Buitenland domineert productie elektriciteit

Het Duitse energiebedrijf RWE wil voor 9,3 miljard euro het Nederlandse Essent overnemen. Zes centrales, eenvijfde van de Nederlandse grootschalige elektriciteitsproductie, zouden daarmee in buitenlandse handen komen.

De huidige eigenaren van Essent vinden het prima. De grootaandeelhouders, de provincies Brabant, Limburg, Overijssel, en Drente, begonnen gisteren meteen te dromen wat ze met de miljarden zullen gaan doen.

Zo zei gedeputeerde Annemarie Moons van de grootste aandeelhouder Noord-Brabant dat zij het geld wil gebruiken voor infrastructuur. Ze noemde onder meer de aanleg van snelweg A4 in West-Brabant en de opwaardering van de N69 ten zuiden van Eindhoven. Ook wil de provincie investeren in duurzame energie en innovatie.

Moons, tevens voorzitter van de aandeelhouderscommissie van Essent, staat dan ook positief tegenover de voorgenomen overname door RWE.

Andere waarnemers zien het minder zonnig in. Zij denken dat Nederland de controle over zijn eigen elektriciteitsproductie aan het verliezen is. Zij zien, met de gascrisis tussen Rusland en de Oekraïne op het netvlies, bijvoorbeeld een probleem opdoemen als er straks een tekort aan brandstoffen voor de centrales dreigt. Gaan Duitse energiebedrijven dan voorrang geven aan Duitse centrales?

Feit is dat met de overname van Essent meer dan de helft van de grootschalige Nederlandse elektriciteitsproductie in buitenlandse handen komt. In 1999 al kocht het Belgische Electrabel voor 6 miljard gulden zeven centrales in Gelderland, Overijssel en Flevoland. Het Duitse Eon heeft een dikke vinger de pap in Zuid-Holland.

‘Toch vraag ik me af of een buitenlandse partij zo’n groot verschil maakt’, zegt energiedeskundige Coby van der Linde van Instituut Clingendael en de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Met de provincies als eigenaar stond Den Haag al op enige afstand. En ook voor een buitenlands bedrijf is de klant belangrijk – ze tellen niet voor niets zoveel geld neer.’

Bovendien, zegt Van der Linde, kan Nederland met nationale wetgeving voorkomen dat stroom in geval van nood naar het buitenland verdwijnt. ‘Alleen moet je dat dan wel regelen.’

RWE lijft Essent onder meer in omdat het Nederlandse bedrijf een relatief goed klimaatprofiel heeft. Dankzij een groot aandeel biomassa in de brandstofmix stoot het bedrijf vrij weinig kooldioxide uit. De centrales van RWE daarentegen, draaien voor een groot deel op steenkool en bruinkool. Daardoor stoot het bedrijf per geproduceerde kilowattuur 40 procent meer broeikasgas uit.

Hoewel topman Jürgen Grossmann van RWE op een persconferentie gisteren benadrukte dat zijn bedrijf 2 megawatt vermogen aan duurzame energie heeft staan (voornamelijk windmolens), betekent de overname voor Essent dus vooral een vervuiling van het imago. Het Wereld Natuur Fonds, dat zich laats sponsoren door Essent, stelt die samenwerking nu niet langer op prijs, zei directeur Johan van de Gronden gisteren.

Een ander heikel punt is de liefde van RWE voor kernenergie. De Duitsers hebben vijf kerncentrales en willen die graag langer open houden. Ook investeren ze in twee centrales in Bulgarije. Volgens milieuorganisatie Greenpeace is RWE in het verleden lankmoedig omgegaan met de centrales.

Toch kan Den Haag weinig doen om de overname tegen te houden.

Minister Van der Hoeven (Economische Zaken) heeft zich een paar maanden geleden zorgelijk uitgelaten over de verkoop van de kerncentrale in Borssele, waarvan Essent voor de helft eigenaar is.

Maar hoe zij de verkoop wil verbieden is onduidelijk. RWE-topman Grossman zei gisteren dat hij niets met Van der Hoeven te maken heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden