economie

Centrale banken zetten een tandje bij in de race naar prijsstabiliteit

Wereldwijd verhogen centrale bankiers de rente om de inflatie te bedwingen, de ene voortvarender dan andere. Was het een wielerwedstrijd, dan rijdt de Amerikaan momenteel voor het peloton uit, voert de Japanner achteraan een surplace uit en maakt de Turk rechtsomkeert.

Daan Ballegeer
Jerome Powell van de Federal Reserve.  Beeld Getty
Jerome Powell van de Federal Reserve.Beeld Getty

De koploper

Van alle grote centrale banken was de Federal Reserve dit jaar de eerste om de rente te verhogen. Woensdag gebeurde dat al voor de vijfde keer, en voor de derde maal op rij ging het om een forse stijging met 75 basispunten. Daardoor is de beleidsrente beland in een bandbreedte tussen 3 en 3,25 procent, en zo boven de zogenoemde ‘neutrale rente’. Dat tarief, waarbij de Federal Reserve de economie aanjaagt noch afremt, wordt geraamd op 2,5 procent.

Toch is de rente daarmee bij lange na niet hoog genoeg om de huidige hoge inflatie te vierendelen in de richting van de gewenste 2 procent. De voorzitter van de Federal Reserve, Jerome Powell, benadrukte dat de Fed zal doen wat nodig is om dat doel te bereiken. Er zullen met andere woorden nog renteverhogingen volgen. De Fed-bestuurders verwachten dat de rente eind dit jaar op 4,4 procent zal liggen.

Powell zei dat er een periode van ‘veel lagere groei’ nodig is, en een afkoeling van de ‘extreem krappe’ arbeidsmarkt om de druk op steeds hogere prijzen weg te werken. Als de centrale bank met haar beleid de economie in een recessie duwt, dan is dat maar zo, maakte Powell duidelijk. ‘Ik wou dat er een pijnloze manier was om de inflatie terug in het gareel te krijgen, maar die is er niet.’ De Fed verwacht dat de werkloosheid oploopt van 3,7 procent in augustus naar 4,4 procent eind 2023.

Het peloton

Veel centrale banken zijn deze week een versnelling hoger gegaan in hun strijd tegen de grote geldontwaarding. Normaal zijn zij heel behoedzaam in het optrekken van de rente, uit angst de economie onnodig te bruuskeren, maar niet nu. In plaats van toenamen met 25 basispunten lapten ze er deze week 50 of zelfs 75 basispunten bij. In de eerste groep zaten onder meer de Noorse en Britse centrale bank, waardoor de rente in beide landen naar 2,25 procent ging.

Er sneuvelde nog een andere heilige graal van moderne centrale bankiers, namelijk de maximale voorspelbaarheid van beleid. Dat was bijvoorbeeld zo bij de Zweedse Riksbank. De oudste centrale bank ter wereld kondigde woensdag een renteverhoging aan van een vol procentpunt (oftewel 100 basispunten). Financiële markten hadden gerekend op een toename van ‘maar’ 75 basispunten. ‘Inflationen är för hög’, klonk de verklaring van de Riksbank. De inflatie is te hoog, en dus moet het monetair beleid strenger.

Diep in de buik van het peloton schudde donderdag de Zwitser zijn benen wakker. De Zwitserse centrale bank (SNB) besloot een renteverhoging met 75 basispunten tot 0,5 procent. Daarmee is de rente in het Alpenland niet langer de laagste ter wereld. Bijna acht jaar lang moesten banken die geld wilden stallen bij de SNB voor dat privilege betalen, in plaats van er een vergoeding voor te krijgen. In augustus steeg de Zwitserse inflatie naar 3,5 procent.

Een stuk lager dan in de buurlanden, merken ING-economen Charlotte de Montpellier en Chris Turner op, ‘met dank aan een meer gunstige energiemix, een lager aandeel van energie in de consumptie, en de sterke Zwitserse frank die invoer ontmoedigt’. Zij verwachten dat er meer renteverhogingen zullen volgen, aangezien de inflatiedoelstelling van de SNB tussen 0 en 2 procent ligt. Dat kan ten vroegste in december, aangezien de Zwitserse centrale bankiers maar eens per kwartaal een rentebesluit nemen.

Voor de Europese Centrale Bank is dat elke zes weken. Frankfurt kwam deze week niet in actie. Op 8 september verhoogde de ECB de rente wel voor de tweede keer dit jaar. Met 75 basispunten was dat de grootste rentestijging sinds de invoering van de euro ruim twintig jaar geleden. ECB-president Christine Lagarde kondigde meteen ook volgende renteverhogingen aan. Ook hier gebeurt dat tegen de achtergrond van een mogelijke recessie. Analisten van Deutsche Bank stelden deze week hun economische vooruitzichten voor de eurozone neerwaarts bij. Zij gaan nu uit van een krimp volgend jaar van 2,2 procent, terwijl de inflatie dan met 6,2 procent hardnekkig hoog blijft.

Maurice Obstfeld, voormalige hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds, wijst er in een bijdrage voor de Amerikaanse denktank Peterson Institute op dat het peloton van centrale banken een vermijdbare buikschuiver kan maken. ‘Het huidige gevaar is niet zozeer dat ze met hun maatregelen uiteindelijk de inflatie niet kunnen beteugelen. Het is dat zij collectief te ver gaan en de wereldeconomie in een onnodig harde krimp duwen.’ Hij vreest dat centrale banken onderschatten hoe snel de inflatie kan terugvallen als hun economieën afkoelen. ‘Door allemaal tegelijk dezelfde richting uit te gaan, riskeren ze de gevolgen van elkaars beleid te versterken, zeker in een heel geglobaliseerde wereldeconomie.’

De surplace

Terwijl zowat alle renners naarstig vaart maken, hield de Japanse centrale bank donderdag eens te meer de benen stil. Zo’n drie decennia lang al flirt de Japanse economie met deflatie, een situatie die is gekenmerkt door dalende prijzen. De centrale bank heeft in die periode een ongekende monetaire expansie uitgevoerd in de hoop inflatie en economische groei te creëren, wat maar niet leek te lukken. Nu die er eindelijk is – in augustus bedroeg de inflatie 3 procent – wil de Nippon Ginko die niet in de kiem smoren. De rente blijft daarom op -0,1 procent.

Ook de Braziliaanse centrale bank veranderde deze week niets aan de rente, maar dat was wel na twaalf opeenvolgende verhogingen die de rente hadden opgestuwd naar 13,75 procent.

De spookrijder

Toch is niet Japan, maar Turkije de vreemdste renner in het peloton. Daar verlaagde de centrale bank donderdag de rente met een vol procentpunt tot 12 procent. Volgens de onorthodoxe en onnavolgbare lezing van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan leiden hogere renten juist tot hogere inflatie, niet lagere. Als de gouverneur van de centrale bank er anders over durft te denken, mag die meteen zijn boeltje pakken.

In augustus bedroeg de inflatie in het land 80 procent in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder. Volgens experts is dat officiële cijfer nog een schromelijke onderschatting van de werkelijkheid. De Turkse lira is teruggevallen tot een recordlaagte ten opzichte van de dollar.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden