Brandweerwagens bouwen is marginale bedrijfstak

Brand is er nog genoeg, maar de fabrikanten van de helrode brandweerauto's reorganiseren en saneren. 'In de vijftien jaar dat ik bij het bedrijf zit, zijn er al zeker acht failliet gegaan', zegt een van hen....

Van onze verslaggever

Peter de Waard

HEDEL

Maandag maakte Kronenburg in het Brabante Hedel bekend de bezem door het bedrijf te halen. Van de 167 arbeidsplaatsen bij deze brandweerwagenfabrikant zullen er 27 worden geschrapt. Aan negentien gedwongen ontslagen valt niet te ontkomen. Nog maar een paar maanden geleden ging een van de grootste concurrenten, Spijkstaal in Hoogeveen, al failliet. Het bedrijf is inmiddels doorgestart onder de naam Hoogstaal.

Kronenburg, dat vijf jaar geleden door het Oostenrijkse concern Rosenbauer werd overgenomen, wil het niet zo ver laten komen. 'We willen niet pas reageren als we in problemen zijn. Wir wollen agieren. Het bedrijf moet klaar zijn voor het jaar 2000', aldus G. Kastner, sinds vorig jaar de nieuwe algemeen-directeur van Kronenburg.

De vakbonden staan op hun achterste benen. Zij dreigen met een kort geding, omdat het sociaal plan voor de ontslagen werknemers onvoldoende is. De ondernemingsraad heeft echter alle begrip voor het reorganisatieplan van de directie. 'Wij spreken liever niet van sanering. Dat klinkt zo negatief', aldus or-secretaris A. de Weert.

Kronenburg sloot drie jaar geleden al de vestiging in het Noord-Hollandse Hippolytushoef. De productie werd geconcentreerd in het Brabantse Hedel. Vorig jaar werd I. Bas de nieuwe productiedirecteur, iemand die bij NedCar al met de reorganisatiebezem had gezwaaid. Bas voerde bij Kronenburg het zogenoemde CVP-plan in; Continu Verbeterings Proces. 'Het bedrijf is daardoor efficiënter geworden', erkent De Weert. 'Er zijn minder mensen nodig', zegt Kastner.

Kronenburg kampt zowel op de binnenlandse als op de exportmarkt met een geweldige concurrentiestrijd. In het binnenland is de totale vraag naar brandweerwagens gestabiliseerd rond 130 à 140 stuks per jaar. Kronenburg had daarop in het verleden een marktaandeel van 60 procent. Nu is dat nog maar 30 procent.

'Vroeger zocht de brandweercommandant zelf een wagen uit. Maar nu gebeurt dat vaak via regionale samenwerkingsverbanden. Die richten speciale aanschafcommissies op die programma's van eisen opstellen en uiteindelijk kiezen voor een vaste leverancier. Wij zijn bijvoorbeeld de leverancier van het korps in Amsterdam. Maar als Amsterdam een jaar geen nieuwe wagens nodig heeft, dan daalt ons marktaandeel', aldus Kastner.

Ziegler in Winschoten is nu de grootste fabrikant van brandweerauto's. Maar ook Ziegler-directeur H. Vos klaagt over de markt. 'Iedere ondernemer zegt altijd dat de marges te klein zijn. Maar onze marges laten echt veel te wensen over.'

De prijs van brandweerauto's varieert sterk. De chassis, die ongeveer een ton kosten, worden ingekocht bij truckfabrikanten als Mercedes, DAF, Volvo en Iveco. Bedrijven als Kronenburg en Ziegler bouwen die trucks volledig om. De cabines worden verdubbeld, zodat minimaal zes brandweermensen in de auto een zitplaats kunnen vinden, en vervolgens worden slangen, ladders, pompen en watertanks gplaatst.

De prijs van de opbouw varieert sterk. Voor 170 duizend gulden kan al een opbouw worden geconstrueerd die de huis-, tuin- en keukenbranden kan bestrijden. Verder worden hoogwerkers en ladderwagens gebouwd. En dan zijn er nog speciale wagens, zogenoemde crashcars, waarvan de opbouw meer dan één miljoen kost.

Kronenburg is juist gespecialiseerd in dit topsegment; brandweerwagens voor vliegvelden, de petrochemische industrie en de Duitse Bundeswehr. Daar heeft het bedrijf niet zozeer maken met Nederlandse concurrenten maar vooral met met die uit het Verre Oosten en de VS.

Kastner wil dat Kronenburg zich hierbij niet uit de markt prijst. Inmiddels zijn de vaste en variabele kosten bij het bedrijf met 10 procent verminderd. 'Daardoor hebben we nieuwe grote opdrachten binnen kunnen halen, zowel nationaal als internationaal. Ik noem maar een order van de Koninklijke Luchtmacht of van de vliegvelden in Argentinië.'

Kronenburg werd in 1823 als kopersmederij opgericht. Na de eeuwwisseling ging het bedrijf brandweerwagens bouwen voor de vrijwillige brandweerkorpsen. Na de oorlog kwam de productie in een stroomversnelling. In 1948 en 1949 kochten bijna alle korpsen nieuwe wagens. 'Die wagens gaan telkens zo'n vijftien jaar mee. Iedere vijftien jaar krijg je ook een productietop.' De laatste was in 1993/1994.

In 1972 werd Kronenburg overgenomen door Internatio-Müller, maar die verkocht het bedrijf in 1991 weer aan het Oostenrijkse Rosenbauer. Ook de andere grote Nederlandse brandweerwagenfabrikant, Ziegler - 40 procent marktaandeel -, is buitenlands eigendom. Onder de naam Ajax De Boer maakte het bedrijf in het verleden vooral sprinklerinstallaties. Nu levert het als dochter van het Duitse Ziegler-concern naast allerlei soorten brandweerwagens ook andere brandweeruitrusting 'tot en met complete kazerne-inrichtingen.' Het opnieuw begonnen Hoogstaal is ook niet alleen van brandweerwagens afhankelijk. Het bedrijf bouwt ook geldtransportwagens en is de enige Nederlandse leverancier van rijdende winkels.

Hoogstaal wordt nu geleid door J. Klingeman en G.J. Doeschot, vroeger juist directeur van Rosenbauer in Hippolytushoef. Klingeman analyseert het probleem van Kronenburg dan ook haarfijn: 'Ze hebben marktaandeel verloren door de vestiging in Hippolytushoef te sluiten. De Noord-Hollanders hadden geen zin om naar Brabant te verhuizen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.