‘Chinezen zijn altijd uit op eigen gewin’

De Vietnamees is serieus, loyaal en leergierig en heeft ‘het naaien gewoon in de vingers’. Geen wonder dat steeds meer fabrikanten hun productie naar Vietnam verplaatsen....

Van onze verslaggever Olav Velthuis

‘Eigenlijk was ik te vroeg’, zegt de textielondernemer Jan Somers per telefoon. ‘Midden jaren tachtig was ik op zoek naar een land waar ik, met het oog op de toekomst, kon investeren.’ De landkaart kwam op tafel, en de keuze viel op Vietnam. Veel omringende landen waren nog te onrustig, vond Somers. Inmiddels heeft hij vier textielfabrieken in het land, waar hij onder andere kinderkleding voor de HEMA maakt.

In Somers’ begintijd – zelf zegt hij de eerste Nederlandse investeerder in het land te zijn – was de overheid nog door en door communistisch. De economie werd centraal geleid. Geen wonder dat zijn eerste jaren, toen hij met staatsbedrijven moest samenwerken, niet altijd even vruchtbaar waren.

Maar begin jaren negentig besloot Vietnam, in navolging van bovenbuurland China, de economie te liberaliseren. Somers kreeg een licentie om zelf een fabriek op te zetten. ‘De autoriteiten verzochten me wel vriendelijk dat in het noorden te doen. Want dat was de vergeten regio. Zelf vond ik dat niet erg, want in het zuiden, waar alle bedrijven zitten, was er soms drie dagen per week geen stroom, ook niet in de fabrieken.’

Somers’ bedrijf groeide snel van vijf naar tweeduizend werknemers. De twintig klanten die bij hem bedrijfskleding, kinderkleding of overhemden laten maken, worden vooral aangetrokken door de lage prijs. ‘De lonen liggen hier rond de 50 dollar. Maar ik betaal 20 procent meer. Vandaar dat ik nooit problemen met mijn personeel heb.’

Inmiddels hebben ook veel andere buitenlandse ondernemers Vietnam ontdekt. De economie groeit met zo’n 8 procent per jaar; de afgelopen tien jaar is het aantal armen gedaald van 58 procent naar 19 procent van de bevolking (het land telt 82 miljoen inwoners).

Behalve het verbeterde investeringsklimaat – Vietnam staat op het punt toe te treden tot de Wereldhandelsorganisatie – helpt de stormachtige ontwikkeling van China mee. Daardoor stijgen de lonen daar, en kan Vietnam zich opwerpen als nieuw lage-lonenland.

Somers: ‘Arbeiders in China moet je ook huisvesten en drie keer per dag eten geven, want ze komen meestal van het platteland. Dat kost allemaal geld.’

Bovendien kreeg de Chinese textielsector vorig jaar last van quota, waarmee de Europese Unie de kledinginvoer uit het land aan banden wilde leggen. Somers had vervolgens Chinezen aan de deur die hun kleding bij hem wilden laten maken. ‘Duitse klanten van me, die tot dan toe een deel van hun spullen uit China haalden, wilden hetzelfde. Want in Europa stond de Chinese kleding vast op de kade.’

Inmiddels is de Vietnamese schoenenindustrie – schoenen zijn, naast kleding, olie en hout de belangrijkste exportproducten van het land – ook zelf door een Europees invoerquotum getroffen.

Met een bruto binnenlands product van 227 miljard dollar (eenderde van dat van Nederland) blijft het land voorlopig een economische dwerg. De grote schaal waarop China speelgoed, elektronica en textiel voor de hele wereld produceert, zal Vietnam voorlopig niet kunnen evenaren.

Maar volgens Cas Theeuwes schuilt daar juist de kracht van de Vietnamese economie. Met zijn adviesbureau Asia Outsourcing Consultancy adviseert hij vanuit Ho Chi Minh City (het voormalige Saigon) bedrijven die hun productie in het land willen uitbesteden. ‘In China beginnen ze niet aan productiewerk in een hoeveelheid van vijfduizend stuks. Hier doen ze dat wel.’ Theeuwes merkt tevreden op dat de sfeer dorps is, en arbeiders net als in Nederland met de fiets naar hun werk komen.

Ook de andere Nederlandse ondernemers die in het land zaken doen of gevestigd zijn, roemen de mentaliteit van de Vietnamese arbeiders, die zij ‘serieus’, ‘loyaal’, en ‘leergierig’ noemen. ‘Ze hebben kleine handen’, zegt Bo Skov van KLM Kleding, dat in Vietnam bedrijfskleding laat maken. ‘Mede daardoor hebben ze het kleren naaien gewoon in de vingers.’

Volgens Martin Bloem, directeur van Holland Marine Equipment, hoef je in Vietnam minder bang te zijn dat bedrijven je producten kopiëren. ‘Dat is China wel anders. Daar zijn ze altijd uit op hun eigen gewin. Ze willen wel zaken met je doen, maar ze zijn vooral uit op je kennis.’

Holland Marine Equipment, een vereniging van Nederlandse toeleveranciers voor de scheepsbouw, hoopt een een graantje mee te pikken van Vietnams groeispurt. Daarbij komt het goed uit dat de economie nog altijd communistische trekjes heeft. Bloem: ‘De overheid heeft onlangs besloten meer dan honderd miljoen euro in de scheepvaartsector te investeren.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden