de onderneming dutch furnace works

Creatief cremeren: ‘Een lichaam verast door de eigen energie’

Toen bleek dat Nederland van het gas afmoest, ontwikkelde DFW Europe een elektrische crematieoven. Het was een van de vele innovaties door het bedrijf. ‘We hebben een crematorium gebouwd in Denemarken, dat warmte levert aan de stadsverwarming.’

Een monteur van DFW bij een crematieoven die nog op gas werkt. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

In alle stilte had Jan Keeman zijn bedrijf al uitgebouwd tot een van vijf de groten in Europa. Nog maar 25 jaar bouwt hij crematieovens, en toch zit hij nu al marktleider De Facultatieve op de hielen. Althans in Nederland.

Maar met de presentatie van de eerste elektrische oven in Nederland, staat hij plotseling in het centrum van de belangstelling. Inmiddels functioneert de eerste – in Almere bij een klein crematorium – al enkele weken, en binnenkort gaat Dela in Geleen van start met zijn eerste elektrische crematies. Hiermee komt klimaatneutraal cremeren een stuk dichterbij.

DFW oogt helemaal niet als machtig imperium. Het industrieterrein in Broek op Langedijk is gewoontjes, Keemans kantoor simpel, de werkplaats stil: er zijn maar twee man aan het werk. Dat is niet ongebruikelijk, zegt Keeman, een joviale Noordhollander van 63. Zeker op een dinsdag. ‘Onze mensen zijn vaak op pad, naar de klanten. Aan het einde van de werkweek zijn de ovens te heet om onderhoud te plegen. In het weekend koelen de ovens af. Daarom doen we op maandag en dinsdag veel onderhoudswerk. Aan het einde van de week werken hier meer mensen.’

In dat ritme bouwt DFW zo’n vijftien installaties per jaar. Het stalen frame wordt gebouwd in Broek op Langedijk. Daarna gaat het gevaarte naar Winschoten waar de hittebestendige bekleding erin wordt gemetseld, en dan weer terug naar Broek, voor de assemblage. En dan naar Zweden, Denemarken, Ierland of Italië. Of Geleen.

Het is een merkwaardige capriool die Keeman in deze bedrijfstak deed belanden. Hij was zelfstandig installateur. Met een sluimerende voorliefde voor grote branders. Toen in de jaren tachtig de olie- en gasprijzen stegen, deden zich in het kassengebied rondom Aalsmeer kansen voor. Tuinders begonnen hun kassen te stoken op ouderwetse maar goedkope steenkool, maar ze waren verplicht de zwarte rookpluim ‘van de schoorsteen te halen’. Keeman kwam er filters installeren.

De leverancier van de filters had ook klussen bij Italiaanse crematoria, en vroeg Keeman ook daar filters te installeren. Daar bleek hij ook aardig te kunnen knutselen aan de branders van de ovens zelf. De grote kans kwam toen een Amerikaanse bouwer van crematieovens de export naar Nederland staakte, waardoor de importeur plotseling zonder handel zat. ‘Die vroeg of ik niet een oven voor hem kon bouwen. Nou, dat kon ik wel’, zegt Keeman. De eerste was in 1994 klaar, en daar kwam de naam DFW op te staan: Dutch Furnace Works. ‘Ja, want Holland Ovenbouw bestond al’, schatert hij.

Directeur Jan Keeman van DFW Europe. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Meer respect

De wereld van de crematoria beviel hem veel beter dan de installatiebranche. ‘In de installatiebranche werk je vaak op bouwplaatsen, met schilders, en metselaars en noem maar op. De een heeft een nog grotere mond dan de ander. In de crematoriawereld heb je heel andere omgangsvormen. Hoe zal ik het zeggen: mensen hebben meer respect voor elkaar.’

Maar technologisch zat hij achter in het peloton. Daarop verzon hij iets slims: hij ging de crematoria af om naar hun wensen te vragen. Dat leverde veel verbeteringen op. De ovens stonden destijds altijd buiten het zicht, vaak in een kelder. De kist stond in de aula, tussen de nabestaanden. Aan het einde van de dienst zakte de kist in een gat in de vloer en sloten de luiken zich weer. ‘Maar die crematoria vertelden dat ze steeds vaker verzoeken kregen van familieleden die de kist zelf in de oven wilden invoeren. Ik vond dat eerst wel gek, wel luguber eigenlijk. Dat je je eigen vader zo de oven inschuift.’ In de crematoria van destijds was dat niet onmogelijk, maar dan kwam de nabestaande in die kelder, met rails in de kale betegelde vloer. ‘Meer een werkplaats. Dan denk je als nabestaande: wat een keet.’

DFW ontwikkelde een toonbare oven die niet hoeft te worden weggewerkt. ‘En we hebben een elegant invoersysteem ontwikkeld. En de bediening vereenvoudigd, zodat ook niet-technische mensen hem kunnen bedienen. Ook dames, want het zijn vaak dames die crematoria bedienen.’ De verkoop trok flink aan.

De elektrische oven begon hij te ontwikkelen toen hij zich realiseerde dat heel Nederland van het gas af moest. Dan ook de crematie, redeneerde hij, want een doorsnee crematie kost zo’n 55 kuub gas. Niet dat elektrisch cremeren niet bestond: in Zwitserland, Zweden en Duitsland gebeurt dat al lang. Maar dat zijn heel andere crematoria, zegt Keeman: industriële installaties die 24 uur per dag draaien.

En dan is het geen kunst. Want cremeren, dat is niet een kwestie van een groot vuur opstoken en er dan een lichaam opleggen. ‘Een lichaam verast door de eigen energie’, zegt Keeman. Het enige wat je moet doen, is de temperatuur op peil brengen: rond 750 graden. Zodra dat punt is bereikt, rekent het lichaam met zichzelf af. Sterker nog: ‘Energie zat. In die grote crematoria steekt het ene lichaam het vuur aan voor de volgende. Daar hoef je niets meer aan te doen.’ Het probleem dat hij voor de Nederlandse markt moest oplossen was om datzelfde proces in een kleinschalige installatie met maar enkele crematies per dag voor elkaar te krijgen.

Korea

Dat is gelukt, en Keeman en zijn zoon Bart, die de komende jaren geleidelijk de leiding over het bedrijf zal overnemen, komen woorden tekort: ‘De prestaties zijn veel beter dan verwacht. Zelfs met twee crematies per dag kun je het tweede lichaam ontsteken met de warmte die achterblijft van de eerste. En zelfs de volgende dag lukt het weer.’

Vier orders zijn al getekend. Tot ver over de grens is er belangstelling. ‘We zijn op bezoek geweest in Korea, bij een crematorium met 21 ovens. Die draaien op gas, en dat is in Korea heel duur. Zodra we de elektrische ovens verder hebben verbeterd, zal ik die Koreanen hier uitnodigen.’

Niet alleen de elektrische ovens kunnen nog veel beter, ook de gasovens. Het komt erop neer, zegt Keeman, dat er met veel minder gas kan worden gecremeerd. En dat er met de energie die overschiet, best interessante dingen te doen zijn. ‘We hebben een crematorium gebouwd in Denemarken, met vijf ovens. Dat crematorium levert warmte aan de stadsverwarming, met een vermogen van één megawatt.’

Profiel

Bedrijf: DFW Europe

Waar: Broek op Langedijk

Sinds: 1994

Jaaromzet: 8,5 miljoen euro

Werknemers: 32

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden