’

Hann Verheijen. Foto Jiri Buller

Volksbank, de genationaliseerde moeder van onder andere SNS en ASN Bank, lijkt wel de beweging te maken naar een soort nutsbank, constateren de Fier-leden met instemming. ‘De vraag is alleen hoe die ambitie zich uiteindelijk verhoudt tot de beursgang die nu wordt onderzocht’, zegt Scheepens. De Nederlandse staat wil Volksbank op termijn weer privatiseren, zoals afgesproken is met de Europese Commissie. Een beursgang zou echter weer precies tot het gespleten karakter tussen nuts- en gutsbank kunnen leiden waartegen Fier zo te hoop liep. ‘Ook de overheid wil, zoals de Engelsen zeggen, have its cake and eat it too.’

Fier zal de trom niet meer roeren voor gescheiden nuts- en gutsbanken: rond 2013 trokken de leden in goed overleg de stekker eruit. ‘We zagen dat er steeds meer initiatieven ontstonden in de bancaire sector – het Sustainable Finance Lab, de bankierseed, de Nederlandse Vereniging van Banken die van alles organiseerde – waardoor we steeds minder een rol voor onszelf zagen’, zegt Broekhuizen. Van Assem: ‘We hadden er ook zoveel tijd en energie in gestopt’. ‘Allemaal naast ons werk’, vult Broekhuizen aan. ‘Het was wel superleuk’, voegt Verheijen snel toe.

In het manifest van Fier stond de belofte: ‘Over tien jaar werken wij nog steeds in de banksector en wij willen dan kunnen terugkijken op een revitalisering van onze sector, die een bijdrage levert aan een duurzame economie.’ Het eerste deel van die belofte is min of meer gestand gedaan: ondanks een enkele carrièreswitch naar Ikea of de consultancy werkt het merendeel van de Fier-leden nog in de financiële sector. De inmiddels tot bestuurslid en chief investment officer opgeklommen Linda Broekhuizen reist nog altijd de wereld over voor ontwikkelingsbank FMO. Hann Verheijen doet hetzelfde als directeur van Cordaid Investment Management, de investeringstak van de ngo Cordaid. Vincent van Assem vond het in 2015 na 27 jaar ABN Amro tijd voor iets anders en is nu duurzaamheidsadviseur in de financiële sector. Wouter Scheepens runt het Haarlemse adviesbureau Steward Redqueen, ook op het gebied van duurzaamheid, terwijl Manuel Adamini bij het Londense Climate Bonds Initiative met miljarden euro’s aan groene obligaties windmolens, zonneparken en andere vormen van schone energie financiert.

Allemaal snappen ze de frustratie van het publiek over de feilen bij de banken, maar ze vragen ook om enige clementie. ‘Je kunt als bank nu eenmaal niet je deuren sluiten terwijl je even een transformatie bewerkstelligt’, zegt Adamini. ‘De winkel moet ondertussen gewoon doordraaien.’ Van Assem: ‘Het heeft twee jaar gekost om alleen maar de naam van de Amsterdam Arena te veranderen in de Johan Cruyff Arena – kun je nagaan hoe moeilijk het is om een hele sector te veranderen.’

Nederland. Amsterdam, 06-09-2018, Portret, 3 bankiers. Linda Broekhuizen, Hann Verheijen en Vincent van Assem (midden). Foto Jiri Buller
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.