China investeert in het Westen, wantrouwen over de motieven

Hoe meer China investeert in westerse bedrijven, hoe meer in het Westen het wantrouwen groeit over de motieven. In Hangzhou, waar de G20 zondag bijeenkomt, ontmoeten beide werelden elkaar.

Groot-Brittannië stelde de beslissing uit over Chinese betrokkenheid bij de nog te voltooien kernreactor Hinkley Point C Beeld REUTERS

Bij de openingsceremonie van de mondiale hoogmis voor industriële technologie, de Hannover Messe, zaten Barack Obama en Angela Merkel op de eerste rij. De Amerikaanse president en Duitse bondskanselier keken geamuseerd toe hoe zeven witte, eenarmige robots zich in bochten wrongen. Hun makers, werkend voor het Beierse bedrijf Kuka, raakten in extase, toen Merkel de robots later liefkozend streelde, met een lachend toekijkende Obama naast haar. Voor Merkel paste het bij het uitdragen van haar 'Industrie 4.0'-strategie, die de toekomst van haar land als industriële grootmacht moet veiligstellen.

Dat was in april. Nog geen maand later lag een Chinees miljardenbod op de Kuka-directietafel in Augsburg. Topman Till Reuter kon er moeilijk 'nee' tegen zeggen. Zijn aandeelhouders kregen maar liefst 115 euro per aandeel geboden, terwijl de beurskoers in de 80 was. Bovendien werd Kuka de hoogst lucratieve Chinese markt in het vooruitzicht gesteld. Aan westerse multinationals als Airbus, Fiat en Volkswagen zou het bedrijf een hele reeks Chinese grootmachten kunnen toevoegen - alle groeiprognoses zouden flink kunnen worden opgeschroefd. Nadelen waren niet zichtbaar: geen banenverlies en in ieder geval zelfstandigheid tot 2023, zo beloofde de Chinese bieder, Midea. Die witgoedproducent, concurrent van het Zweedse Electrolux en het Duitse Bosch-Siemens, zou er Kuka's hoogwaardige producten en technologische kennis voor terugkrijgen. En het beloofde niet de eerste Chinese overname in deze sfeer te worden. Want net als de Duitsers lopen ook de al even op de industrie gerichte Chinezen warm voor 'Industrie 4.0', de fase waarin robots met Big Data-capaciteit de gang van zaken in fabrieken overnemen. Duitsland staat op dat vlak wereldwijd bovenaan de ladder. China wil daar komen en er voorbij.

Obama en Merkel tijdens de Hannover Messe. Beeld REUTERS

Dat het Kuka-bod tot grote onrust bij de Duitse regering leidde, verbaast dan ook niet. In de eerste zes maanden van dit jaar hadden Chinese bedrijven al voor ruim 9 miljard euro ingekocht, goed voor 40 procent van alle buitenlandse investeringen in Duitsland. Daar dreigde nu Kuka bij te komen, wat dwars inging tegen Merkels hoop op een samenwerkende Duitse industrie. Ze zocht daarom contact met Siemens-topman Joe Kaeser. Die hoorde haar zorgen beleefd aan, maar zag niets in een overnamegevecht met de Chinezen. Die hadden met een bedrag van 4,6 miljard euro een bod uitgebracht dat door insiders als 'ongelofelijk hoog' werd beoordeeld.

De Duitse regering gaf nog niet op. Ook Merkels sociaaldemocratische coalitiegenoot, Sigmar Gabriel, speurde naar een Duitse oplossing. 'We moeten niet Duitse bedrijven en Duitse banen opofferen, wanneer er geen gelijk speelveld is waarop volgens dezelfde spelregels wordt gespeeld', zo legde hij uit. Concreet: Chinese bedrijven, of ze nu staatseigendom zijn of niet, krijgen steun die hun westerse concurrenten niet van hun overheid krijgen. De Chinese Communistische Partij (CCP) volgt hun buitenlandse expansiedrift nauwlettend. Of zoals de Franse China-expert Erik Izraelewicz het eens treffend verwoordde: 'China is een economische macht die door zijn omvang en zijn politieke organisatie van een geheel andere orde is'. Gabriel vindt Duits verweer niet neerkomen op protectionisme: 'Dit gaat meer over open markten versus door de staat gefinancierde interventies. Daar moeten we in Europa het gesprek over aangaan.'

Maar terwijl dat gesprek op zich laat wachten, verandert de werkelijkheid. De Duitse regering slaagde niet in zijn opzet. Merkel reisde in juni nog wel naar Peking om bij de Chinese leiders Xi en Li een 'gelijk speelveld' te bepleiten. Tegenover Chinese investeringskansen in Europa zouden vergelijkbare kansen voor westerse bedrijven in China moeten staan. Vooralsnog zijn nog grote delen van de door de staat geleide Chinese economie niet toegankelijk. Ook die zorg werd beleefd aangehoord, zonder zichtbare gevolgen. Voor Kuka maakte het geen verschil meer. Deze zomer kwam de robotbouwer vrijwel volledig in Chinese handen.

Spanningen

Op de G20 komende zondag in Hangzhou, wanneer de leiders van de Chinese en westerse wereld elkaar ontmoeten, zullen de spanningen over dit soort overnames vrijwel zeker onbenoemd blijven; constructief overleg is de bedoeling. Maar onderhuids spelen ze wel degelijk, ook buiten Duitsland. Dat bleek recent in Groot-Brittannië en Australië, twee landen met een in beginsel liberale opstelling tegenover overnames. In het Britse geval kwamen die aan het licht bij een Chinese miljardeninvestering in kernenergie, het 'Hinkley Point C'-project. In augustus stelde premier Theresa May een beslissing daarover uit vanwege onder meer de betrokkenheid van een Chinees staatsbedrijf. Haar rechterhand, Nick Timothy, hekelde in krasse bewoordingen dit door premier Cameron goedgekeurde project. Begin dit jaar noemde Timothy het een geval van 'onze nationale veiligheid aan China verkopen'. De Chinezen zouden zwakke punten in de computersystemen kunnen inbouwen waardoor de reactor op ieder gewenst moment plat kan worden gelegd, zo betoogde hij. Dat klinkt wellicht wat vergezocht, maar ook de Amerikaanse president Obama waarschuwde al eens tegen buitenlandse bemoeienis bij 'vitale infrastructuur'. Voor de goede verstaanders was duidelijk dat hij daarbij Chinese investeerders in gedachten had. Timothy zag in de Hinkley-deal ook een politieke dimensie: in ruil voor de Chinese miljarden zou de Britse regering zijn mond over de mensenrechten in China zijn gaan houden. Vaststaat dat Cameron in zijn laatste jaren iedere kritiek op China achterwege is gaan laten. Aan May dit weekeinde de lastige taak om haar Chinese gastheer Xi duidelijk te maken dat haar land 'open for business is', ondanks haar Hinkley-interventie.

In Australië werden twee Chinese bedrijven uit de race genomen voor de aankoop van een belang in energiebedrijf Ausgrid. Beeld REUTERS

De Australische regering ging afgelopen maand nog een stap verder dan de Britten. Twee Chinese bedrijven werden uit de race genomen voor de aankoop van een belang in het energiebedrijf Ausgrid. Dat voorziet miljoenen Australiërs van stroom. China fulmineerde over dit staaltje protectionisme. Aan de liberale premier Malcolm Turnbull was het de taak de Chinese ambassadeur uit te leggen dat 'veiligheidsoverwegingen' en geen anti-Chinees-sentiment aan dit besluit ten grondslag lagen.

'Ik heb wel begrip voor die Australische opstelling. Zo'n bedrijf hoort bij de vitale infrastructuur', zegt Hans Kundnani, expert Europees-Aziatische betrekkingen bij het German Marshall Fund. Het probleem bij Chinese investeerders is dat politiek en commercie onnavolgbaar verweven zijn, zo betoogt hij. 'Zijn er alleen commerciële motieven in het spel, of wordt een investering ook gedaan vanuit een strategisch motief van de regering? Daar kom je niet achter. Uiteindelijk stuit je op de black box die de CCP nu eenmaal is.'

Hoe politiek en commercie zich kunnen mengen, schetst de Ierse hoogleraar Business Studies Louis Brennan, die Chinese investeringen in Europa op de voet volgt: 'Australië heeft een duidelijk standpunt over de spanningen in de Zuid-Chinese Zee. Stel dat China eigenaar is van een deel van de vitale infrastructuur, dan kan het dat bezit inzetten om het Australische standpunt te beïnvloeden.' Aan dergelijk misbruik van economische macht heeft China zich al eens schuldig gemaakt: 'Toen er enkele jaren geleden een botsing was met Japan over de Senkaku-eilanden zette China de levering van zeldzame grondstoffen stop, waardoor de Japanse industrie in problemen kwam.' Ook hij begrijpt wel dat Australië de Chinese investeerders weghoudt bij zijn energievoorziening. Maar riskant vindt hij dat wel.

Want krijgt het Australische besluit elders navolging, bijvoorbeeld wanneer Groot-Brittannië een streep door het Hinkley-project haalt, dan kan dat leiden tot escalatie. 'Het risico is dat protectionisme de overhand krijgt. Dat is een gevaarlijke scenario voor de wereldeconomie als geheel', meent Brennan. Hij hoopt vurig dat China 'het spel gaat spelen volgens onze regels', waarbij toegang tot de Chinese markt wat hem betreft de lakmoesproef is. Maar is hoop daarop niet lichtelijk naïef, gezien de Chinese onwil van de afgelopen jaren? 'Dat is waar. Niettemin vind ik dat we geloof moeten houden in de mogelijkheid van samenwerking met de Chinese leiders. Al was het maar omdat het alternatief zo somber stemt.'

Ook de Brit Kundnani pleit voor een niet al te negatieve houding. Met afkeer van Chinese investeringen doen westerse landen zichzelf tekort, betoogt hij: 'Die kunnen voor de werkgelegenheid en de economie goed uitpakken'. Hij zou zich in een Duits verbod op de Kuka-overname hebben kunnen vinden, maar raadt verder vooral een open houding aan: 'Kijk naar de daden van Chinese investeerders: investeren ze in een bedrijf, of juist niet? Gaan er banen verloren of niet? De recente ervaringen van Duitse bedrijven zijn in die opzichten tamelijk positief'.

G20 in Hangzhou

Slaagt China erin de G20-bijeenkomst van zondag en maandag te gebruiken om het eigen imago op te vijzelen? Aan de Chinese inzet zal het niet liggen. Er worden 760 duizend vrijwilligers ingezet om de bijeenkomst tot een succes te maken en het G20-budget zou de Braziliaanse uitgaven aan de Spelen ruim vier maal overtreffen, al wordt dat van Chinese zijde ontkend. In ieder geval moet de conferentie duidelijk maken dat China onmisbaar is voor de wereldeconomie. Wil er een einde komen aan kwakkelende groei, dan biedt China de uitweg. Lukt het die indruk te vestigen, dan is dat een oppepper voor het Chinese imago. Dat liep in juli schade op in de kwestie rond de Zuid-Chinese Zee, toen het Permanent Hof voor Arbitrage korte metten maakte met de Chinese aanspraken op die zee. Die kwestie moet tijdens de G20 onbesproken blijven, vindt gastheer Xi Jinping. Waar het wel over mag gaan, is het klimaat. Vervolgafspraken van Xi met Obama daarover kunnen immers ook bijdragen aan het China's imago als onontkoombare wereldmacht.

'Duitse oplossing'

Brennan vindt niet dat Duitsland de Kuka-overname had moeten verbieden, maar betreurt het dat Merkels beoogde 'Duitse oplossing' er niet is gekomen. Dat wijt hij vooral aan 'naïviteit' van het bedrijfsleven: 'Bij Duitse politici zie je wel het besef dat Europa zich assertiever tegenover China moet opstellen. China is nu al een formidabele concurrent en wordt dat in de toekomst alleen maar meer. Maar de zakenwereld heeft de neiging alleen te kijken naar de korte termijn, de exportsuccessen naar China.' Door die 'kortzichtigheid' slaagden Merkel en Gabriel er niet in steun van ondernemers te krijgen: 'Er wordt in zakenkringen veel te weinig nagedacht over waar China vandaan komt en waar het naar toe wil. Terwijl de Chinese regering wel een lange termijnvisie erop nahoudt.'

In de ogen van Kundnani is vooral belangrijk dat westerse regeringen en bedrijven zich gaan realiseren hoe krachtig de Chinese concurrentie gaat worden: 'Jarenlang heeft het 'markt voor technologie'-verbond tussen China en het westen goed gewerkt: westerse bedrijven hadden een markt voor hun producten nodig, Chinese bedrijven technologie. Maar de tijden veranderen. Nu China steeds hoger in de waardeketen terecht komt, gaan Europese bedrijven in allerlei bedrijfstakken veel directer de Chinese concurrentie ervaren.'

Yuan: in één jaar van crisis naar wereldvaluta

Eén jaar geleden zette China nog de financiële markten in de wereld in brand. In augustus 2015 besloot de Chinese centrale bank tot een kleine devaluatie van de munt, yuan of renminbi. Het leidde tot een ongekende golf van paniek op de financiële markten. Was dit het begin van een valuta-oorlog? Was de Chinese groei tot stilstand gekomen? Was er een machtsstrijd tussen de centrale bank en de president?

Veel kleine beleggers in China die met geleend geld op de beurs speculeerden, gingen failliet. Beurzen en grondstoffenmarkten stortten in, economische verwachtingen werden bijgesteld en de kapitaalvlucht nam ongekende vormen aan. Binnen een half jaar zou 750 miljard aan yuans via onder andere Hongkong worden omgewisseld in yens, euro's en dollars.

Ineens bleek dat de Chinese staatskapitalisten van het spel op de kapitaalmarkt nog geen kaas hadden gegeten. Zo hadden ze geen rekening gehouden met de ongeschreven regels van het financiële systeem dat monetaire autoriteiten de financiële markten zorgvuldig moeten voorbereiden op belangrijke stappen zoals devaluaties en rentestappen. Yellen van de Fed en Draghi van de ECB lispelen van tevoren altijd iets tussen de regels voordat het daadwerkelijke besluit worden genomen.

Maar een jaar later is de rust teruggekeerd. Maandag is China voor het eerst de gastheer van de G20. Het gezelschap leiders uit de industriële en opkomende landen komen voor de elfde keer sinds de kredietcrisis van 2008 bijeen voor wat het grote afscheid van president Obama wordt genoemd. De yuan is niet zoals vorig jaar werd gevreesd in een vrije val geraakt. De kapitaalvlucht is tot staan gebracht. En de groei voor dit jaar wordt geschat op 6 à 7procent.

Daar heeft China wel paardenmiddelen voor nodig gehad. Het begrotingstekort is opgelopen tot 9 procent van het bbp en de kredietgroei bedraagt 25 procent: cijfers die doen denken aan die van Griekenland en Spanje voor de eurocrisis. Er is een bouwboom gaande van groter, hoger en spectaculairder. Elke week wordt de wereld verbaasd met opnieuw een megaconstructie als een glazen brug over een honderd meter diepe afgrond of een gebouw in de vorm van een pingpongbat. Terwijl privébedrijven hun investeringen in vastgoed op een lager pitje hebben gezet, stijgen die van de staat dit jaar nog eens met 20 procent.

Veelvuldig wordt gespeculeerd dat een gigazeepbel is ontstaan die kan leiden tot een grote vastgoed- en bankencrisis. Met een snel vergrijzende bevolking zou dit een tijdbom onder de economie van het land kunnen zijn. David Lipton, plaatsvervangend topman van het IMF, waarschuwde onlangs dat er te weinig wordt gedaan aan het terugbrengen van de bedrijfsschulden. Craig Botham, opkomende markt-econoom van vermogensbeheerder Schroders, verwacht echter geen harde landing meer. 'De Chinese overheid beschikt over voldoende middelen om risico's in de economie en het financiële systeem de kop in te drukken. Botham verwacht een licht dalende groei van 6,4procent in 2016 naar 6,2procent in 2017. Maar het betekent wel dat China voor 40procent van de economische groei in de wereld moet zorgen. Ter vergelijking; de economie in de eurozone groeit maar 0,2procent en die van Japan slechts 0,1procent.

Dat de yuan zich heeft hersteld, bleek gisteren nog eens. De Financial Times meldde vrijdag dat 'de positie van Londen als centrum van de internationale valutahandel is verzwakt' door de hernieuwde opmars van de yuan waarvan de handel vooral in Azië plaatsvindt. Op 1 oktober zal de Chinese munt yuan officieel ook gepromoveerd worden tot wereldvaluta. Het zal naast dollar, pond, euro en yen deel gaan uitmaken van het valutamandje van het IMF: de zogenoemde Special Drawing Rights (Speciale Trekkingsrechten) waarmee leningen worden gegeven aan landen met betalingsbalansproblemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.