Chinese boer zwermt over aarde uit

‘Er sterven nog zo veel mensen een hongerdood in Afrika, kan je het dan wel maken om graan terug te sturen naar China?’, zei Xie Guoli, een hoge ambtenaar van het Chinese landbouwministerie, vrijdag tegen persbureau Reuters....

Het antwoord van zijn superieuren: een volmondig ja. Want volgens berichten in de lokale media wil de Chinese regering boeren aanmoedigen om over de hele wereld uit te zwermen. In navolging van de olieconcerns en de mijnbouwbedrijven, die de afgelopen jaren al erop uitgestuurd werden om de grondstoffenhonger van het land te stillen.

De boeren zouden, al dan niet met staatssteun, in Rusland, Latijns-Amerika en Afrika landbouwgrond moeten kopen of leasen. De plannen liggen al klaar. De zadenfabrikant Chongqing wil in Tanzania 300 hectare rijst verbouwen op een demonstratieboerderij. In Zimbabwe zou het Internationale Water en Elektriciteitsbedrijf de rechten hebben verworven om 250 duizend are mais te verbouwen. Inmiddels lopen al meer dan duizend Chinese landbouwexperts op het continent rond.

De aanleiding: de hoge voedselprijzen op de wereldmarkt hebben de inflatie in China opgejaagd naar 8,3 procent. Zeker nu de bevolking steeds meer vlees gaat eten, kan het land nauwelijks meer in zijn eigen voedselbehoefte voorzien. In China huizen 1,3 miljard mensen, ofwel 22 procent van de wereldbevolking. Maar tegelijkertijd beschikt het land slechts over 7 procent van ’s werelds landbouwgrond en 8 procent van het water.

Dat water raakt ook nog eens vervuild door de zware industrie en de landbouwgrond wordt opgeslokt door de snel uitdijende steden. Volgens Li Ruogu, de directeur van de Chinese Export-Import bank, moeten daardoor 12 miljoen boeren tot 2020 hun grond verlaten. Li raadt hen aan in het buitenland verder te boeren.

China’s eerste ervaringen met voedselproductie in het buitenland dateren uit 1996. Het bedrijf Suntime investeerde toen 50 duizend dollar in 150 hectare Cubaanse rijstvelden. Inmiddels is dat areaal uitgegroeid tot 5.000 hectare, en heeft het bedrijf ook in Mexico een grote lap grond gekocht. Ook in Rusland, Tanzania en Laos zijn vaak kolossale landbouwbedrijven uit China actief. In Tanzania hebben ze honderden lokale landarbeiders in dienst, in Laos wil de Chinese pachter het liefst een klein leger van tienduizend landgenoten optrommelen.

De Chinese boeren hebben voor hun buitenlandse gastheer hoogwaardige landbouwtechnologie in de aanbieding waarmee de opbrengst van de grond snel kan worden vergroot. Ze beweren zelf in arme Afrikaanse landen te kunnen bijdragen aan het stillen van de honger. Maar niet alle gastheren laten zich door zulke argumenten overtuigen.

In veel andere landen is het vanwege strenge wetgeving lastig voor buitenlanders om grond te kopen. Op de Filipijnen, waar het bedrijf Fuhua 3,8 miljard dollar zou steken in het verbouwen van rijst en mais, liep China daardoor vorig jaar een blauwtje. Maatschappelijke organisaties liepen te hoop tegen de deal, die in strijd zou zijn met de grondwet. Fuhua had anders eentiende van de Filipijnse landbouwgrond de komende vijftig jaar kunnen leasen.

Bovendien hebben Chinese grondstoffenbedrijven in de regio een slechte reputatie – vooral door palmolieconcerns en rubberboeren die in Laos, Indonesië en Maleisië rücksichtslos ontbossen om plantages aan te leggen en zich daarbij weinig aantrekken van mensenrechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden