CBS: inkomensverschillen deze eeuw nauwelijks veranderd

De inkomensverschillen zijn deze eeuw volgens het CBS nauwelijks veranderd. De ongelijkheid tussen lage en hoge inkomens werd zelfs lager doordat meer vrouwen gingen werken. De vermogensongelijkheid - wéér meer miljonairs! - blijft groot.

De ongelijkheid tussen lage en hoge inkomens werd lager doordat meer vrouwen gingen werken. Beeld Colourbox

Het voelt voor velen mogelijk anders aan, maar de inkomensverschillen in Nederland zijn volgens het CBS deze eeuw nauwelijks veranderd. De kloof tussen lage en hoge bruto-inkomens werd tussen 2001 en 2015 wel groter. Maar door een groeiende herverdeling via belastingen en premies en het verstrekken van sociale uitkeringen bleef de ongelijkheid vrijwel stabiel als naar het besteedbaar inkomen wordt gekeken.

Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag gemeld op basis van nieuwe berekeningen over het besteedbaar inkomen van huishoudens. Voor het bepalen van inkomensverschillen wordt de zogeheten Gini-coëfficiënt gebruikt, een cijfer tussen 0 en 1. Daarbij staat 0 voor complete gelijkheid en 1 voor volledige ongelijkheid, waarbij de top alle inkomen heeft en de rest niets. Bij het bruto-inkomen groeide die 'Gini' deze eeuw van 0,53 naar 0,56.

Daarbij gaat het om loon uit arbeid, inkomen uit vermogen (rente, dividend, huur) en winst uit het eigen bedrijf. Maar na het heffen van belastingen en premies en het verstrekken van uitkeringen bleef de Gini vrijwel onveranderd op 0,29 staan. De herverdeling door de overheid van het bruto-inkomen halveerde de ongelijkheid dus bijna.

De ongelijkheid tussen lage en hoge primaire inkomens werd deze eeuw lager doordat meer vrouwen gingen werken, noteert het CBS verder. Zo kregen meer huishoudens een hoger inkomen. Door de economische crises van 2003-2005 en van 2010 -2014 (de kredietcrisis) werden de verschillen groter. Door de oplopende werkloosheid kregen meer huishoudens een uitkering en dus een lager inkomen. Ook door de vergrijzing werd de inkomensongelijkheid groter (zie kaders).

'Verstopte' vermogens

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid concludeerde in 2014 al dat de inkomensverschillen in Nederland relatief klein en stabiel waren. Wel stelde de WRR tegelijk vast dat verschillen tussen de top (de bovenste 10 procent) en onderkant (de onderste kant) steeds groter werden. WRR-onderzoeker en UvA-hoogleraar Wiemer Salverda mist in de nieuwe cijfers van het CBS wat ze beteken voor specifieke groepen, zoals tweeverdieners of studenten. Salverda wees eerder ook op de rol van vermogens die 'verstopt' zitten in bv's. De inkomensongelijkheid kende deze eeuw twee pieken, in 2007 en 2014. In beide jaren was er eenmalig een gunstig belastingtarief voor directeuren-grootaandeelhouders.

De Leidse hoogleraar Koen Caminada concludeerde vorig jaar al dat de inkomensongelijkheid in Nederland de afgelopen decennia niet is gegroeid. Volgens Caminada groeide het verschil tussen lage en hoge lonen vanaf 1990 wel flink, maar bleef de kloof in de portemonnee gelijk door de corrigerende belastingen en premies van de overheid. Dat mensen niet het gevoel hebben dat de ongelijkheid gelijk is gebleven, wijt de Leidse hoogleraar aan het feit dat koopkracht al jarenlang niet of nauwelijks groeit. Daardoor hebben mensen het gevoel dat het overal beter gaat, maar niet met hun eigen portemonnee. Ook de lonen blijven achter. Als de koopkracht en de lonen echt gaan stijgen, verdwijnt volgens Caminada wellicht het 'hardnekkige misverstand' dat de inkomensongelijkheid in Nederland groeit.

De inkomensongelijkheid in Nederland is vergelijkbaar met die in onder meer Duitsland en Frankrijk. De verschillen in de VS, Brazilië en China zijn veel groter. Ook niet heel verrassend: in IJsland, Denemarken en Noorwegen zijn de inkomensverschillen nog wat kleiner dan hier.

De inkomensverschillen zijn relatief klein en stabiel, maar de vermogensongelijkheid in Nederland is groot. Uit andere cijfers van het CBS eerder deze week over de miljonairs bleek dat de 1,4 procent miljonairshuishoudens in Nederland 44 procent van het totale vermogen bezit. Daarbij is de eigen woning buiten beschouwing gelaten. De hoogste 10 procent inkomens krijgt in Nederland 27 procent van het totale inkomen, de hoogste 10 procent vermogenden bezit 79 procent van het totale vermogen.

Tekst gaat verder onder de grafieken.

Meer werkende vrouwen: ongelijkheid getemperd

De inkomensongelijkheid in Nederland is deze eeuw is getemperd door de groeiende arbeidsparticipatie van vrouwen, meldt het CBS.

Doordat meer vrouwen gingen werken, kregen meer huishoudens een hoger inkomen. De toename van het aantal werkende vrouwen vond vooral plaats in 2006 en 2007. Daarna zette de kredietcrisis een rem op de verdere groei. Maar zou het aantal werkende vrouwen sinds 2001 niet zijn gegroeid, dan zou de kloof tussen de hoge en lage bruto-inkomens hoger zijn geweest.

Vergrijzing: de komst van de babyboomers

De Nederlandse bevolking wordt steeds ouder - deze eeuw groeide de gemiddelde leeftijd van 38,3 naar 41,3 jaar. Die vergrijzing is niet goed voor de (bruto) inkomensongelijkheid. Vooral vanaf 2010 werden de verschillen steeds groter, omdat vanaf dat jaar steeds meer babyboomers - de omvangrijke generatie geboren in de jaren na de Tweede Wereldoorlog - tot de AOW-huishoudens zijn toegetreden. Ze hebben geen bruto-inkomen meer uit hun baan, maar krijgen van de overheid wel een AOW-uitkering, naast een eventueel pensioen.

Economische crises: ongelijkheid groeit

Crises zijn slecht voor de inkomensgelijkheid. Deze eeuw kende twee economische crises: een dip tussen 2003 en 2005 en de beruchte kredietcrisis, die tussen 2010 en 2014 hard toesloeg.

Waren die crises er niet geweest, dan was de ongelijkheid (bij de bruto-inkomens) kleiner geweest. Door het onheil werden meer huishoudens afhankelijk van een uitkering, bijvoorbeeld door de oplopende werkloosheid. De groep huishoudens zonder bruto-inkomen (uit een baan) groeide, waardoor de ongelijkheid groeide.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.