Daewoo-klant krijgt nu design for money

De Daewoo-rijder maakte het niets uit dat zijn Nexia of Espero een opgekalefaterde Opel was van een vorige generatie. Het ging de Daewoo-rijder maar om één ding: de prijs....

Value for money, noemen de mensen van Daewoo dat, een aanpak die in Nederland wel aansloeg. Bovendien gooide de Zuid-Koreaanse autofabrikant er nog een serie spraakmakende campagnes en spectaculaire verkoopcampagnes tegenaan. Kostbare campagnes, sneerden de critici onmiddellijk, maar het leverde Daewoo in tweeënhalf jaar tijd wel een hoop free publicity, een verbluffende naamsbekendheid en uiteindelijk een marktaandeel - daar doen ze het toch allemaal voor - van een procent of anderhalf op. Dat lijkt niets, maar aangezien er op de Nederlandse automarkt niet minder dan 56 fabrikanten opereren is dat toch een hele prestatie.

Maar nu is die Nexia of Espero toch al weer twee of drie jaar oud, begint die fantastische service op zijn einde te lopen en beginnen sommige Daewoo-rijders te denken over een nieuw voertuig. De vraag is: wat moet er worden aangeschaft? Opnieuw zo'n in licentie vervaardigde oude Opel? Of wordt het iets heel anders?

Het wordt dat laatste, want de Nexia en Espero hebben afgedaan, al zullen ze dit jaar nog wel leverbaar zijn. De opvolgers, de Lanos en de Nubira, staan in de startblokken. En de grotere Leganza komt er in oktober aan. Volgend jaar komt er nog een kleine Daewoo, waarna er zelfs een cabrio zal verschijnen. Die bewerkte Opels, zeggen ze bij Daewoo zelf, was nog een beetje behelpen. Het echte werk begint nu.

Het ontwikkelen van een nieuwe auto kost honderden miljoenen guldens en vergt vele, vele jaren, zo weten alle automakers. Daewoo trekt zich niets van dergelijke principes aan. De Koreaanse chaebol, een conglomeraat met tientallen bedrijven, verbaasde eind mei vriend en vijand door vrijwel gelijktijdig drie nieuwe auto's te lanceren.

Daarmee onderstreepte Daewoo nogmaals dat de expansieplannen serieus zijn. Daewoo, zo wil Kim Woo-Choong, de president en grondlegger van het imperium, moet in het jaar 2000 tot de tien grootste autofabrikanten van de wereld behoren. Daar was het tweeënhalf jaar geleden, toen de Nexia's en Espero's op de markt kwamen, nog heel ver vandaan. Maar inmiddels komt Daewoo een aardig eind in de richting.

Met die nieuwe auto's moeten de ambitieuze plannen gerealiseerd worden. Het is een trio waarmee Daewoo upmarket gaat. De Lanos is de vervanger van de Nexia. Sommige critici zeggen dat de Lanos een typische doorontwikkeling is van de op de Opel Kadett gestoelde Nexia, al blijft Daewoo er bij dat de auto in eigen huis ontwikkeld is. De auto moet concurreren met de Hyundai Excel, Opel Astra en Ford Escort. De Nubira neemt het over van de Espero. Voor deze auto worden de Mitsubishi Galant, Ford Mondeo, Opel Vectra en Hyundai Lantra als belangrijkste tegenstrevers gezien.

Met de Leganza komt Daewoo op terra incognita terecht. Het vlaggenschip, dat in een scala aan kleuren, leren bekleding en zelfs houten dashboards op de markt komt, moet het opnemen tegen de beter uitgevoerde Ford Mondeo's en Honda Accords.

Een typisch Koreaanse auto kun je de Leganza, net als de Lanos en de Nubira overigens, niet noemen. 'Het is de meest Europese Aziatische auto', zegt John Vroon, voorlichter van Daewoo Motor Benelux. Dat Europese uiterlijk is niet verwonderlijk: voor de ontwikkeling huurden de Koreanen Ulrich Bez in, een Duitser die vroeger bij Porsche werkzaam was. Voor het ontwerp tekenden de Italiaanse bureau's ItalDesign en IdeA, reden waarom kenners de Fiat Brava, Audi A3 en zelfs BMW in de auto herkennen.

Maar met mooie auto's alleen kom je er niet. De belangrijkste vraag is natuurlijk: is de Daewoo-rijder, die immers viel voor die auto zonder opsmuk, die value for money-benadering en die goedkope service, bereid meer te betalen voor een Daewoo? Een Nubira station, twee weken geleden gelanceerd, kost al gauw 35 duizend gulden, een bedrag waar je ook een Astra station voor hebt - een Duitse auto.

'De prijzen van de nieuwe auto's liggen iets hoger dan die van de oude, maar ze blijven scherp', vindt Vroon. Daewoo blijft volgens hem een no-nonsense merk. Dat aspect blijft het benadrukken, al mikt het met de Nubira en straks met de Leganza ook op de zakelijke markt. Dat vergt een andere marktbenadering.

Een jaar lang gratis testrijden - één van de meest succesvolle acties van twee jaar geleden - houdt Daewoo erin. Maar los van de promotie-auto's die in het land rondrijden (vrijwel de complete GTST-cast rijdt Daewoo) en wat lokale dealeracties doet Daewoo het tegenwoordig redelijk rustig aan, zeker vergeleken met het publiciteitsbombardement van de afgelopen twee jaar. Vroon: 'Wij hebben inmiddels een naamsbekendheid van 90 procent. Dan kun je met wat minder uit de voeten.'

Tot nu toe, zo werd gezegd, trok Daewoo zo'n 2500 à drieduizend gulden per auto uit voor reclame- en promotie-acties, meer dan enige andere Europese fabrikant. De vraag is hoeveel auto's Daewoo zonder zo'n riant budget weet te verkopen. Zeker is in ieder geval dat Daewoo per auto meer zal verdienen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden