Bouw die megasteden en megastallen

Meer welvaart betekent niet automatisch meer milieuvervuiling. Integendeel, stelt moleculair bioloog Hidde Boersma, in de rijkste landen zien we de sterkste hergroening.

Hongkong. Door de trek naar de stad neemt de demografische druk op het milieu af. Beeld Getty Images/Cultura Exclusive

Je zou het niet zeggen, maar het gaat best goed met het milieu. Doorgaans worden we in de media overspoeld met apocalyptische beelden van de staat van de natuur: hectares oerbos worden gekapt voor landbouwgrond, smog-gevulde steden maken het ademen onmogelijk en branden leggen hele natuurgebieden plat. Maar zoomen we in op Nederland en op ons omringende landen, dan ontstaat een ander beeld. De lucht bijvoorbeeld is weer net zo schoon, zo niet schoner, als vijftig jaar geleden en hetzelfde geldt voor het water. En neem die wolf, die in mei vlakbij Emmen werd gesignaleerd. Dat is geen toeval. Er is de afgelopen decennia een hoop grond teruggegeven aan de natuur. In Duitsland, waar het dier al langer bezig is aan een opmars, staat 3.500 vierkante kilometer meer bos dan in 1990. In Nederland staat 250 vierkante kilometer meer.

Contra-intuïtief

Al deze ontwikkelingen zijn nogal contra-intuïtief. Dat het juist in de rijkste en drukst bevolkte landen goed gaat met het milieu laat zich niet rijmen met het heersende idee dat het altijd schipperen is tussen welvaart en een leefbare planeet.

Millennialang was dat zo: de opmars van de mens ging altijd gepaard met het kappen van meer bos, het innemen van meer natuur en het onttrekken van meer grondstoffen aan de aarde. Dat begon al bij het prille begin van onze soort. We mogen graag denken dat we in harmonie leefden met de natuur toen we nog als jager-verzamelaar over de savannes trokken, maar niets is minder waar. Destijds trokken mensen naar een nieuwe locatie als de voorgaande volledig was uitgewoond. En overal waar de mens kwam, leed de natuur. Een schamele 1 à 2 miljoen aardbewoners wereldwijd (!) was destijds in staat op meerdere continenten de volledige megafauna (mammoet, megaluiaard, reuzenhert) te doen uitsterven - soms in combinatie met andere factoren als klimaatverandering. Het verband tussen onze opmars en de destructie van de planeet achtervolgde ons tot ver na de industriële revolutie, met vervuilde rivieren, verwoestijnde grond en een gat in de ozonlaag als gevolg.

Doodsteek

Het is deze wetmatigheid die de basis legde voor de groene beweging in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Zo verscheen er in 1972 het rapport Grenzen aan de Groei van de Club van Rome, waarin verontruste wetenschappers waarschuwden dat we wel heel kwistig aan het omspringen waren met onze natuurlijke hulpbronnen. Als we zo doorgingen leidde dat onherroepelijk tot een implosie van onze samenleving. Groei en modernisering waren de doodsteek voor de planeet, zo was de boodschap. Omstreeks diezelfde tijd kwam Paul Ehrlichs invloedrijke boek The Population Bomb uit, dat waarschuwde voor de gevolgen van de gigantische bevolkingsgroei die er aan zat te komen. De groene mantra van toen is nog steeds prominent: dat we, als we de planeet willen redden, moeten inzetten op kleinschaligheid en weer meer in harmonie met de natuur moeten gaan leven.

Milieudruk

Maar die visie is gedateerd. De meest recente ontwikkelingen in de welvarendste en sterkst geïndustrialiseerde samenlevingen laten dat zien. Juist in landen waar mensen het minst in harmonie leven met de natuur, neemt de druk op het milieu de laatste decennia af. Het zijn deze landen waar ruimte is voor rewilding en hergroening. Deze inzichten vormen de basis van een nieuw groen idealisme: het ecomodernisme. Deze lente schreef een kleine club van achttien denkers en wetenschappers een 25 pagina's tellend manifest dat deze beweging op de kaart zette. In het manifest laten ze zien dat er maar een ding op zit, willen we een welvarende planeet combineren met een leefbare: mens en natuur moeten van elkaar worden losgekoppeld. Dat betekent dat we moeten inzetten op een sterke intensivering van de landbouw en energiewinning, een verdere urbanisatie en een meer gemondialiseerde en vertechnologiseerde samenleving. Ecomodernisten omarmen de stelling van de 'oude groenen' dat onze ecologische voetafdruk naar beneden moet, maar staan radicaal tegenover ze als het gaat om de oplossing: de mensheid moet niet meer, maar minder in harmonie met de natuur leven. En het zijn juist de allerarmsten, vooral zij ten zuiden van de Sahara, die hier het meest van zouden kunnen profiteren.

Kinderpiek

Een van de meest aansprekende bewijzen is dat modernisering de bevolkingsgroei heeft kunnen indammen. Er zit een duidelijk verband tussen de welvaart van een land en de hoeveelheid kinderen die een vrouw krijgt. Door onze verbeterde gezondheidszorg is het aantal kinderen per vrouw gedaald van 4,5 in 1960 naar 2,5 nu. Voor de helft van de wereldbevolking - de veelal welvarende helft - ligt dat zelfs onder het vervangingsniveau van 2,1. We zijn de peak child al voorbij, een term die bedacht is door de Zweedse statisticus Hans Rosling van het Karolinski Institute in Stockholm. Dat houdt in dat het aantal kinderen dat per jaar wordt geboren niet meer stijgt, met als gevolg dat het aantal aardbewoners vanaf ongeveer 2050 zal stabiliseren of zelfs afnemen. De enige landen waar het aantal kinderen per vrouw nog wel boven de 3 uitkomt, zijn juist de landen waar mensen nog het meest in harmonie met de natuur leven. Het zijn landen die ten zuiden van de Sahara liggen. De demografische druk daar op natuur en milieu is enorm.

Grondstoffen

En niet alleen de kinderpiek ligt in het verleden. In veel welvarende landen heeft ook het gebruik van een groot aantal grondstoffen zijn maximum al bereikt. Dat is te danken aan de ontwikkeling van modernere, efficiëntere technieken. Neem bijvoorbeeld het watergebruik in de Verenigde Staten. Ondanks dat de populatie daar sinds 1970 met 80 miljoen is toegenomen en het land veel welvarender is geworden, is het totale watergebruik hetzelfde gebleven. Hetzelfde geldt voor stikstof (voor kunstmest), aluminium, hout en staal. Als we - zoals ecomodernisten voorstaan - deze trend doorzetten, dan is het mogelijk om deze eeuw wereldwijd de piekvervuiling te passeren, om in dezelfde terminologie te blijven. Dat is een heel andere boodschap dan Grenzen aan de Groei: het blijkt wel degelijk mogelijk om welvaartsgroei los te koppelen van destructie en uitbuiting van het milieu.

Landbouwgrond

Een van de belangrijkste pieken die in zicht is, is die van de landbouwgrond. Landbouw is traditioneel een van de meest vernietigende bezigheden van de mens. Vaak wordt de industriële revolutie in de 19de eeuw aangemerkt als de start van de grote destructie van de planeet, maar driekwart van het wereldwijd gekapte bos was al verdwenen voordat de eerste stoommachine het licht zag, grotendeels ten bate van landbouwgrond. In de jaren zestig veranderde dat. Toen lukte het voor het eerst om meer voedselproductie niet gepaard te laten gaan met verlies van meer natuurgebied. Dat kwam doordat de opbrengst per hectare van allerlei gewassen verveelvoudigde, nadat die eeuwenlang stabiel was geweest. De opbrengst van tarwe groeide in Nederland van 2.700 kilo per hectare in 1920 naar 6.800 kilo nu. De Nederlandse landbouw is zelfs zo effectief en intensief, dat als de hele wereld hetzelfde niveau zou bereiken, er maar een kwart van het huidige areaal nodig is om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren. Zelfs met de populatiegroei tot 2050 in acht genomen, hoeft er dan niet meer bos gekapt te worden en blijft er ruimte voor de natuur.

De intensivering van de landbouw maakt het bovendien mogelijk massaal de rurale levensstijl te verlaten. Werkte in Nederland rond 1900 nog 30 procent van de beroepsbevolking in de landbouw, nu is dat nog maar 2 procent. De trek naar de stad zorgde voor modernisering van de economie en dientengevolge een sterke welvaartsstijging. Mensen die niet bezig zijn met voedselproductie hebben tijd om andere activiteiten te ontplooien die meer welvaart opleveren. Op een wereldbevolking van ruim 7 miljard wonen er nu bijna 4 miljard in steden, terwijl die steden bij elkaar maar 3 procent van het aardoppervlak innemen. Urbanisatie is daarmee een van de meest effectieve manieren om een groeiende welvaart te combineren met het hergroenen van de planeet.

4 miljard

4 miljard mensen wonen in steden op een totaal van ruim 7 miljard aardbewoners. Die steden nemen bij elkaar maar 3 procent van het aardoppervlak in. Urbanisatie is een van de effectiefste manieren om een groeiende welvaart te combineren met hergroening.

Beeld de Volkskrant

Visserij

Maar we zijn er nog lang niet. Op sommige vlakken is de intensivering ook in het Westen nog nauwelijks begonnen. Neem bijvoorbeeld de visserij, een sector die nog steeds gepaard gaat met een extreme achteruitgang van de natuur. Veel zeeën worden op grote schaal en met groot materieel leeggevist. Het wordt daarom tijd voor massale aquacultuur als we vis willen blijven consumeren, zodat hele oceanen en zeeën weer teruggegeven kunnen worden aan de natuur.

Ook op energiegebied valt nog veel te winnen. Piek-elektriciteit is nog lang niet in zicht en het tempo waarmee we de atmosfeer volpompen met CO2 is een van de meest verontrustende activiteiten van de mens. Het is daarom zaak om in te zetten op efficiënte manieren van milieuvriendelijke energiewinning, zoals zonne-energie of kernenergie. Die laatste is een van de meest intensieve, gecondenseerde manieren om milieuvriendelijk veel energie op te wekken.

Het continent dat het meest gebaat is bij een scheut ecomodernisme is Afrika, vooral het gebied ten zuiden van de Sahara. Er zijn wereldwijd nog steeds 1,2 miljard mensen die moeten leven van minder dan 1,25 dollar per dag en er zal een enorme economische groei moeten plaatsvinden om hun armoede te verlichten. Mens en natuur zijn daar nog niet ontkoppeld en groei gaat nog steeds gepaard met destructie van het milieu. Dat is bijvoorbeeld te zien in het alsmaar kappen van bos voor landbouwgrond of voor het stoken van vuur om op koken. Pas als ontwikkelingslanden echt de kans wordt gegeven om hun samenleving te moderniseren, komt er ruimte voor de natuur, terwijl tegelijk welvaart wordt gewonnen.

Romantisch ideaal

Probleem is dat veel traditionele ontwikkelingshulpprojecten nog steeds werken vanuit het dogma dat modernisering en een leefbare planeet niet samengaan. Ze zetten daarom vaak in op het behoud van de levensstijl. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de Millennium Villages van de Verenigde Naties, een langlopend project waar veertien gebieden in tien Afrikaanse landen financieel worden gesteund om uit de extreme armoede te komen. De bewoners leren de landbouwopbrengsten te verhogen en diversere gewassen te produceren. Dat lijkt aardig te lukken op de korte termijn, maar een echte kans op modernisering en economische groei wordt de bewoners niet gegund. Het romantische ideaal van kleinschaligheid en harmonie met de natuur houdt Afrika in armoede en verhoogt de druk op het milieu.

Het is daarom zaak dat ook in Afrika en andere ontwikkelingsgebieden de landbouw wordt geïntensiveerd, om op een efficiëntere manier meer voedsel te produceren. Die intensivering zal vervolgens de trek naar de stad faciliteren, een ontwikkeling die in het Westen onterecht met argusogen wordt gevolgd. Er heerst hier een verkeerd beeld van het leven in de megasteden. Met onze westerse blik kunnen we ons niet voorstellen dat het leven in de slums beter is dan het leven op het platteland. Maar die mensen zijn niet gek, voor hen is het werkelijk een stap vooruit. Er is gezondheidszorg, er is de mogelijkheid tot onderwijs en de kans om economisch te groeien.

Zo liet een studie van twee Amerikaanse economen in 2004 zien dat het inruilen van een boerenleven voor fabrieksarbeid, de belangrijkste ontwikkeling was die mensen tussen 1982 en 1999 in India uit de armoede trok. Door de trek naar de stad neemt bovendien de demografische druk af op het milieu, omdat vrouwen in de stad minder kinderen krijgen. In de buitenwijken van Dhaka in Bangladesh staat het vruchtbaarheidscijfer op 2,5 kind per vrouw, terwijl dat getal op het platteland nog boven de 4 ligt.

Groei alleen in steden verwacht

De wereldbevolking komt steeds meer te wonen op een beperkt dichtbevolkt oppervlak. De steden zullen verder groeien en de omvang van de plattelandsbevolking zal volgens de prognoses ook in absolute aantallen afnemen.

Consuminderen

Essentieel voor ontwikkelingslanden is bovendien makkelijke toegang tot goedkope energie, in welke vorm dan ook. Bij ons zou wat consuminderen helemaal geen slecht idee zijn, maar het is onethisch om ook van hen te verwachten dat ze hun energiegebruik al gaan matigen.Ze hebben bovendien nogal wat speelruimte: als de armste miljard van de wereldbevolking het energiegebruik verdubbelt, dan verstoken die mensen samen nog steeds maar een zesde deel van wat de rijkste miljard - wij - op dit moment verbruikt.

Het wordt daarom tijd om het groene ideaal te vernieuwen en te rationaliseren. Door in te zetten op intensivering, modernisering en verstedelijking kunnen deze eeuw miljoenen mensen uit de armoede klimmen, terwijl tegelijkertijd de natuur terrein terug wint.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden