Dan maar een eigen vakbond

De achterkamers van de polder worden bevolkt door 50-plussers, die de lasten over generaties oneerlijk verdelen; houdt daarom een nieuwe jongerenvakbond ten doop..

Een jaar geleden, op 2 oktober 2004, stond het Museumplein in Amsterdam vol met mensen die demonstreerden tegen het afschaffen van het fiscale voordeel voor het prepensioen. De demonstratie had succes, het kabinet trok een aantal plannen in en de sociale partners mochten de prepensioenregelingen repareren. En dat deden ze, repareren. Oudere werknemers kunnen nog wel met prepensioen, en dat wordt betaald door de jongere werknemers. ‘Niet eerlijk’, vond een aantal jonge ambtenaren in twee artikelen in de Volkskrant (Forum, 18 juli en 20 augustus). ‘Hadden jullie maar lid van een vakbond moeten zijn’, antwoordden de vakbonden.

Goed punt. Dat gaan we doen. We worden lid van een vakbond. En wel die van onszelf: een vakbond voor de werkende generatie. Jonge ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven, freelancers, startende ondernemers. De generatie die in Europa en in een grenzenloze economie voor elkaar moet krijgen dat ons mooie Nederlandse stelsel van solidariteit behouden blijft en toekomstbestendig is. We willen democratische besluitvorming over onze arbeidsvoorwaarden. We willen transparantie over de zaken waaraan we verplicht meebetalen, we willen weten waar we voor werken. We willen een flexibele arbeidsmarkt, waarin iedereen die zijn best doet een kans heeft, ongeacht leeftijd of kleur. We zijn niet bang voor Europa en de gevolgen van een open Europese arbeidsmarkt. Alleen als Europese landen gezamenlijk optrekken kunnen we sterk zijn in de wereldeconomie. En daar hebben uiteindelijk Nederlandse werknemers meer aan dan wanneer we onze kop in het zand van de polder steken.

Fair solidair is ons motto. Met deze vakbond willen we een plek in de Sociaal Economische Raad. De SER, zoals die nu is samengesteld, is geen afspiegeling van sociaal-economisch Nederland. Wat wel zou moeten volgens de SER. De jonge werkende klasse hoort in de SER. Al was het maar om evenwichtiger adviezen te produceren. Uiteraard willen we ook mee onderhandelen over CAO’s en de Kamer tijdig tot inkeer brengen als er regels worden besproken die geen rekening houden met zelfstandigen.

Wij betwisten niet het recht van de babyboomers om voor hun goede huis, haard en pensioen te vechten. Maar ook wij hebben dat recht. Het is tijd dat we dat recht claimen, want er zijn twee dingen mis in de polder van de huidige sociale partners.

Eén: de oude vakbonden zijn niet solidair, omdat ze te weinig rekening houden met de belangen van een groot deel van de werkenden. De jongere generaties betalen voor het vroegpensioen van werknemers ouder dan 55 jaar. De levensloopregeling is bedoeld om tijdens je loopbaan voor verlof te kunnen sparen, bijvoorbeeld om voor je kinderen te zorgen, of een opleiding te volgen. Maar die regeling wordt nooit méér dan een verkapte prepensioenregeling als je het aan de bestaande bonden overlaat.

Het afschaffen van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen is nooit met de freelancers besproken noch is er over een alternatief of compensatie voor al die betaalde premies nagedacht.

Twee: de besluitvorming is ondemocratisch. Vakbonden laten alleen hun leden stemmen over akkoorden. Slechts 25 procent van de werkenden is lid van een vakbond en die leden zijn voornamelijk blanke mannen boven de 45 jaar. Specifiek doelgroepenbeleid binnen de bestaande bonden om ook leden buiten deze overheersende groep meer invloed te geven, werpt geen vruchten af. In de Abvakabo-statuten staat: ‘De sectoren Vrouwen, Jongeren en Migranten hebben geen stemrecht’. Uiteraard geloven we graag dat de Abvakabo dat niet zo bedoelt als het lijkt. Maar het probleem van de bestaande bonden lijkt ons duidelijk: de 75 procent die geen lid is, bestaat vooral uit de 4,5 miljoen werknemers in de beroepsbevolking die jonger zijn dan 45 jaar.

En nog iets anders. Freelancers hebben eigenlijk geen plek in de bestaande vakbonden. Want zijn ze nou werknemer, of eigen werkgever? Besluiten die freelancers in hun werk en leven raken, worden genomen zonder dat er iemand aan tafel zit die weet wat het is om zelfstandig te werken. De uitkomsten pakken dus ook vaak negatief uit voor freelancers. Gewoon vergeten, die groep van ruim 800 duizend zelfstandig werkenden.

Om werken en meebetalen aan het sociale stelsel aantrekkelijk te houden moet een aantal zaken die de sociale partners hebben bepolderd helemaal anders. Zo moeten de prepensioenafspraken anders worden ingevuld. Het is eerlijker om de ouderen een jaar langer te laten werken dan de jongeren er twintig jaar voor te laten betalen. Laat tenminste iedere werknemer stemmen over de afspraken.

We willen sowieso een goede discussie over de vergrijzing. Diverse studies van verschillende economen, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Centraal Planbureau laten zien dat de kosten van die stijging vrijwel volledig worden opgehoest door de jongeren.

We moeten het echt hebben over de AOW. Als we zo doorgaan, moeten in 2040 werknemers met een modaal inkomen 36 procent van hun broodwinning alleen al aan AOW-premies afdragen, waar het nu 18 procent is. En dat terwijl de oudedagvoorziening voor juist deze generatie behoorlijk beperkt wordt de laatste jaren, in sommige gevallen zelfs met de helft, zoals het nabestaandenpensioen. Dus: dubbele lasten, halve lusten voor de jongeren. Snapt u het nog? Dat kan anders, maar dan moeten we het er nu over hebben.

De hypotheekrenteaftrek mag van ons begrensd worden. Nu wordt de gevestigde orde bevoordeeld, omdat iedereen meebetaalt aan de dure hypotheken van grote huizen. Starters kunnen met de huidige prijzen geen huis kopen. En hetzelfde geldt voor iedereen zonder vast contract: hoofdzakelijk de jongere werkende generatie. Zij kunnen, door de fixatie op vaste contracten, maar moeilijk een hypotheek krijgen.

We vinden dat het last-in-first-out principe afgeschaft moet worden. We willen een goede discussie over het ontslagrecht. Is het niet veel eerlijker om soepel ontslagrecht te hebben voor iedereen die meer dan 45 duizend euro verdient? Dat zijn in de regel mensen die met hun hoofd werken, een hogere opleiding hebben gehad en van wie je flexibiliteit kan vragen. Dan denken we ook aan managers, directeuren, collegevoorzitters; dat zijn mensen die best goed voor zichzelf en hun employability kunnen zorgen. Volgens ons veel eerlijker dan de impliciete leeftijdsdiscriminatie van de last- in-first-out regeling die nu geldt. Het mooie van ons plan is dat je niet aan de baanzekerheid van mensen met een laag inkomen hoeft te komen.

Ook willen we dat bij stemming over CAO’s alle betrokken werknemers meestemmen, de CAO gaat tenslotte voor hen allemaal gelden. Doen wij niet moeilijk over. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen mag toch ook iedereen stemmen, en niet alleen degenen die lid zijn van een politieke partij?

Verder vinden we dat je freelancers en startende ondernemers niet moet lastigvallen met al te veel formulieren en informatieplichten. Eenmalige gegevensverstrekking voor hen is goed mogelijk nu de belastingdienst bijna alles over iedereen weet. Laat de andere instanties de informatie maar aan de belastingdienst vragen. En waarom niet ook een startersaftrek voor beginnende BV’s? Met name allochtone ondernemers profiteren hiervan. Discriminatie op de arbeidsmarkt maakt het voor hen aantrekkelijker om ondernemer te worden. Laten we het nieuwe ondernemers dan makkelijker maken.

Zo zijn er nog meer dingen waarvoor we gaan onderhandelen, lobbyen en actievoeren. Er is in Europa bijvoorbeeld veel te doen, daar waar de huidige bonden door koudwatervrees en kortzichtigheid veel laten liggen. Betere arbeidsvoorwaarden voor Oost-Europeanen die hier werken betekent bijvoorbeeld eerlijker concurrentie. Zodat Europese burgers kunnen gaan doen waar ze goed in zijn. Op de langere duur is dat de manier om een sterke Europese arbeidsmarkt te creëren, die er toe doet in de wereldeconomie. Wij denken over Nederland als land in een sterk Europa.

Maar waarom worden we niet massaal lid van een bestaande bond? Of waarom richten we geen politieke partij op? Beide wegen naar invloed duren ontzettend lang. Voor we in bestaande vakbonden een meerderheid hebben is het oude gestaalde kader op onze kosten met (pre)pensioen. En als politieke partij moet je de verkiezingen afwachten en ook standpunten hebben over hoofddoekjes, afmetingen van kippenrennen en ontsnapte TBS’ers.

Wij hebben vooral ideeën over de sociaal-economische vormgeving van Nederland en Europa. Die ideeën brengen we beter en sneller aan de man via de achterkamers van de polder. Daarvoor hoeven wij niet gekozen te worden. Net zo min als andere vakbonden. Maar wij staan voor 4,5 miljoen werkenden.

Genoeg geschreven. We eisen onze rechtmatige plek in de polder op. We noemen onszelf Alternatief Voor Vakbond: AVV. Voor een eerlijk, toekomstbestendig Nederland en voor behoud van het Europees sociaal model. En voor een evenwichtige verdeling tussen de generaties en verschillende soorten werkenden. En we gaan graag de discussie aan over belangen en de invulling van solidariteit en ons vermeende egoïsme.

Fair solidair is ons motto.

Mei Li Vos is mede-oprichter van het AVV.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.