Column Teun van de Keuken

Biologisch is lang niet altijd milieuvriendelijk

Als we ervan uitgaan dat wij als mensen van nature goed zijn – en dat is volgens Rutger Bregman zo – dan willen wij ook in de supermarkt graag de juiste keuze maken. Een keuze die én goed is voor het milieu én zorgt voor zo min mogelijk dierenleed. Dat is makkelijk, zou Bregman zeggen: eet geen vlees. Maar vlees is lekker en het vlees is zwak. Is het dan het beste om biologisch vlees te kiezen? Ja en nee.

Ja. Dieren die uiteindelijk als biologisch vlees in de supermarktschappen eindigen, hebben meer ruimte dan hun regulier gehouden broeders en zusters. Reguliere kippen moeten met per achttien dames op één vierkante meter wonen, terwijl hun biologische zusters zo’n oppervlakte met tien kippen delen. Nog niet heel riant. Probeer je maar eens tien kippen op één vierkante meter voor te stellen. Maar de biologische kippen mogen ook naar buiten. Dat is natuurlijk fijn. Ook krijgt biologische vee biologisch voer. Uitstekend allemaal.

Maar toch: ook nee. We gunnen het dieren uiteraard om vrij en dierlijk te leven. Lekker veel scharrelen in de frisse buitenlucht (de term ‘scharrel’ betekent overigens niks, trap daar niet in), met lekker veel ruimte en gezond voedsel dat niet dient om ze zo snel mogelijk op te fokken. Dat wil ik ook. Maar vanuit milieuoogpunt is dit niet per se het beste. Want hoe langer een dier leeft en hoe meer ruimte het nodig heeft, hoe minder efficiënt het is. 

De plofkip is het efficiëntste en milieuvriendelijkste dier om te eten. Haar conversie van voer in vlees is geweldig. Ze is zo gefokt dat ze maar heel weinig voer nodig heeft om te groeien. In zes weken tijd is ze flink uit de kluiten gewassen. Dan wordt ze gedood, omdat ze dan meer voer nodig heeft om te groeien dan voorheen en dat is niet efficiënt. Bovendien, dit is de gekte van de voedingsindustrie, worden de kippenbouten en filets dan te groot voor de standaard supermarktbakjes en dat kan natuurlijk niet. 

De plofkip heeft dus heel weinig landbouwgrond nodig hebt om te groeien. Veel minder dan biologische kippen. Om over koeien maar te zwijgen, die zijn ongelooflijk inefficiënt. Uit milieuoogpunt – niet uit dierenwelzijn! – eet je plofkip. 

Voor eieren geldt iets soortgelijks. Kippen baden graag in het stof. Kippen die vrij rondlopen, produceren tien keer zo veel fijnstof als kippen die in een hok zitten (denk aan de ook al zielige legbatterijkippen). Daarom worden boeren bij de aanbouw van nieuwe stallen gedwongen maatregelen tegen de uitstoot van fijnstof te nemen. Maar wie zijn van deze nieuwe regels uitgesloten? Biologische boeren! Biologische eieren zijn dus minder milieuvriendelijk. Een biologische kippenboer zei mij ooit dat hij dat logisch vond: ‘Biologisch gaat over dierenwelzijn en voer, niet over het milieu.’

Wat nu? Als je goed voor de dieren en voor de planeet wilt zijn, dan eet je veel minder vlees en eieren en drink je minder melk. Het is beter om het voer van de dieren te eten, dan de dieren zelf. Als je dan toch af en toe een kippendij naar binnen werkt, neem dan een kippendij die goed heeft geleefd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden