Dag melkplas, dag boterberg, hallo vrije markt

Melkquotum

Vandaag is er na 31 jaar een einde aan het melkquotum gekomen. Boeren mogen zo veel produceren als ze zelf willen. Wat gaat er nu gebeuren?

Het melkveebedrijf van familie Kinderman in het Friese Oudkerk levert zijn melk aan zuivelcoöperatie FrieslandCampina. Hier wordt drijfmest uit de stallen uitgereden. Beeld Harry Cock

Het belang van de datum is gevangen in één woord, neergekrabbeld met dikke viltstiftstrepen en zwanger van de symboliek. En dat zegt iets bij een beroepsgroep die nou niet grossiert in overdrijvingen. Een maaltijd is al snel 'best', een succesvol seizoen 'niet slecht', maar komende woensdag is het voor melkveehouders niets minder dan 'bevrijdingsdag'.

Op de boerderij van Sjaak en Karin van Veen in Zoeterwoude, aan het einde van de lange, kronkelige Weipoortweg, is een bijeenkomst georganiseerd. Aan een muur hangt trots het bewijs dat het familiebedrijf onlangs Agrarisch Ondernemer van het jaar was, Hofleverancier bovendien, dus het is geen toeval dat de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) deze voorbeeldboerderij heeft gekozen om de laatste stappen richting de 'o-zo belangrijke 1 april' officieel af te trappen.

Zoon Wytse Kelderman aan het werk in de melkput. Beeld Harry Cock

Minder marge voor melkveehouders

'Want het is zover', zegt LTO-voorzitter melkveehouderij Kees Romijn ronkend. Komende week komt er, na 31 jaar, een einde aan het melkquotum. Dat betekent: nooit meer boze boeren die demonstratief hun zuivel het riool inpompen. Nooit meer bergen van boter en plassen van melk. Nooit meer de superheffing. Vanaf 1 april mogen melkveehouders 'eindelijk' zo veel produceren als ze zelf willen.

Maar het betekent ook: kritiek. Want meer melkproductie staat volgens de onheilsprofeten gelijk aan een intensivering op het platteland. Geen koeien meer in de wei, is het schrikbeeld, maar volle megastallen met bergen mest ernaast, dampend van de fosfaatuitstoot. En wat gebeurt er vanaf 1 april met de boeren die tonnen investeerden in nieuwe stallen en grond? Hebben zij wel genoeg geld over om de klappen van de volledig vrije markt op te vangen?

Nee, denken onderzoekers. Want meer melk op de markt betekent een lagere prijs per liter en dus minder marge voor melkveehouders. Accountantsbureau Flynth, dat samenwerkt met ongeveer 800 melkveebedrijven, verwacht dat de eerste boeren eind mei al met serieuze liquiditeitsproblemen te maken krijgen.

Sinds de invoering van het quotum in 1984 - ooit bedoeld om de overproductie van zuivel tegen te gaan (zie kader) - is het productieplafond opeenvolgend vervloekt en bezongen, dan weer verguisd en gevierd. Feit is dat de Europese zuivelmarkt er zich de afgelopen dertig jaar naar vormde, zeker in Nederland. Romijn: 'Maak een Nederlandse boer midden in de nacht wakker en het eerste wat hij je oplepelt, is zijn melkquotum. Zo belangrijk is het. Was het.'

Maar ondanks, of dankzij het productieplafond, nam de zuivelsector toch enorme vormen aan. In cijfers: 17 duizend Nederlandse melkveehouderijen bezitten momenteel 1,6 miljoen koeien die jaarlijks 12,7 miljard kilo melk produceren. Dat is grofweg één glas melk en één bak yoghurt voor 100 miljoen mensen, elke dag.

En dat is veel, zowel nationaal als internationaal gezien, zegt Romijn. Omdat Nederland ongeveer tweederde van zijn melk uitvoert, is het de op een na grootste zuivelexporteur ter wereld, goed voor 5 procent van de totale wereldhandel in melkproducten.

'Maar dat had veel meer kunnen zijn', zegt Romijn nu. 'Vergis je niet: het melkquotum is een absolute zegen voor onze sector geweest.' Boeren waren, beschermd door Europa, verzekerd van hun bestaan en het koste niet al te veel geld. 'Maar feit is ook dat het tien jaar te laat wordt afgeschaft. Wij hebben behoorlijk aan marktaandeel ingeleverd. Sinds 2005 hebben landen als Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten het meest geprofiteerd van ons systeem.'

De koeien staan in e''en stal, met voorin de melkput. Beeld Harry Cock

Waarom het melkquotum?

Het melkquotum werd 31 jaar geleden ingevoerd om een overproductie tegen te gaan die in de jaren na de oorlog op gang was gekomen. Om de voedselvoorziening veilig te stellen, werd boeren toen een gegarandeerde afname verzekerd; voor elke kilo melkpoeder, boter, room of yoghurt kregen zij een standaard aantal guldens, ongeacht de eigenlijke vraag naar melk. Wat te veel werd gemolken, werd met behulp van Brusselse exportsubsidies buiten het continent afgezet. Dus ook al was de melkprijs elders in de wereld lager, boeren kregen gewoon de Europese prijs betaald, met de toen beschimpte boterbergen en melkplassen in stampvolle opslagruimtes tot gevolg.

De overschotten waren in de jaren tachtig zo groot dat eenderde van het gehele Europese landbouwbudget naar overproducerende melkveehouders ging. Reden om in 1984, na een vergadering van 26uur, een productieplafond in te stellen: het melkquotum. Vanaf toen mochten boeren, slechts een maximum aan melk produceren op straffe van een boete: de superheffing

Opgeschroefde capaciteit

Met andere woorden: de beschermende rol van het melkquotum is verworden tot een belemmering, vindt hij. Het geeft boeren een rust die ze niet nodig hebben. Wil de BV Nederland concurrerend blijven, dan moet de sector groeien, meer melk produceren en meer investeren. 31 jaar lang kon een boer alleen opschalen door quotum over te kopen van een gestopte buurman of door de superheffing te betalen en dat moest veranderen, aldus Romijn. In 2007 zag ook de Europese Unie het failliet van de eigen maatregel in, waarna werd besloten het melkquotum definitief op te heffen. De datum die ze daarvoor kozen: woensdag 1 april 2015.

'Hier zie je de consequenties van die beslissing uit 2007', zegt Piet Boer, voorzitter van de raad van commissarissen van FrieslandCampina, met bijna 13 duizend aangesloten melkveebedrijven de grootste boerencoöperatie van Nederland. Hij wijst om zich heen, naar een bedrijventerrein in het Gelderse Borculo. Elke dag boren, takelen, sleutelen en lassen hier 450 bouwvakkers aan een fabriek die vanaf mei 750 miljoen kilo melk per jaar kan ontromen, pasteuriseren en verpoederen. Een navelstreng van pijpleidingen verbindt de kolos in wording nu al met de oude fabriek een paar honderd meter verderop die ook op volle toeren zal blijven draaien.

'Wij verwachten dat de Nederlandse melkproductie, bevrijd van alle quota, zo'n 20 procent zal toenemen in de komende 5 jaar', legt Boer de bouwput uit. Daarom investeerde FrieslandCampina in aanloop naar 1 april 2,5 miljard euro aan nieuwe fabrieken om de capaciteit met zo'n 15 procent op te schroeven. Naast Borculo wordt er ook in Leeuwarden, Lochem, Beilen, Bedum, Gerkesklooster en Veghel aan fabrieken gesleuteld.

In de melkstal. Beeld Harry Cock

Uitbreiden

Die bedrijvigheid staat symbool voor de drang voorwaarts in de hele zuivelsector, zegt Boer. Wat hier in het groot gebeurt, gebeurt in stallen door heel Nederland heen in het klein: uitbreiden. Familieboerderijen kopen extra koeien en land en ook het aantal megabedrijven - boeren met meer dan 250 stuks melkvee - neemt toe.

Uit een inventarisatie van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra blijkt dat er meer megaboeren zijn dan ooit: 803 in 2013, tegenover 301 in 2005. Dat is inclusief pluimvee- en varkensboeren, maar het gros van de nieuwkomers zit in de melk. Het aantal megastallen nam in dezelfde periode toe met 136 procent, wat vorige week voor GroenLinks reden was een extra Kamerdebat aan te vragen over alle dierenwelzijns- en milieugevolgen. De SP pleit zelfs voor een noodwet die de bouw van nieuwe megastallen per direct tegen moet gaan.

Om maar aan te geven: het afschaffen van het melkquotum wordt niet alleen juichend ontvangen. Absoluut niet zelfs. Zo uitten twee CDA-coryfeeën, voormalig landbouwminister Cees Veerman en oud-Rabobank topman Herman Wijffels, afgelopen november hun zorg in een open brief aan dagblad Trouw. De sector, zo schreven zij, zou zomaar eens de varkens- en pluimveeindustrie achterna kunnen gaan. Want zonder de remming van een quotum ligt intensivering op de loer, met alle milieugevolgen van dien.

Een 'frontale aanval op de kringloopeconomie' van de melkveehouderij, noemen zij de deregulering van woensdag. Hoe groter de veestapel, des te kleiner de kans dat dieren nog buiten komen. Daar is simpelweg te weinig grond voor. Ook komt er een mestoverschot, want een hectare landbouwgrond kan maar een bepaalde hoeveel stront aan. En meer stront, betekent meer uitstoot.

Lagere melkprijzen

Uit cijfers van Alterra blijkt dat weidegang van koeien inderdaad onder druk staat sinds bekend werd dat het quotum verdwijnt. Drie jaar geleden kwam nog 72 procent van alle koeien buiten, nu is dat 65 procent en over 5 jaar iets meer dan 50 procent.

Een alternatief is de invoering van een nieuw quotum, gebaseerd op milieueisen. Een maximum aan melk zou plaats moeten maken voor een maximum aan fosfaat- en ammoniakuitstoot: een strontquotum. Staatssecretaris Dijksma werkt aan een wetsvoorstel dat de mestproductie aan banden moet leggen, maar de coalitie is nog verdeeld over het nut ervan. Want wat is er van 'bevrijdingsdag' over als er direct een nieuw regime volgt?

Een andere onheilspellende schaduw die 1 april achtervolgt, is die van dreigende faillissementen. Vooral de boeren die fiks hebben geïnvesteerd in extra land en stallen lopen risico, zeggen de critici. Niet op de lange termijn, maar nu.

Waarom? Omdat niet alle boeren als ondernemer denken, zegt Boer van FrieslandCampina. Op lange termijn is er goede hoop dat Nederland als winnaar uit de bus komt, blijkt uit voorspellingen. Nederlandse boeren zijn voor het eerst echt afhankelijk van de grillen van de markt, een Russische boycot voelen zij direct in hun portemonnee. Maar de vraag naar zuivel in vooral Afrika en Azië zal dusdanig toenemen dat er genoeg te verdienen valt. Vooral in het kennisrijke Nederland, dat ook nog eens alle omstandigheden meeheeft voor een efficiënte melkproductie.

Maar de eerste stappen worden 'dynamisch', omdat 'de volatiliteit op de zuivelmarkt zal toenemen', aldus Boer. Met andere woorden: de melkprijzen zullen, zeker in de eerste drie jaar, op en vooral neer gaan - gemiddeld 10 procent lager dan de afgelopen twee jaar, zeggen de banken. Boer: 'Dat kan vooral lastig worden voor boeren die geen rekening houden met de lange termijn.' Of in de onheilspellende woorden van Ruud Huirne, directeur Food & Agri bij de Rabobank, uitgesproken op een boerencongres in februari: 'Een melkveebedrijf moet 1 à 2 slechte of tegenvallende jaren kunnen overbruggen zonder aan het infuus van de bank te hoeven.'

En precies daar ontbreekt het in veel gevallen aan, stelt Rudolf van Broekhuizen, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit. Uit een enquête waar hij aan meewerkte, blijkt dat de boeren die het hardst willen groeien ook het meest kwetsbaar zijn vanwege hun hoge schuldenlast en lage marges per kilogram melk.

'Het lijkt erop alsof die groep zich niet goed realiseert dat er een echte vrije markt aankomt. Het gaat straks niet alleen om de hoeveelheid die je kunt melken, maar vooral om de prijs die je ervoor krijgt. Het is in de koppen van boeren natuurlijk ook lastig', zegt hij.

'Ze horen al jaren: op 1 april gaat het melkquotum eraf dus dan moet je los, dan moet je er staan. Er zijn gelukkig heel veel verstandige ondernemers die vrij voorzichtig zijn geweest, die rustig en stapsgewijs groeien, een behoorlijk eigen vermogen hebben. Maar er is ook zeker een groep die heel veel geïnvesteerd heeft in stallen en grond, die behoorlijk heeft doorgeklapt en dus meteen in de problemen komen bij een daling van de melkprijs.'

De melk gaat naar de kaasfabriek van FrieslandCampina in Workum. Daar wordt stremsel aan de melk toegevoegd om er kaas van te maken. Beeld Harry Cock

Balans

Voor Sjaak en Karin van Veen aan de kronkelige Weipoortseweg gelden die bezwaren niet. Hun bedrijf is al jaren 'in balans', zoals Sjaak zegt, met precies genoeg grond om de mest zelf te verwerken en hun 75 koeien elke lente de wei in te sturen.

'Ons bedrijf draait goed in deze verhoudingen', zegt Sjaak. 'Bij twintig koeien extra heb ik meer grond nodig, een grotere stal, meer apparatuur en vooral: ik heb nu al mijn handen vol aan al het werk. Het is goed zo. Je hoort inderdaad geruchten over ondernemers die op het scherp van de snede werken. En ja, met weinig vet op de botten kan dat gevaarlijk zijn.'

Boer van FrieslandCampina kijkt naar de bouwput voor hem. Zijn nette pak verbergt wat zijn handen verraden: ook hij is melkveehouder. 'De meeste boeren zijn verstandige ondernemers. Die melken niet omdat ze miljonair willen worden, die melken omdat ze van hun werk houden. Maar het is waar: als je een sector dertig jaar lang op slot zet, dan is er voor sommigen de ambitie om te groeien zodra je dat slot verwijdert.'

Een groepje bouwvakkers werkt op veertig meter hoogte aan een silo die binnenkort tot de nok toe gevuld is met honderdduizenden kilo's melk, nog diezelfde ochtend gemolken door een boer in de buurt, klaar om daarna als melkpoeder in bijvoorbeeld China of de Filipijnen te worden verkocht. 'Iedereen zegt het, en ze hebben allemaal gelijk: vanaf woensdag moeten wij boeren meer ondernemer zijn, we moeten ons bezighouden met risicomanagement, met bedrijfsanalyses, noem maar op. Maar mijn advies: vergeet vooral niet waarom je boer bent geworden. Omdat het zo prachtig mooi beroep is.'

Dit artikel verscheen zaterdag 28 maart in de Volkskrant

'Mijn advies: vergeet vooral niet waarom je boer bent geworden. Omdat het zo'n prachtig mooi beroep is.' Beeld Harry Cock
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.