Reportage Akkerbouw

Boer en burger in gevecht over bestrijdingsmiddelen: in een groen maar giftig bollen-bollenland

Rob Chrispijn in een tulpenveld naast een bos, niet ver van zijn huis in Vledderveen. Beeld Harry Cock

Burgers verzetten zich op meerdere plekken in Nederland tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Een clash tussen economische belangen en de volksgezondheid, die volgens omwonenden doorgaans in het voordeel uitvalt van boeren. Maar het RIVM wil nu meer onderzoek naar de risico’s. 

Alleen Rob Chrispijn wil er publiekelijk over vertellen. Over de bewonersstrijd die in de Drentse gemeente Westerveld gaande is tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt. Dat uit door burgers gefinancierd onderzoek blijkt dat in tuinen residuen zijn gevonden van middelen die als sinds de jaren zestig zijn verboden. En hoeveel zorgen met name jonge gezinnen zich hierover maken.

Maar niemand  wil op de voorgrond treden. Bang voor de prijs van hun huis als bekend wordt wat voor concentraties in hun tuin zijn aangetroffen bij het onderzoek. Kwekers die zelf geen gif gebruiken, zijn bang voor hun reputatie als openbaar wordt hoeveel residuen zijn overgewaaid naar hun land en producten. En ruzie met bollentelers, daar zit niemand op te wachten.

En dus vertelt de 74-jarige tekstschrijver Chrispijn over de strijd die niet alleen in het Drentse Westerveld wordt uitgevochten, maar bijvoorbeeld ook in Gelderland waar recentelijk tot in mest van biologische koeien tientallen residuen van gewasbeschermingsmiddelen werden gevonden. Het is een landelijke confrontatie tussen de economische belangen van de akkerbouwers en de gezondheid van omwonenden.

De reacties zijn overal vergelijkbaar. Bewoners voelen zich onbeschermd door de overheid als blijkt dat in een tuin die grenst aan een bollenveld 32 middelen worden gevonden, waarvan een aantal zeer schadelijke. Dit kan toch niet anders dan ongezond zijn, is hun conclusie. De reactie van de akkerbouwers: de voedselproductie loopt gevaar als nog meer middelen worden verboden, want dan dreigen misoogsten door gewasziekten. De gezondheidszorgen zijn bovendien onterecht, zeggen zij, want alle gevonden waarden zijn binnen de Europees vastgestelde normen.

Wie heeft gelijk? 

Het probleem is: niemand die het precies weet. Vorige week kwam het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) met een begin van het antwoord. Na twee jaar onderzoek – uitgevoerd onder leiding van de Universiteit Utrecht – brachten zij voor het eerst in kaart dat omwonenden van bollenvelden in grotere mate worden blootgesteld dan bewoners buiten agrarische gebieden. Na bespuitingen werden bij omwonenden gemiddeld hogere concentraties gevonden in de binnenlucht van huizen, op deurmatten en zelfs in babyluiers.

Maar ook nu: niet boven de risiconorm. Land en Tuinbouworganisatie (LTO) haalde opgelucht adem. Onterecht, vindt Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht – niet betrokken bij het onderzoek in opdracht van het RIVM. ‘Ik ben niet overtuigd dat wanneer de overheid en de Europese Unie zeggen dat het veilig is, dat dit dan ook echt zo is’, zegt hij. ‘Heel veel testen zijn gewoon nog niet gedaan. Wat bijvoorbeeld de gevolgen zijn op de hersenenontwikkeling bij kleine of ongeboren kinderen. Of wat het effect is van blootstelling aan meerdere bestrijdingsmiddelen tegelijk.’

Van den Berg vindt dat LTO ‘niet moet zeuren’. ‘Als ze er zo zeker van zijn dat ze niet schadelijk zijn, laat ze de middelen dan zelf goed testen’, zegt hij. ‘Binnen zes tot negen maanden is er dan duidelijkheid. Maar dit doen ze niet.’

Geen gevaar

Joris Baecke, portefeuillehouder Gezonde Planten bij LTO Nederland, vindt dit onzin. Zijn organisatie is voor zo duurzaam mogelijke teelt, benadrukt hij, want dit is ook in het belang van telers en hun gezinnen. ‘Wij volgen daarin instanties als het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en het RIVM, die zeggen dat er geen risico’s aan zitten. We kunnen wel bezig blijven, iedere keer als een toxicoloog zegt dat een middel onveilig is.’  

Maar ook het RIVM erkent in de laatste studie dat niet alle risico’s voor de volksgezondheid goed in beeld zijn, ondanks dat er geen overschrijdingen waren. ‘Wij zijn als de brandweer die heeft geconstateerd dat het dak niet in de brand staat, maar dit wil nog niet zeggen dat het pand ook brandveilig is’, zegt onderzoeker Mark Montforts.

Het RIVM wil daarom een vervolgonderzoek. Onder meer naar de risico’s door blootstelling aan meerdere middelen en beter inzicht in de gevaren voor (ongeboren) kinderen. Woensdag werd het overleg hierover in de Tweede Kamer uitgesteld, omdat Kamerleden vonden dat ze de antwoorden op vragen over de recente onderzoeken te laat hadden ontvangen van Landbouwminister Carola Schouten. Zij zegt verder onderzoek wenselijk te vinden, maar schaart ze zich in de kwestie Westerveld ook in het kamp van LTO: geen normen overschreden, dus geen gevaar voor omwonenden.

Hoogleraar bodemdegradatie en landbeheer Violette Geissen van Wageningen University & Research vindt die conclusie met de huidige normen voorbarig en wil dat er nu eindelijk richtlijnen komen voor de totale hoeveelheden middelen die in een product mogen zitten. ‘In een fles wijn kunnen 26 residuen zitten’, zegt ze. ‘Allemaal onder de limiet, maar je krijgt ze wel allemaal binnen. We kennen het risico niet, daarom zou het voorzorgsbeginsel moeten gelden.’

Na consumptie- en pootaardappelen wordt in Nederland het meest gespoten in de lelieteelt, sinds een aantal jaar veel gezien in Drenthe. Per hectare zijn lelies veruit koploper. 124,5 kilo per hectare, ruim vier keer zoveel als de nummer twee op de lijst. Tulpen en andere bloembollen volgen op plaats vijf en zes. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw wordt door het CBS elke vier jaar in kaart gebracht. In 2016 daalde het totale gebruik ten opzichte van 2012 met 3,5 procent naar 5,7 miljoen kilogram.

Een daling dus, maar Nederland loopt in Europa niet voorop in het verminderen van chemische middelen. Net als Van den Berg is Geissen blij dat er nu in ieder geval een minister is die kritisch naar het probleem kijkt. In haar vorige week gepresenteerde ambitie van de toekomstvisie gewasbescherming schrijft Schouten dat Nederland in 2030 internationaal toonaangevend moet zijn op het gebied van duurzame gewasbescherming. ‘De huidige afhankelijkheid van deze (chemische, red.) middelen maakt dat een radicale omslag nodig is.’

Prima, vindt LTO, gezien de maatschappelijke tendens willen ze best veranderen. Maar verwacht dan wel dat de komende vier jaar 60 miljoen beschikbaar komt vanuit de overheid voor de ontwikkeling van groene alternatieven. Baecke van LTO waarschuwt voor het economisch perspectief van de Nederlandse akkerbouw die anders verder onder druk komt te staan. ‘Er is ook geen grotere voedselverspilling dan verloren oogst door een insectenplaag’, waarschuwt hij. ‘Dit is heel reëel als je ziet wat er nog aan middelen tot de beschikking van boeren staat.’

‘We pleiten niet voor het einde van het gebruik van gif, we vragen ­alleen ervoor te zorgen dat het niet meer in de tuinen terechtkomt.’ Beeld Harry Cock

Weg uit Westerveld

In het Drentse Westerveld kunnen ze de argumentatie over landbouwgif in de voedselproductie nog wel volgen, maar ze begrijpen niet dat vooral een luxeproduct als bloembollen naast hun tuinen moeten worden bespoten. Producten die ook nog eens naar China en Japan worden verscheept. ‘We pleiten niet voor het einde van het gebruik van gif in de landbouw’, zegt Chrispijn. ‘We vragen alleen ervoor te zorgen dat het niet meer in onze tuinen en huizen terechtkomt.’

Ze krijgen steun van toxicoloog Van den Berg. ‘Zoek daarvoor andere gebieden.’ Ook Geissen noemt het massaal bespuiten van bollen ‘waanzin’. Ze pleit voor een radicaal ander landbouwsysteem, waarbij de monocultuur plaatsmaakt voor steeds wisselende gewassen. Waardoor plagen veel minder kans maken en bestrijdingsmiddelen overbodig worden.

In de gemeente Westerveld wacht een gezin met een kind van anderhalf daar niet meer op. Ze kwamen naar Drenthe voor het buitenleven, maar vertrekken vanwege de bollenteelt, vertelt Chrispijn. Van den Berg begrijpt ze wel. ‘De huidige woonafstand tot een bollenveld in bestemmingsplannen is minimaal 50 meter’, zegt hij. ‘Het RIVM deed onderzoek tot 250 meter en vond ook daar de verhoogde concentraties. Met wat we nu weten zou ik uit voorzorg binnen die afstand niet meer laten spuiten. En tot die tijd daar met mijn gezin niet willen wonen.’

Meer over landbouwgif

Opnieuw is er opwinding over de oranje-gele akkers en weilanden, bespoten met onkruidbestrijder glyfosaat. Helemaal nu er al bijna een jaar een Tweede Kamer-motie ligt om het goedje (deels) te verbieden en er in de VS miljoenenclaims worden toegekend omdat glyfosaat te boek staat als kankerverwekkend. Waarom mogen Nederlandse boeren het blijven spuiten? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden