Crisis zou voor Japan weleens louterend kunnen werken

De Japanse economie krimpt en dat is vooral de schuld van de consumenten. Om hen weer de winkels in te lokken, neemt de overheid forse maatregelen: gisteren ging het parlement akkoord met een begroting die een forse belastingverlaging behelst....

Harko van den Hende

TOKIO

Op dezelfde dag dat de recessie in Japan werd afgekondigd stonden bij het warenhuis Mitsukoshi in Tokio de klanten zich te verdringen voor de uitstallingen met goud, zilver en diamanten. Een paar honderd meter verderop, bij concurrent Matsuzakaya was het beeld niet anders. Een overvol warenhuis, schijnbaar kooplustige klanten en een overvloed aan personeel dat klaarstond om iedereen te bedienen. Dus hoezo recessie? Hoezo crisis in Japan?

Toch, het beeld is bedrieglijk. De cijfers liegen niet. Volgens de laatste statistieken, een paar dagen geleden gepubliceerd, is de Japanse economie in het laatste kwartaal van vorig jaar gekrompen. De verwachting is dat het in de eerste drie maanden van dit jaar niet veel beter is geweest.

Dat betekent dat Japan het boekjaar 1997, dat eind deze maand afloopt, afsluit met een gekrompen economie. Sinds de eerste oliecrisis, in 1973, is dat niet meer voorgekomen.

'De situatie is zeer ernstig', zegt Naoki Kajiyama, van het ministerie van Financiën dan ook, zonder een zweem van twijfel in zijn stem. 'Voor Japan was 1997 het annus horribilus.'

De Japanse economische krimp is vooral de schuld van de consumenten. Aan het buitenland ligt het niet, dat koopt de Japansewaar nog wel. Maar binnenlands staken de kopers; Japanners sparen liever. Dat leidde in de laatste maanden van vorig jaar al tot een krimp van de totale consumptie (vergeleken met een jaar eerder) en de cijfers voor dit jaar geven weinig reden tot hoop. Zo zijn vorige maand de verkopen van de grote warenhuizen in Tokio, de graadmeters van de kooplust, met meer dan 5 procent ingezakt vergeleken met februari 1997.

Kajiyama heeft twee verklaringen voor de krimp. 'De eerste is de verhoging van de omzetbelasting in maart vorig jaar. Vooruitlopend daarop hebben de Japanse consumenten meer dan normaal ingekocht. Dat wreekt zich nu.'

De tweede oorzaak is de crisis waarin het financiële systeem eind vorig jaar verzeild raakte. Het faillissement van een aantal kleine banken en een groot effectenkantoor heeft de onzekerheid bij de consumenten vergroot. 'We hebben toen heel dicht tegen een ineenstorting van het financiële systeem aangezeten. De onzekerheid bij de consumenten over hun spaargeld heeft de kooplust doen afnemen.'

Deze onzekerheid is nog vergroot door een reeks van schandalen die aan het licht zijn gebracht. Bij deze affaires zijn de - voormalige? - bastions van vertrouwen betrokken: het ministerie van Financiën en de Centrale Bank.

De schandalen hebben al de kop gekost van de minister van Financiën en van de president van de Bank van Japan. Ook onder het 'voetvolk' zijn slachtoffers gevallen, nog afgezien van de personen die inmiddels achter de tralies zitten.

Kajiyama ziet deze affaires en arrestaties als de markering van het einde van een tijdperk. Een tijdperk waarin de Japanse economie door een soort herenclub werd bestierd, waarin informatie werd uitgewissled voor een diner of een rondje golfbaan.

In de nieuwe tijd, denkt Kajiyama, zullen dergelijke schimmige taferelen niet meer bestaan. In die nieuwe tijd, verwacht hij, is de overheid en zijn dus ook de overheidsdienaren gebonden aan duidelijke en strikte regels die controle goed mogelijk maken. Die nieuwe tijd is er nog niet, zegt hij, daarvoor moet er eerst misschien nog een generatie uitsterven. En misschien gaat het wel sneller, hoopt hij, zoals zo vaak een crisis een snelle omschakeling teweeg kan brengen.

Intussen zit Japan in de misère. Zeker de grote concerns hebben last van de crisis in eigen land en van de rampspoed die de Aziatische regio heeft getroffen. Vergeleken met de verwachtingen zijn de winsten tientallen procenten lager uitgevallen.

De banken maken het de bedrijven extra moeilijk. Die zitten met een berg aan oninbare schulden - de erfenis van de zeepbeleconomie van de jaren tachtig. Het ontbreekt de banken aan kapitaal om de post dubieuze debiteuren zomaar uit te gummen. En terwijl de schuldenberg langzaam afgegraven wordt, verstrekken de banken weinig krediet. Sterker nog, de banken halen volgens de laatste cijfers meer geld terug dan ze uitzetten.

Deze credit crunch staat het herstel van de economie flink in de weg. Zonder leningen is er geen geld om te investeren, zonder investeringen is er geen groei.

Vandaar dat het Japanse parlement, na enkele jaren bedenktijd, vorige maand akkoord ging met een forse kapitaalimpuls (van omgerekend twintig miljard gulden) voor het bankwezen.

Van dit bedrag is inmiddels ruim 10 procent uitgegeven aan zeventien banken, kneusjes net zo goed als gezonde instellingen. Opvallend is ook dat alle banken hetzelfde bedrag kregen toegestopt.

Is dat geen steunverlening oude stijl? Dat vindt Kajiyama van het ministerie van Financiën te gemakkelijk geconcludeerd. De steunverlening heeft ook nieuwe elementen.

Hiertoe rekent hij de bijna plechtige afspraak dat echt ongezonde banken niet open gehouden zullen worden. Bovendien wordt er rente in rekening gebracht. 'Dat zou in de oude tijden niet gebeurd zijn.' Tenslotte is er grote openheid betracht: banken die geld willen hebben, moeten hun boeken openen, ook voor het publiek. Dat heeft al geleid tot publicaties over de forse salarissen die directeuren ontvangen.

Die openheid moet volgens Kajiyama als voorbeeld dienen voor de aanpak van eventuele crises in de toekomst. Het gaat nog verder dan dat. Openheid, rekenschap afleggen en niet bang zijn voor faillissementen zijn kenmerken van de nieuwe tijd die op aanbreken staat, denkt hij. Een tijd waarin de overheid zich bescheiden opstelt en de markt veel meer speelruimte krijgt. Want 'meer concurrentie leidt tot perfectie', zegt Kajiyama.

Voor hem misschien wel. Maar voor de eigenaren van een van de vele Japanse industriële bedrijfjes niet meer. Zij, man en vrouw, konden het aan het begin van de nieuwe tijd al niet meer bolwerken. Geld voor salarissen was er niet meer, de bank kon niet meer worden afbetaald. Concurrentie leidt tot perfectie, maar soms ook tot zelfmoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden