Dalende olieprijs slaat Afrikaanse droomscenario's aan diggelen

Wordt er eindelijk overal in Oost-Afrika olie en gas gevonden, raakt de olieprijs in een glijvlucht. Weg euforie, een streep door vele plannen. En oude olielanden als Nigeria en Angola zitten in de put.

Beeld EPA

Hij had de dag van zijn leven. Vol trots hield Kiraitu Murungi, de minister voor Energie in Kenia, een glazen potje met een donkere vloeistof omhoog. Het was tijdens een persconferentie in maart 2012. Eindelijk, in het noorden van het land was olie gevonden. Kenia, net als andere landen in Afrika, droomde zich rijk.

Dankzij de vondst, aldus de minister, 'kunnen we ons aansluiten bij de liga van olieproducerende landen als Libië, Abu Dhabi en Iran.' Nog een paar jaar, en Kenia zou een streep zetten door de enorme rekening die het jaarlijks betaalde voor olieimport. In plaats daarvan kon het olie exporteren. En veel geld verdienen.

Een vergelijkbaar ontwikkelingsmodel kwam op in andere landen in het oosten van Afrika. In Oeganda was al eerder olie gevonden. Zuid-Soedan was net onafhankelijk geworden en zou zijn olie laten stromen door een pijplijn naar Kenia. In Tanzania en Mozambique waren voor de kust enorme hoeveelheden gas gevonden. Wat voor West-Afrika al jaren gold, zou ook hier werkelijkheid worden.

In nauwelijks vier jaar tijd lijkt door dit droomscenario een ruwe streep gezet. Door de afnemende vraag naar olie uit opkomende economieën zoals China. Maar vooral door de gekelderde olieprijs. Overal in Afrika staan de overheidsbudgetten onder grote druk. En de verwachting is dat dit de komende jaren alleen nog maar ernstiger zal worden. Met alle mogelijk gevolgen vandien.

Lange tijd was Nigeria de grootste olieproducent van het continent. Miljarden euro's kwamen het West-Afrikaanse land binnen, miljarden euro's gingen er door grootschalige corruptie weer uit. Afrika's meestbevolkte land, met inmiddels meer dan 150 miljoen mensen, bleef zijn economie bijna volledig op olie gericht houden. En is daardoor de afgelopen anderhalf jaar, met een steeds verder dalende olieprijs, bijna 70 procent van zijn inkomsten kwijtgeraakt.

(Tekst gaat verder onder infographic).

Beeld de Volkskrant

Vorig jaar beleefde Nigeria een uniek politiek moment. Voor het eerst in de geschiedenis werd een democratisch gekozen burgerpresident door iemand van een andere partij verslagen. De nieuwe leider, Mohammadu Buhari, maakte meteen duidelijk dat hij de corruptie wil aanpakken en zijn land minder afhankelijk van olie wenst te maken. Dat laatste zal wel moeten, wil Nigeria iets vasthouden van de redelijk spectaculaire economische groei die het, net als andere Afrikaanse landen, de afgelopen jaren heeft gekend.

Vorige week kwam Christine Lagarde, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in Nigeria op bezoek. In een toespraak tot het parlement sprak zij woorden die niet alleen belangrijk zijn voor Nigeria, maar voor alle landen in Afrika die hun inkomsten halen uit grondstoffen zoals olie. 'De groei in opkomende en zich ontwikkelende economieën is trager geworden', aldus Lagarde. Nigeria staat voor 'harde keuzes' - en Nigeria niet alleen.

Christine Lagarde in Nigeria.Beeld anp

Een van die keuzes is de afschaffing van de subsidies op brandstoffen. De Nigeriaanse regering maakte eind vorig jaar bij monde van Ibe Kachikwu, de minister voor Olie, al duidelijk dat de subsidierekening van enkele miljarden euro's per jaar 'aan de hoge kant' is.

Maar daarmee neemt Nigeria een groot risico. Een eerdere poging tot afschaffing van de brandstofsubsidies, vijf jaar geleden, leidde tot de zogeheten 'Occupy Nigeria' beweging. Wat begon als demonstraties tegen de plotse verhoging van brandstofprijzen, groeide al snel uit tot een breed maatschappelijk protest tegen zowat alles waarin de Nigeriaanse overheid in de ogen van haar burgers faalde. Het kan opnieuw gebeuren, ook in andere landen van het continent.

Afrika's grootste olieproducent is momenteel Angola. Sinds 2002, toen een einde kwam aan de burgeroorlog, heeft het land zo'n 400 miljard euro met de export van het zwarte goud verdiend. Toen het parlement moest stemmen over het budget van dit jaar, bleek dat de olie-inkomsten in twaalf maanden tijd met meer dan de helft waren afgenomen.

(Tekst gaat verder onder locator).

Dat bedreigt niet alleen de ontwikkeling van het land, maar ook de politieke elite onder leiding van president Eduardo dos Santos, die zich dankzij de nauwe banden met de olieindustrie gigantisch heeft weten te verrijken. Olie staat niet alleen voor 95 procent van de export, maar ook voor circa driekwart van het belastinggeld, het geld dus ook waarmee een land als Angola ontwikkelingsprojecten als die in de infrastructuur moet financieren.

Dergelijke belangrijke uitgaven staan onder steeds grotere druk. Daar komt bij dat door verminderde inkomsten uit olie in Angola, maar ook elders, meer mensen problemen hebben met het vinden van een baan. Ook is de nationale munt in diverse landen behoorlijk minder waard geworden. Dat heeft effect op de koopkracht van burgers. Maar het betekent ook dat overheden die zich de afgelopen tijd weer flink in de dollarschulden zijn gaan steken fors meer kwijt zullen zijn aan de aflossing hiervan.

De economische krimp betekent voor een land als Angola dat de begroting met ongeveer een kwart is gekort. Voor olielanden als Equatoriaal-Guinée, Congo-Brazzaville, Gabon en zeker ook Nigeria geldt een vergelijkbaar verhaal. De economische groei in het land van president Buhari bedroeg in 2015 nog slechts 3,2 procent. Het vooruitzicht voor dit jaar is weinig beter. In de begroting is, heel voorzichtig, rekening gehouden met een prijs van 38 dollar voor een vat olie. Eind vorige week ging die prijs richting de 32 dollar.

(Tekst gaat verder onder foto).

Christine Lagarde in Nigeria.Beeld anp

Een economische groei van rond de 3 procent wordt door de snelle bevolkingsaanwas in landen als Nigeria geheel teniet gedaan. Niettemin zijn in Afrika de afgelopen tien jaar meer en meer mensen het ietsje beter gaan krijgen. Tegenvallende groei door tegenvallende olieinkomsten vormt op termijn ook een bedreiging voor de sociale stabiliteit in landen waar zo'n tweederde van de bevolking jong en nog al te vaak werkloos is.

En bij olie alleen blijft het niet. De tragere groei in opkomende economieën als China heeft ook gevolgen voor Afrikaanse landen die afhankelijk zijn van de export van andere grondstoffen. Zoals Zambia en de Democratische Republiek Congo, met hun koper en andere metalen. Of West-Afrikaanse landen met ijzererts. En Zuid-Afrika met onder meer platina.

Christine Lagarde koos Nigeria uit, ook om andere landen in Afrika te waarschuwen. Haar toespraak eindigde zij met een citaat van de Nigeriaanse auteur Ben Okri: 'Onze toekomst is geweldiger dan ons verleden.' Dat moge zo zijn. Maar de nabije toekomst in Afrika is vooral even spannend als onzeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden