Broedend op miljarden

Nederlandse bedrijven zwemmen in het kasgeld - en dat terwijl ze ook flink investeren. Gezien de lage rente op die enorme tegoeden bestelen zij de eigen portemonnee, hun aandeelhouders - en hun personeel....

OP 8 juli van dit jaar was het de grote ontvangstdag voor Unilever. In plukjes van maximaal 250 miljoen dollar, verspreid over rekeningen bij tientallen banken in de VS, stroomde het geld binnen. Toen, eindelijk, de teller stopte bij acht miljard dollar, konden de mensen van Unilever elkaar feliciteren: de verkoop van de chemiedivisie van Unilever aan het Britse concern ICI was rond.

Jan Haars is sinds 1 augustus group treasurer van Unilever. Als eerste verantwoordelijke voor het financiële beheer bij het concern heeft hij direct te maken met de gevolgen van deze transactie. Wat te doen met acht miljard dollar, tegen de zestien miljard gulden?

Haars: 'Wij worden geacht als een goede huisvader met het geld om te gaan. Onze afdeling heeft uiteindelijk maar één doel: het geld met zo weinig mogelijk risico tijdelijk beleggen, totdat er een goede bestemming binnen de business voor is gevonden.'

Unilever heeft ruim twee miljard gulden gebruikt om kortlopende schulden mee af te lossen. Ruim zeven miljard is bij banken gestald. De rest stak Unilever in goudgerande beleggingen, zoals Amerikaanse of Nederlandse staatsleningen met een niet al te lange resterende looptijd.

Halverwege dit jaar had Unilever al enorme bedragen in kas. Met de vele miljarden aan kasgeld en beleggingen die er op 8 juli bijkwamen, beschikt Unilever over een voor Nederlandse begrippen ongekende oorlogskas.

Maar niet al het geld zal worden gebruikt om concurrenten over te nemen, heeft bestuursvoorzitter Morris Tabaksblat al benadrukt. Andere opties zijn investeringen in bestaande activiteiten, of financiering van reorganisaties. En als er na twee jaar nog geld over is, kunnen de aandeelhouders extra dividend tegemoet zien.

De uitpuilende kas van Unilever is een extreem voorbeeld van de blakende financiële gezondheid van de Nederlandse bedrijven. Het geld in de bedrijfskassen is de laatste jaren fors toegenomen, alleen al sinds 1992 met 40 procent. Dezelfde periode gaf een sterke daling te zien van de rente die de bedrijven ontvangen over deze tientallen miljarden. In Nederland ligt die inmiddels iets boven de 3 procent.

Dit is niets vergeleken met de rendementseis van 10 tot 20 procent die bedrijven doorgaans aan zichzelf stellen. Volle kassen leveren eigenlijk verlies op, voor bedrijf en aandeelhouders. En toch bulken de bedrijven van het geld.

Hoogovens is er zo één. Vijf jaar geleden had het staalconcern nog slechts 165 miljoen in kas, nadat in dat jaar een verlies was geleden van ruim zeshonderd miljoen. Nu heeft het ruim 1,1 miljard gulden op deposito staan. Dat levert maximaal zo'n vijftig miljoen gulden per jaar op.

Zo'n grote kas lijkt te wijzen op een gebrek aan investeringslef. Ondernemers broeden liever op hun miljarden dan ze uit te geven. De laatste cijfers en voorspellingen van het Centraal Planbureau geven echter weinig steun voor deze redenering. De groei in de bedrijfsinvesteringen (afgezien van de vervoermiddelen, een sterk fluctuerende categorie) trekt volgend jaar verder aan, waardoor de investeringen oplopen tot een niveau dat in de meeste industrielanden niet wordt gehaald.

Juist voor die investeringen broedt Hoogovens op zijn miljarden. Het concern staat voor een technologische revolutie. Het vervangt grote installaties door veel compactere, efficiëntere maar ook peperdure hoogovens en walserijen. 'Wij houden hiervoor bewust veel geld in kas', zegt woordvoerder Stefan de Krijger.

KNP BT heeft een geheel andere benadering dan Hoogovens. Het (voormalige) papierconcern houdt al jaren slechts vijf miljoen gulden op deposito. 'Vanwege de lage rente', zegt woordvoerder Patrick de Lede. 'Als we kasgeld nodig hebben, dan gebruiken we onze speciale kredietlijnen bij de banken.' Door de recente verkoop van de papierdivisie aan het Zuid-Afrikaanse Sappi zal de kas van KNP BT dit jaar wel aanzwellen met honderden miljoenen. Dat geld wil het concern gebruiken voor overnames.

Met de - tot voor kort - magere kaspositie is KNP BT de uitzondering. Alle Nederlandse beursvennootschappen (uitgezonderd de financiële instellingen) hadden eind vorig jaar gezamenlijk 38 miljard gulden in kas - ruim drie keer zoveel als eind 1974. Dat lijkt een spectaculaire stijging.

Maar behalve de kasmiddelen zijn ook de bedrijven zelf gegroeid. Het balanstotaal van alle beursvennootschappen bedroeg eind vorig jaar 462 miljard gulden. Ook dat is ruim drie keer zoveel als 22 jaar geleden. Ook de winsten werden in deze periode ruim drieëneenhalf keer zo groot.

De stijging van het kasgeld - inclusief de beleggingen die snel contant kunnen worden gemaakt - heeft de afgelopen twee decennia dus gelijke tred gehouden met de groei van de bedrijven. Wel is het sinds 1992 zo dat de kassen duidelijk sneller vollopen dan de bedrijven kunnen groeien. In de afgelopen vier jaar verdubbelden bijvoorbeeld de kasmiddelen bij KLM en IHC Caland. Dit laatste concern meldde vorige week de aankoop van scheepsbouwer Van der Giessen-de Noord.

Kees Haasnoot, analist bij effectenbank Stroeve: 'Bij IHC Caland drongen beleggers al jaren geleden aan op uitbetaling van een superdividend, omdat het bedrijf niet wist wat het met zijn geld aanmoest. Met de overname van Van der Giessen-de Noord wordt er daadwerkelijk iets mee gedaan. Ook KLM bulkt van het geld, en wil daarom ook eigen aandelen inkopen.'

Inkoop van eigen aandelen komt de resterende aandeelhouders ten goede. De beurskoers stijgt, net als de winst per aandeel: de winst die KLM uitkeert aan de aandeelhouders hoeft over minder aandelen te worden verdeeld.

Volgens Haasnoot is een rendement van 3 tot 4 procent op kasgeld niet te verkopen aan beleggers. 'Minimaal moet een onderneming de kapitaalmarktrente halen, plus een opslag van 3 tot 6 procent, afhankelijk van het risicoprofiel.' De kapitaalmarktrente schommelt nu rond de 5,6 procent.

'Bedrijven zouden hun slecht renderende kasgeld daarom ook beter kunnen uitkeren aan de aandeelhouders, voor zo ver zij dat niet nodig hebben voor overnames of investeringen', vindt Haasnoot. Hij vindt het niet nodig dit geld te reserveren voor lange-termijnprojecten, zoals Hoogovens doet. 'Als bedrijven geld nodig hebben, moeten ze maar weer aandelen uitgeven.'

Haasnoot staat niet alleen in zijn wantrouwen tegenover kasgeld. Ook volgens Kees Koedijk, hoogleraar economie in Maastricht, gedraagt de Nederlandse ondernemer zich te veel als rentenier. De geldhonger is wel te verklaren - bedrijven investeren liever uit eigen zak dan de hand op te houden bij de bankier.

Maar de renteniers vreten hun buikjes nu wel heel erg rond, vindt Koedijk. 'Er is nu sprake van een overdaad aan geld. Deels zal dat besteed worden aan uitbreidingsplannen en andere investeringen. Maar voor veel miljarden hebben de bedrijven op dit moment geen bestemming.'

Net als Haasnoot denkt Koedijk dat aandeelhouders de druk op de bedrijven zouden moeten opvoeren om in elk geval een deel van de overtollige miljarden in handen te krijgen.

Maar de hoogleraar weet ook nog wel een andere bestemming voor het geld. 'Waarom laten bedrijven hun medewerkers niet op veel grotere schaal delen in de winst? Tegelijkertijd zouden dan de criteria voor het gebruik van dit geld verruimd moeten worden. Het geld zou bijvoorbeeld ook opgenomen moeten kunnen worden om een eigen bedrijf te beginnen.

'Nu kunnen vijftienhonderd managers zo maar 4,3 miljard gulden verdelen met hun optieplannen. Dat is volkomen absurd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden