De AOW en de strijd tussen de generaties: terug naar de feiten

In december lekte een rapport uit van de Sociaal-Economische Raad (SER) waarin dit adviesorgaan van de regering pleitte voor de fiscalisering van de AOW-premie, waardoor (toekomstige) ouderen gaan meebetalen aan deze oudedagsvoorziening....

Ik kom er nu op terug, omdat de Volkskrant de hand legde op een studie - De inkomenspositie van ouderen - van het ministerie van Sociale Zaken waarin de welvaart van (toekomstige) ouderen wordt onderzocht.

Vincent Thio, de auteur van het rapport, richt zich op het verdelingsprobleem: wie gaat in de toekomst de stijgende AOW-kosten betalen? Hij berekent de ontwikkeling van de inkomenspositie van ouderen tussen 2000 en 2020, en vergelijkt die met de inkomensontwikkeling van jongere generaties.

De inkomenspositie van ouderen verbetert fors. Dat komt doordat iedere nieuwe jaargang gepensioneerden gemiddeld een hoger pensioen heeft dan de vorige. Wie nu 50 jaar oud is, en dus in 2020 pensioneert, zal een hoger pensioen ontvangen dan de zestigers van nu. Tegelijkertijd sterven oudere jaargangen, zonder of met een klein pensioen, natuurlijk uit. De groep 65-plussers als geheel verandert dus jaarlijks van samenstelling: hogere inkomens stromen in, lagere inkomens sterven uit, het gemiddelde inkomen van 65-plussers stijgt. Deze inkomensdynamiek is het gevolg van de opbouw van pensioenrechten in de voorbije decennia. Het aantal jaren waarin pensioen is opgebouwd is voor elke jaargang groter. De sterk gestegen arbeidsparticipatie van vrouwen leidt er in de toekomst bovendien toe dat steeds meer echtparen twee pensioenen zullen ontvangen. Het aantal huishoudens met, naast AOW, een aanvullend pensioen stijgt daardoor van 83 procent in 2000 tot 92 procent in 2020.

De 20 procent rijkste 65-plussers had in 2000 een aanvullend pensioen van gemiddeld achttienduizend euro. In 2020 ontvangt deze topgroep, in prijzen van 2000, ruim 35 duizend euro pensioen, bijna een verdubbeling dus. De 20 procent met het kleinste pensioen ontving in 2000 ruim zeshonderd euro per jaar; in 2020 is dat opgelopen tot gemiddeld zo'n 2100 euro. Voor de, dus steeds van samenstelling wijzigende, groep 65-plussers als geheel, stijgen de inkomens tussen 2005 en 2020 met ruim 20 procent, een gemiddelde jaarlijkse toename van 1,3 procent per jaar, berekent Thio.

De vraag 'hoezo worden ouderen steeds rijker?' is hiermee dus beantwoord.

Toch blijft de AOW voor een grote groep Nederlanders de belangrijkste bron van oudedagsinkomsten. Voor de rijkste 33 procent van de ouderen geldt in 2020 dat de AOW slechts eenderde van hun inkomen uitmaakt. Maar voor de armste 33 procent bestaat in 2020 ruim 80 procent van hun inkomen uit AOW. Er is dus alle reden zuinig met de AOW om te springen.

Waarmee we zijn aangekomen bij de tweede vraag: wie gaat dat betalen?

Thio berekent hiertoe de ontwikkeling van de inkomens van 65-plussers ten opzichte van de inkomensontwikkeling van 65-minners. In 2000 is die verhouding 0,68, wat dus wil zeggen dat het inkomen van een gemiddelde 65-plusser 68 procent bedraagt van het inkomen van een 65-minner. Deze ratio stijgt stapsgewijs tot 0,93 in 2020: de inkomens van ouderen stijgen dus sneller dan de inkomens van jongeren.

Tegelijkertijd nemen, bij ongewijzigd beleid, de overdrachten van jongeren naar ouderen toe, vooral omdat primair jongeren de sterk stijgende AOW-uitgaven betalen.

Stapsgewijze fiscalisering van de AOW-premie, berekent Thio, trekt de verhoudingen rechter. Nog steeds zullen ouderen hun inkomen sneller zien stijgen dan jongeren: de verhouding tussen hun inkomens neemt toe van 0,68 in 2000 tot 0,75 (in plaats van 0,93) in 2020. Nog steeds zullen jongere generaties geld overdragen aan oudere generaties, maar de omvang van deze solidariteitsbetaling neemt af. Ouderen zonder inkomen uit aanvullende pensioenen zullen hun inkomen iets sneller zien stijgen dan als de AOW-premie niet gefiscaliseerd wordt, waardoor de inkomensverdeling binnen de groep 65-plussers iets rechter wordt. De belastingdruk voor laagbetaalde werknemers, ten slotte, daalt, waardoor de werkgelegenheid onder laagopgeleide 65-minners zal stijgen.

Oordeel vooral zelf over de feiten, maar ik blijf erbij dat de fiscalisering van AOW-premies een uitstekend, evenwichtig en sociaal plan is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden