Chinese economie stort verder in

De Chinese industrie heeft deze maand de sterkste krimp laten zien sinds de donkerste dagen van de wereldwijde financiële crisis ruim zes jaar geleden. De zogeheten inkoopmanagersindex van onderzoeksbureaus Caixin Media en Markit Economics kwam uit op 47 punten.

Beeld epa

Die index is gebaseerd op de verwachtingen van inkopers bij industriële bedrijven. Zij kopen dagelijks de grondstoffen, moeren, hamers en andere onderdelen om eindproducten te maken voor de wereldmarkt.

Zodra ze verwachten dat hun bedrijven meer producten kunnen slijten, kopen ze meer spullen in. Denken ze dat de vraag daalt, dan kopen ze minder in. De verwachting van een hele boel inkopers samen leidt tot een indexscore. Een getal boven de 50 punten duidt op groei, daaronder op krimp van de industrie.

Het ging altijd heel goed met de Chinese economie, maar dat verandert snel. China lijdt aan het euvel waar meer snel opkomende industriële economieën last van hebben. Eerst gaat het in zo'n land decennialang zeer voorspoedig en trekt het economische wonder veel buitenlandse investeringen aan. Maar zodra het ook maar iets slechter gaat, ontstaan er twijfels over de economische kracht en rennen al die buitenlandse banken en investeringsfondsen net zo snel weer weg. Dat is schadelijk voor de groei.

Bijdragen aan de groei

De leiders van het land weten dat en willen dat de economie minder afhankelijk wordt van export en die buitenlandse investeringen. Chinese consumenten moeten juist meer bijdragen aan de groei. Dat is veel beter en maakt de economie minder kwetsbaar. Ze storten hun loon echter liever op een spaarrekening dan het uit te geven aan een nieuwe tv of auto. De Chinese overheid probeert daarom de verouderde exportgedreven economie om te vormen naar een meer duurzame economie, waarin de bedrijven diensten gaan verlenen aan consumenten in plaats van grote schepen, stalen buizen en andere producten te maken die gevoelig zijn voor economische schommelingen. De omschakeling gaat echter veel te langzaam, denken deskundigen in de financiële wereld.

De indexscore is het zoveelste sombere geluid de laatste maanden. Sinds vorige maand is er paniek op de Chinese beurzen, wat ook elders tot spanningen op de financiële markten leidt. Al sinds maart van dit jaar vertoont de index een score van onder de 50 punten, een dalende trend.

Positiever

Bij financieel analisten valt het septembercijfer extra zwaar, omdat ze juist hadden verwacht dat inkopers weer wat positiever zouden worden, schrijft persbureau Reuters. De Chinese regering heeft eerder namelijk maatregelen genomen om de economie te stimuleren. Die zouden nu hun werk moeten doen. In plaats daarvan blijven fabrieken dicht en nemen bedrijven minder werknemers aan.

De vrees is dat China daardoor aan het eind van het jaar onder een totale economische groei - het bruto binnenlandse product - uitkomt van 7 procent, zeggen marktdeskundigen tegen Reuters. Dat is nog steeds veel hoger dan bijvoorbeeld de verwachte economische groei in Nederland in 2015 (2 procent). Maar voor een land dat jarenlang groeicijfers boven de 10 procent had en waar de verwachtingen hooggespannen zijn, geldt 7 procent als een zeer zwakke prestatie en een slecht signaal naar de investeerders.

Mede om die reden heeft de Federal Reserve, de koepel van Amerikaanse centrale banken, vorig week besloten de rente niet te verhogen. Een hogere rente in de Verenigde Staten kan de geldvlucht vanuit China versnellen. Dat is slecht voor zowel de Verenigde Staten als China.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden