Controleurs in bed met oliebedrijven

Na de olieramp in de Golf van Mexico eisen senatoren een diepgaand onderzoek: staat de staatswaakhond die het offshore boren controleert te dicht bij de olie-industrie? Mocht BP daarom met te groot risico diep onder water boren?

In het Engels duiden ze dat soort ongepaste relaties aan als ‘te gezellig met’ , of zelfs ‘in bed met’. En die beide termen zijn volgens critici letterlijk toepasbaar op de Minerals Management Service (MMS), de afdeling van het Interior Department die toezicht houdt op de olie-industrie.

Want zoals in 2008 uit een rapport van de staatsinspecteur bleek, waren medewerkers van de MMS in de jaren daarvoor ruimschoots aan het feesten met managers uit de olie-industrie. Controleurs en gecontroleerden reisden samen, blowden en snoven cocaïne, en ze gingen ook met elkaar naar bed. De oliebedrijven gaven MMS-medewerkers trips naar sportwedstrijden, golftoernooien en skitrips in de Rocky Mountains.

MMS-chicks

De inspecteur beklaagde zich over een ‘cultuur van drugsgebruik en promiscuïteit’. Oliemannen noemden de grootste feestgangers de ‘MMS-chicks’. ‘Welk mannenblad publiceert als eerste een fotospread met ‘Women of the Minerals Management Service?’, vroeg een columniste.

Na het rapport zijn er ontslagen gevallen en moesten alle medewerkers op een cursus ethiek. President Obama, die af wil van de al te hechte banden tussen big oil en regering onder zijn voorganger, zette een milieu-activiste aan het hoofd van de MMS.

Draaideurcultuur

Maar dit alles heeft nog onvoldoende geholpen, zeggen critici. De cocaïne- en seksfeesten zijn misschien voorbij, de MMS blijkt nog steeds beïnvloedbaar door de olie-industrie. Dat komt onder meer door de in Amerika zeer gangbare ‘draaideurcultuur’: staatstoezichthouders die het ministerie verlaten en voor een veelvoud van hun loon als lobbyist gaan werken, in dienst van dezelfde industrie waarop ze toezicht hielden.

De twee vorige chefs van de MMS lobbyen nu voor oliebedrijven, net als een reeks hogere ambtenaren van het ministerie. Zij weten de weg en bepleiten bij hun voormalige collega’s de zaak van de oliebedrijven.

Het laat zich raden wat die zaak behelst: minder lastige en dure regulering van het offshore-boren.

Veiligheidsklep

Zo overwoog de MMS een extra, op afstand bestuurde veiligheidsklep verplicht te stellen op boorplatforms. In andere olielanden als Noorwegen en Brazilië zijn die verplicht. Maar de oliebedrijven maakten groot bezwaar tegen de klep, die een half miljoen dollar kost. De MMS zette niet door.

De MMS was opnieuw coulant toen BP lobbyde voor een uitzondering op milieuregels, en bij het aanvragen van de vergunning voor het nu gezonken boorplatform Deepwater Horizon. Een uitgebreid ‘blowout-scenario’, een gebruikelijke vereiste, hoefde het oliebedrijf niet in te leveren. De MMS negeerde bij het afgeven van de vergunning ook een eigen rapport uit 2004, waarin onderzoekers vaststelden dat veiligheidstechnologie diep onder zee soms slecht werkt.

Gaspedalen

Het lijkt een patroon. Toyota zette ex-toezichthouders in als lobbyisten, en slaagde erin vier onderzoeken van de National Highway Traffic Safety Administration tegen te houden naar gaspedalen die bleven steken.

En na het mijnongeluk in West Virginia in april, waarbij 29 doden vielen, bleek dat de lakse regels mede te wijten zijn aan de ‘draaideur’: kolenbedrijven lobbyen met ex-toezichthouders bij de Mine Safety and Health Administration, en leveren soms zelfs personeel aan de mijnwaakhond.

Foto vrijgegeven door de Amerikaanse marine, waarop te zien is hoe twee schepen met behulp van drijvers olie bijeenvegen. (AP)Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden