'De baas van een containerbedrijf, dat moet wel een man zijn, toch?'

Kristel Groenenboom (31), directeur en eigenaar van een containerbedrijf, zou een boek kunnen schrijven over de mannelijke vooroordelen waar ze tegenoploopt. Dat heeft ze dus maar gedaan. Hilarisch en herkenbaar.

Beeld Marcel van den Bergh/ de Volkskrant

Op een maandagmorgen stond Kristel Groenenboom te tanken bij pompstation De Bromtol in Oosterhout toen zich een wonderlijk gesprek ontspon met een vrachtwagenchauffeur.

'Zo mevrouw, dat is een mooie auto', zei de trucker terwijl hij haar zwarte Porsche Cayman monsterde. 'En hoe komt u daaraan?' Gekke vraag, dacht Groenenboom. Door keihard te werken, was natuurlijk het antwoord. Maar dat zei ze niet. Een dwaze vraag verdient een dwaas antwoord, vond ze. 'Hoe ik aan mijn wagen kom? Gewoon van een oude rijke vent gekregen. Wat had u anders gedacht?' Verbouwereerd bekeek de man haar van top tot teen, alvorens weg te benen.

Vier dagen later stopte de vrachtwagenchauffeur bij Container Service C. Groenenboom in Oosterhout om een lading te lossen. En warempel: daar was de Porsche Cayman weer, geparkeerd voor de voordeur. De man had nauwelijks zijn karwei geklaard en zijn hielen gelicht of een collega van Kristel Groenenboom liep haar kantoor binnen.

'Goh, Kristel, heb jij toevallig met een vrachtwagenchauffeur gesproken bij het benzinestation?'

'Hoezo?', antwoordde ze. De chauffeur had namelijk een nogal bizar verhaal verteld, legde de collega uit. Hij moest en zou weten van wie die zwarte auto bij de voordeur was.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'En? Wat heb je gezegd?', zei Groenenboom.

'De waarheid - dat die auto van onze directrice is. Hij vond dit nogal vreemd, want hij was deze week een jonge vrouw met lang donker haar op hoge hakken tegengekomen bij een benzinepomp en hij dacht dat de dame een prostituee was. Of een golddigger, zo iemand die met een oude kerel is getrouwd voor het geld.'

Hilarisch

Kristel Groenenboom (31) zou een boek kunnen schrijven over de mannelijke vooroordelen waarmee ze te maken heeft als eigenaar van een containerbedrijf. Dat heeft ze dus maar gedaan, met het recentelijk verschenen Mag ik meneer Kristel even spreken? als resultaat. Haar hilarische boek zal voor veel topvrouwen herkenbaar zijn. Ze schrijft overigens ook over allerlei andere vooroordelen, zoals het idee dat een ondernemer die weleens op vakantie wil en minder dan 100 uur per week werkt geen knip voor de neus waard is.

De boektitel is uit het leven gegrepen. Vanmorgen nog, vertelt ze, dacht een klant een afspraak te hebben met meneer Kristel. 'Hij dacht vast: de baas van een containerbedrijf, dat moet wel een man zijn.' Dat Chinese callcenters vrijwel standaard om 'mister Kristel' vragen als ze iets te verkopen hebben begrijpt ze nog wel. 'Dan krijgen ze mij aan de lijn en zeggen ze dat ze meneer de manager willen spreken. Maar de klant van vanochtend was gewoon een Nederlander.'

Groenenboom was 23 jaar, vers uit de collegebanken, toen ze Container Service C. Groenenboom overnam van haar 70-jarige vader. Het Oosterhoutse miljoenenbedrijf telt 27 overdekte bedrijfshallen, een straalloods, een spuiterij en dertig werknemers. Daarvan zijn er twee vrouw: de een is directeur, de ander kantinejuffrouw. Dat laatste beroep dichten klanten Groenenboom trouwens ook vaak toe voordat ze beseffen dat ze met de directeur te maken hebben.

Hufters

Het hoogst in de categorie 'seksistische hufters' scoren heftruckverkopers, zegt Groenenboom. Ze had nog maar net het stokje overgenomen van haar vader of ze moest haar eerste heftruck aanschaffen. Over heftrucks hoef je Groenenboom niets wijs te maken. 'Als klein kind ging ik al met mijn vader mee als hij ging onderhandelen met een heftruckverkoper', zegt Groenenboom, 'dus ik weet echt wel waar ik het over heb.'

Maar de heftruckvertegenwoordiger wist niet wat voor vlees hij in de kuip had. Hij vond het maar raar, zo'n jonge blom als baas van een containerbedrijf, en dat liet hij merken ook. Groenenboom had er helemaal tabak van toen de offerte van de man veel duurder uitviel dan de prima de luxe Toyota-heftruck van een concurrent. Ze stuurde een beleefd mailtje dat ze voor een goedkoper bedrijf had gekozen.

Nog geen vijf minuten later plofte er een ellenlange mail in haar postvak, waarmee de vertegenwoordiger haar op andere gedachten probeerde te brengen. 'Kristel, hierbij een overzicht van de technische details: waarom u voor ons merk móét kiezen. Dit kunt u niet weten als vrouw. U kunt de technische beslissingen beter overlaten aan uw mannelijke collega's.'

Net als de vrachtwagenchauffeur gaf ze de heftruckvertegenwoordiger opzettelijk een dwaas antwoord, in de hoop dat het kwartje zou vallen. Ze mailde terug dat ze voor een concurrent had gekozen, omdat de vertegenwoordiger zo charmant was. 'Hij was beter gekleed dan u en de koffie was trouwens ook lekkerder bij uw concurrent. Dit is heel belangrijk voor vrouwen.'

Grootspraak

Groenenboom maakt zich in haar boek ook boos over de mythe dat 'echte ondernemers' altijd workaholics zijn. Grootspraak, zegt ze. De gemiddelde mkb-ondernemer werkt 35,4 uur. Alleen mannen die hun gezin verwaarlozen en hun vrouw laten opdraaien voor de opvoeding kunnen 100 uur per week werken, schrijft ze.

Met haar boek wil Groenenboom juist de neiging tot generaliseren aan de kaak stellen, dus haast ze zich eraan toe te voegen dat haar ervaringen met heftruckverkopers vast niet exemplarisch zijn voor alle mannen in deze beroepsgroep. 'Sinds het verschijnen van het boek krijg ik veel mails van heftruckverkopers', gniffelt ze. 'Ik ben wél vrouwvriendelijk', schrijven ze dan.'

Wat wil Groenenboom met haar boek bereiken? Mensen 'wakker schudden' over hun eigen vooroordelen. 'Een 23-jarige vrouw kan best een goede directeur zijn, daarvoor hoef je geen grijze meneer te zijn. En iemand die van leuke kleren houd, kan best een containerbedrijf leiden, hoe lachwekkend sommige collega's dit in het begin ook vonden.'

Nog een belangrijke boodschap: 'Laat je als vrouw niet in een te kleine auto stoppen.' Groenenboom bedoelt dit zowel figuurlijk als letterlijk. Figuurlijk, omdat 'vrouwen best wat ambitieuzer mogen zijn'. En letterlijk, omdat vrouwen zich door hun mannen maar al te makkelijk in een Mini of Clio laten stoppen, terwijl manlief in een pooierbak rijdt. 'Een vorm van machtsvertoon en onderdrukking', vindt Groenenboom. Waarom willen mannen altijd een grotere, blitsere auto dan hun vrouw?

Zelfs als je vrouwen ziet als van schoenenzaak naar schoenenzaak fladderende shopaholics voor wie auto's louter boodschappenwagentjes zijn, is het nog steeds raar dat vrouwen kleinere auto's hebben, vindt Groenenwegen. 'Er passen meer boodschappentassen in die grote auto dan in een Mini. Waar moet je als dame anders al je shoppingbags laten?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.