Brabant ruilt vervallen stallen in voor serie villawijkjes

Brabant gebruikt de opbrengst van bouwgrond om de sanering van de varkenssector te betalen, maar regels voor woningbouw op het platteland bedreigen het project....

'Als je vroeger door Nederland reed', zegt wethouder Jan Kerkhof van Veghel (Noord-Brabant), 'wist je altijd waar je was. Van Bartlehiem tot Veghel hadden de dorpen eigen karakteristieken. Maar die zijn verdwenen achter eenvormige nieuwbouw die sinds de jaren zestig aan de rand van de bebouwde kom is neergezet.'

Dat moest dus anders, vond Kerkhof toen Veghel en buurgemeente Uden eind jaren negentig op zoek gingen naar ruimte voor twaalfhonderd nieuwe woningen. Landschapsarchitect Berno Strootman maakte een plan voor een nieuw dorp tussen Veghel en Erp (duizend woningen), en voor drie nieuwe buurtschappen (van elk dertig à veertig woningen).

Strootman: 'Bij de bouw van de woningen zou geld overblijven, waarmee de aanleg van een nieuwe bosstrook en natuurontwikkeling in het beekdal van de Aa deels betaald kon worden.'

Maar de Inspecteur voor de Ruimtelijke Ordening gooide roet in het eten. Het rijk had nu eenmaal bepaald dat nieuwe woonwijken bij voorkeur aan de dorpsrand moesten worden gebouwd.

Het dorp van Strootman verdween dus van tafel. Voorlopig. Want tijdens een door de VROMraad georganiseerd regionaal debat over buiten bouwen op het Brabantse platteland, werd Strootmans plan onlangs omarmd door provinciaal topambtenaar en stedenbouwkundige Bas Verbruggen. Die omslag is typerend voor het nieuwe denken over ruimtelijke ordening. Minister Dekker van VROM sluit meer woningbouw op het platteland niet langer uit. En het kabinet wil de ruimtelijke regelgeving drastisch vereenvoudigen.

Dat is geen overbodige luxe, vindt Paul Rüpp, Brabants gedeputeerde voor het ruimtelijke beleid. Hij wijst op de 'stankcirkels', die woningbouw in een straal van 250 meter rond boerderijen onmogelijk maken. 'Het is toch absurddat burgers in de stad stank en verkeerslawaai voor lief moeten nemen, maar dat ze op het platteland tegen onaangename luchtjes worden beschermd.'

Rüpp heeft zich (sinds hij in 2001 Pieter van Geel opvolgde toen die naar het kabinet verhuisde) laten kennen als een bestuurder die ruimte wil maken voor nieuwe ontwikkelingen. Regels zijn niet heilig wat hem betreft. Er moeten er niet alleen minder van komen, ze moeten vooral flexibeler worden toegepast. Bouwen in het buitengebied – natuurgebieden daargelaten – moet mogelijk zijn, als het maar leidt tot een vitaler en fraaier platteland.

Met dat laatste is het in grote delen van Brabant niet best gesteld. De Peel bijvoorbeeld is bezaaid met varkenshouderijen die hun omgeving, met daarin veel natuurgebieden, niet alleen verpesten met fosfaten en ammoniak, maar ook met veel, niet zelden vervallen stallen, die her en der in het landschap staan.

Vandaar dat de provincie eind jaren negentig enthousiast instapte op de luxueuze saneringsregeling voor de intensieve veehouderij. De varkenspest was toen net achter de rug, het aantal varkens moest worden teruggedrongen en Paars II besloot de onvermijdelijke teruggang van de sector te verzachten door het opkopen van mestrechten en met een saneringsregelingvoor boerenstallen.

Boeren die bereid waren hun stallen te slopen, konden daarvoor een vergoeding krijgen, die door de provincie wordt betaald uit de uitgifte van extra bouwkavels. Dat leidde tot de (voorgenomen) sloop van ruim achttienhonderd stallen. Daarvoor komen elders in de Brabant drieduizend villa's op ruime (1000 à 1500 vierkante meter) kavels in de plaats.

Deze zogenoemde ruimte-voorruimte-regeling kan in Brabant nog altijd rekenen op enthousiasme. Maar het is, zo blijkt uit het verhaal van Hans Dona, directeur van de regionale ontwikkelingsmaatschappij die de villakavels moet verkopen, ook een kwetsbaar project.

De meeste nieuwe villawijkjes worden toch weer als vanouds tegen de bestaande dorpskernen aan geplakt en voor vernieuwende ontwerpen is weinig plaats. Dona: 'De economische recessie dwingt ons tot bescheidenheid. Onze eerste taak is om de 250 miljoen euro terug te verdienen die de provincie de boeren betaalt voor de sloop van hun stallen.'

Dat kan nog een hele opgave worden als het kabinet in de Nota Ruimte, die volgende maand verschijnt, besluit om bouwen op het platteland veel makkelijker te maken. Dona: 'Het opheffen van de schaarste aan bouwgrond is het grootste risico voor de ruimtevoor-ruimte-regeling.'

Gedeputeerde Rüpp bevestigt dat: 'Het bouwen door starters en bejaarden in de dorpen moet op beperkte schaal kunnen. Maar ze hoeven bij mij niet aan te komen met een ruimere markt voor vrije kavels.' Want daardoor daalt de prijs van de Brabantse ruimtevoor-ruimte-kavels en wordt de provincie met een forse financiële strop opgezadeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden